Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorde onder de FrmscheMerovingersenKarolingers tot het koninkrijk Austrasië, werd vervolgens door eigen graven geregeerd en verviel na het uitsterven van het gravenhuis (1136) aan Lotharingen, doch bleef een Duitsche rijksstad, waarover de hertogen van Lotharingen slechts de beschermheerschappij hadden. Li 1652 werd de stad door koning Hendrik II van Frankrijk, ten gevolge van zijn verbor.d met keurvorst Maurits van Saksen tegen Karei V, tegelijk met Metz en Verdun bezet en bij den Vrede van Münster (1648) aan Frankrijk afgestaan. Het bisdom Toul, dat in 410 was gesticht, bestond tot 1807. In den oorlog van 1870 werd Toul den 16den Augustus door het 4de Duitsche korps tevergeefs aangetast, van den 12den September af door het 13de korps onder den hertog van Mecklenburg belegerd, omdat men daardoor de eenige spoorweglijn van den Rijn naar Parijs in handen kon krijgen, en den 238ten September, na een hevig bombardement, dat 8 uren aanhield, bij capitulatie ingenomen.

Toula, Franz, een Oostenrijksch aardrijkskundige, geboren den 20sten December 1845 te Weenen, studeerde sedert 1865 aan de technische hoogeschool en daarna aan de universiteit aldaar. Hij werd er in 1868 adsistent bij Hochstetter, in 1872 leeraar aan de burgerschool, in 1875 privaatdocent in de palaeontologie aan de technische hoogeschool, in 1880 buitengewoon en in 1884 gewoon hoogleeraar in de mineralogie en in de geologie. Hij deed een groot aantal wetenschappelijke reizen door Europa, waarvan hij de resultaten in verschillende vaktijdschriften openbaar maakte. Van zijn werken noemen wij: „Lehrbuch der Geologie"(2lie druk, 1906), „Streiflicliter auf die Technikerfrage und die Technische Hochschule in 'Wien"(2lle aruk, 1908) en „Geologische Untersuchungen im östlichen Balkan"(1896). Verder bewerkte hij met Bisching de llde—19<ie dmk van den „Leitfaden für Mineralogie und Geologie" van Hochstetter en Bisching.

Toulon of Toulon sur Mer, een arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Var, bezit een belangrijke oorlogs- en handelshaven, is een vesting van den eersten rang en het station der Fransche Middellandsclie Zeevloot, ligt op den achtergrond van een diepe baai, wier toegang door de schiereilanden Cêpet en Cicié gesloten wordt, aan den spoorweg van Marseille naar Nizza. De muren, die vroeger alleen de eigenlijke oude stad met haar enge straten omgaven, zijn thans uitgezet en sluiten een nieuwe stadswijk met breede straten en fraaie bouwwerken in. Ten zuiden van Toulon ligt de voorstad Le Mouxillon. De belangrijkste straten en pleinen zijn: de Boulevard Strasbourg, de Cours Lafayette, de Place de la Liberté met een fraaie fontein, de havenkade met een standbeeld van den genius van de scheepvaart, de Place d'Armes en het stadspark. Tot de belangrijkste gebouwen behooren: de voormalige kathedraal Ste. Marie Majeure, de kerken St. Louis, St. Franpois de Paule en St. Pierre, het stadhuis, de prefectuur van de marine, het museum, de bibliotheek en de nieuwe schouwburg. Het aantal inwoners van de gemeente bedraagt (1906) 103 549. Toulon is de zetel van eenige rechtbanken, van een marineprefect en van een i Kamer van Koophandel en bezit een lyceum, een geneeskundige school, een school voor scheepsdocto- ■ ren, de Ecole Rouvière (voorbereidende school voor • scheeps- en machinebouw), een marine-artillerie- ]

i school enz., een stedelijke bibliotheek, een marine■ bibliotheek, 2 schouwburgen, een museum en een observatorium. Handel en nijverheid zijn, afgezien van het marine-arsenaal, niet van zeer veel belang. In 1901 liepen 294 schepen van 146 496 ton de haven binnen, terwijl 243 schepen van 140 526 ton haar verlieten.

Als oorlogshaven neemt Toulon in Frankrijk den tweeden rang in (na Brest). De haven is zeer veilig en wordt door onderscheiden vestingwerken verdedigd. Zij omvat de Darsevieille (16 H.A., gedeeltelijk voor handelsschepen bestemd) en de Darse neuve (alleen voor oorlogsschepen), ten O. daarvan bevindt zich de handelshaven (Port de la Rode), in 1837 aangelegd. Het belangrijkst maritime etablissement van Toulon is het arsenaal, in 1680 naar het ontwerp van Vauban aangelegd, dat een oppervlakte van 270 H.A. beslaat en aan 12000 arbeiders werk verschaft. Vóór het arsenaal verheft zich een monumentale poort (van 1738) met standbeelden van Mars en Bellona. Door een voorportaal bereikt men het binnenplein, door het groote mazagijn, de touwslagerij, de ijzergieterij, de pletterij, het artilleriepark, het museum, de wapenzaal, de modellenzaal enz. Op de eilandenkade tusschen het oude en het nieuwe havenbasin van de oorlogshaven bevinden zich 3 dokken en het voormalige bagno, dat thans dient tot depöt van misdadigers, die tot deportatie naar Cayenne en Nieuw-Caledonië veroordeeld zijn. Aan de oorlogshaven sluit zich ten W. het bassin van Castigneau aan, dat er door de kadeDe la Garniture van wordt gescheiden. Hier vindt men een slagerij, een bakkerij, ketelmakerijen, een torpedofabriek en ijzergieterij, groote victualiënmagazijnen en kolendepöts. Nog verder westelijk is het nieuwe bassin van Missiessy aangelegd. In de zuidoostelijke voorstad Mourillon ligt eveneens een afdeeling van het arsenaal met groote magazijnen van scheepstimmerhout en metaal, onderscheiden werkplaatsen en de marinekazerne. Tot de marine-etablissementen behoort verder het matrozenhospitaal van St. Mandrier op het schiereiland CépetNiet ver van hier verrijst een pyramide ter gedachtenis van den admiraal Latouche-Treville en meer westwaarts heeft men het lazaret der quarantaine. De reede, de haven en de stad zijn door talrijke kustbatterijen, redouten en forten beveiligd. Om het binnenvallen in de havens gemakkelijk te maken, zijn er onderscheiden vuurtorens geplaatst. De voorstad Mourillon bezit zeebadinrichtingen.

Fraaie punten in de omgeving zijn het fort La Malgue met een prachtig uitzicht, de berg Faron, het schiereiland Sicié met de stad La Seyne sur Mer, de hoog gelegen plaats Six-Tours, het voorgebergte Sicié en het schiereiland Cépet.

Toulon was reeds als Grieksche kolonie onder den naam Telonion (Telo Martius) bekend door zijn ververijen. In de 10de en 12de eeuw had zij veel te lijden van de invallen der Saracenen. Vervolgens deelde zij in de lotgevallen van Provence. In 1524 werd zij ingenomen door den connétable de Bourbon en in 1536 door Karei V. Gedurende den Spaanschen Successie-oorlog werd zij in 1707 door de troepen der Verbonden Mogendheden onder hertog Victor Amadeus van Savoye en prins Eugenius te land en van de zeezijde door de Engelsch-Nederlandsche vloot gebombardeerd en grootendeels in de asch gelegd, maar niet veroverd. In 1744 behaalden de En-

Sluiten