Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog: „Venus en Adonis" van Albani, „Lo spasimo di Sicilia" van Raffaël, de „Madonna della scodella" van Correggio en de bladen naar fresco's van laatstgenoemde in het nonnenklooster van San Paolo, waaraan ook zijn leerlingen werkten. Hij overleed den 309'6" Jnli 1854 te Panna. " I' 1*^|

Toselli, Louise, is sedert 1907 de burgerlijke naam van prinses Louise Antoinette Maria van Toshme. Zij werd geboren den 2den September 1870 als dochter van den groothertog Ferdinand IV van Toskane en trad in 1891 in het huwelijk met den toenmaligen kroonprins Friedrich August III van Saksen. In 1903 werd zij wegens echtbreuk van haar echtgenoot gescheiden en ontving op haar verzoek den titel gravin van Montignoso. In 1903 werd haar een dochter Anna Monica Pia geboren, die volgens de wet als een kind van den koning van Saksen wordt beschouwd. Zij trad den 25sten September 1907 in het huwelijk met den pianist Enrico Toselli.

Tosi, Pier Francesco, een Italiaansch zanger en zangleeraar, geboren in 1647 te Bologna, trad aanvankelijk op aan het Italiaansch tooneel te Dresden en op andere plaatsen van Duitschland, verloor in 1692 zijn stem, en vestigde zich toen als leeraar in den zang te Londen, waar hij in 1727 overleed. Hij liet een leerboek voor den zang na, dat zeer beroemd werd. Dit werk:„Opinioni de' cantori antichi e moderni, o sieno osservazioni sopra il canto figurato", dat in verschillende talen overgebracht werd.

Tosie, Tosia of Tossia, de hoofdplaats van een distrikt in het Aziatisch-Turksche sandsjak en vilajet Kastamoeni, ligt 770 m. boven den zeespiegel aan een linker zijrivier van den Kisil-Irmak en telt 8400, meest Turksche, inwoners. Zij houden zich bezig met handel in rijst en rozijnen, met de teelt van zijderupsen, aardewerkindustrie en de vervaardiging van doeken uit angorawol en katoen.

Toskane, een voormalig Italiaansch groothertogdom, telde in 1861 op 22 338 v. km. 1 826 334 inwoners. Het is thans een gewest (compartimento) van het koninkrijk Italië en omvat de provinciën Arrezzo, Florence, Grosseto, Livorno, Lucca, MassaCarrara, Pisa en Siena met een oppervlakte van 24104 v. km. en (1904) 2 609 587 inwoners.

Toskane is het oude Tuseië of Etrurië (zie aldaar).

Na den ondergang van het West-Romeinsche rijk (476 n. Chr.) was het land tusschen de Macra en de Tiber eerst onderworpen aan de Oost-Goten, daarna aan de Grieken en eindelijk aan de Longobarden. Gedurende de heerschappij van deze laatsten werd het verdeeld in een aantal hertogdommen en gastaldaten. Karei de Groote herschiep in 774 Toskane in een Frankische provincie, die hij onder het gezag plaatste van een markgraaf. Markgraaf Bonifacius II, uit het Huis Canossa, tevens graaf van Modena, Reggio, Mantua en Ferrara, de rijkste en machtigste vorst van Italië, liet in 1052 een minderjarigen zoon achter, Frederik genaamd, voor wien zijn moeder Beatrix het bewind aanvaardde. Na den dood van Frederik (1055) regeerde zij met haar tweeden echtgenoot Godfried van Lotharingen voor haar dochter Matliilde (zie aldaar). Beatrix en vooral Mathilde waren ijverige aanhangsters van den paus en speelden in de Italiaansche geschiedenis van dezen tijd een belangrijke rol. Mathilde vermaakte in 1115 met haar overige bezittingen ook Toskane aan den Heiligen Stoel. Gedurende den oorlog, die wegens haar

nalatenschap tusschen den keizer en den paus ontbrandde, verdween het gezag der markgraven, terwijl de stedelijke gemeenten Florence, Siena, Pisa, Lucca, Arezzo enz. toenamen in zelfstandigheid en bloei. Onder deze verkreeg Florence de meeste macht, zoodat zij gedurende de 14de en 15de eeuw het grootste gedeelte van Toskane met haar gebied vereenigde. Toen alzoo de familie de' Medici te Florence aan het hoofd van het bestuur kwam, kreeg zij tevens de heerschappij over Toskane. Den l8ten Mei 1532 verhief keizer Karei V zijn lateren schoonzoon Alessandro de' Medici tot erfelijk hertog van Florence. Diens opvolger Cosimo I (1537—1574) vergrootte in 1555 zijn gebied met dat van Siena en werdïn 1569 door paus PrasjJF benoemd tot groothertog van Toscane, in welke waardigheid zijn opvolger Francesco (1574—1587) in 1576 door den keizer bevestigd werd. Francesco werd opgevolgd door zijn broeder Ferdinand, vroeger kardinaal. Onder de volgende hertogen Cosimo II (f 1621), Ferdinand II (f 1670) en Cosimo III (f 1723) begon de bloei van Toskane aanmerkelijk te verminderen. Tengevolge van den Vrede van Weenen van 1735 viel Toskane na den dood van Giovanni Gasto, den laatsten Medici (1737), ten deel aan hertog Frans Stephanus van Lotharingen, den gemaal van Maria Theresia van Oostenrijk en later keizer Frans I. Hij werd in 1765 opgevolgd door zijn tweeden zoon, groothertog Leopold, onder wiens verlicht bestuur de stoffelijke en zedelijke belangen van het land op een uitstekende wijze werden behartigd. Toen Leopold in 1790 den keizerlijken troon beklom, had hij

in Toskane tot opvolger zijn tweeaen zoon veramana III, die in de voetstappen trad van zijn vader. In 1793 voegde hij zich bij de Coalitie tegen Frankrijk, maar sloot reeds in 1795 een neutraliteitsverdrag met laatstgenoemd rijk. Niettemin bezette Bonaparte in 1796 Livorno. In 1797 werd de aftocht der Franschen voor een millioen francs verkregen, maar reeds in Maart 1799 keerden zij terug en noodzaakten den groothertog het land te verlaten. Bij den Vrede van Luneville in 1801 moest hij Toskane tegen Salzburg afstaan. Nu werd Toskane in het koninkrijk Etrurië herschapen en kwam onder het bewind van den infant Lodewijk van Parma. Door het verdrag van Fontainebleau van den 27sten October 1807 tusschen Frankrijk en Spanje werd Etrurië door dit laatste tegen het noorden van Portugal aan Frankrijk afgestaan en door het decreet van den 24sten Maart 1808 met dit rijk vereenigd. Den 2den Maart 1809 verkreeg Napoleon's zuster Elisa Bacciochi den titel van groothertogin van Toskane. Na den val van Napoleon in 1814 werd dat land aan aartshertog Ferdinand teruggegeven, daarbij werd door de Weener slotakte van 1815 het prinsdom Piombino, het vroeger tot Napels behoorende Stato degli Presidj, het eiland Elba en het opvolgingsreclit in Lucca gevoegd. Ferdinand III overleed den 18den Juni 1824 en werd opgevolgd door zijn zoon Leopold II, die, ondersteund door zijn minister, graaf Fossombroni, in den geest van zijn vader en grootvader regeerde. Het aanleggen van wegen, het droogmaken der Maremmen, de vergrooting der haven van Livorno, tentoonstellingen van nijverheid en reorganisatie van het onderwijs gaven getuigenis van de goede bedoeling der regeering. Sedert den dood van Fossombroni (1844) echter openbaarde zich de reactionnaire invloed van Oostenrijk ook in Toskane. Na de

Sluiten