Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Balliot College aldaar tutor. Hij overleed te Wimbledon den 98en Maart 1883. Na zijn dood verscheen: „Lectures of the industrial revolution of the XVIII. century in England" (1884). Hij bracht zijn vacanties steeds onder de armsten in Londen door om hen te helpen, te onderrichten en hun materieelen en zedelijken toestand te verbeteren. Na zijn dood stichtten in 1884 zijn vrienden te Whitechapel de Toynbee Club, die het middelpunt werd van alle pogingen tot verbetering van den toestand van het volk. Zie ook Toynbeewerk.

Toynbeewerk noemt men het werk, dat in navolging van de Toynbee Club (zie Toynbee) in verschillende landen wordt gedaan om den toestand en vooral de intellectueele ontwikkeling van de lagere volksklassen te verbeteren. Reeds voordat de Toynbee Club gesticht werd, had men zich in Amerika met dergelijk werk beziggehouden.

De Toynbeevereenigingen trachtten hun doel o. a. te bereiken door het geven van onderwijs, het

nouaen van vooraracnten, gezellige bijeenkomsten enz. Ook hebben zij dikwijls eigen leeszalen en leesbibliotheken. Om aan het Toynbeewerk het philanthropisch karakter te ontnemen, wordt voor alles een vergoeding, die echter uiterst klein is, gevraagd. In ons land was de eerste grootere vereeniging van dien aard de stichting Ons Huis (zie aldaar) te Amsterdam.

Tr. is bij opgaven van den alkoholmeter de schaal volgens Tralies, bij diernamen is het een verkorting voor Friedrich Treilschke (1776—1842) of voor Franz Hermann Troschél (1810—1882).

Traagheid of Inertie is de eigenschap der lichamen, om in den toestand van rust of beweging, waarin zij zich bevinden, te volharden, zoolang geen kracht daarin verandering brengt. Dit is met betrekking tot de lichamen, die in rust zijn, volkomen duidelijk. Dat het echter ook geldt voor lichamen, die in beweging zijn, wordt duidelijk,

aoor op te merKen, dat de snelheid van die beweging vermindert en eindelijk gelijk nul wordt, m. a. w. dat het voorwerp tot rust komt, doordat het de kracht der wrijving bij zijn beweging moet overwinnen. Evenzoo kan ook de richting, waarin zich een voorwerp beweegt, slechts door de werking van een kracht worden gewijzigd. Deze wet der traagheid, door Galilei in 1638 geformuleerd, vormt met het krachtbegrip, waarin zij eigenlijk besloten ligt, den voornaamsten grondslag van de mechanica.

Traagheidsmoment is de naam van een begrip, dat in de mechanica veelvuldige toepassing vindt. Men denke aan een hefboom zonder

gewicht (zie de afb.), welke draaibaar is om o, op den afstand 1 de kracht p en de massa m aangebracht. Met den draaiingshoek a(inboogmaat) komt dan een hoeksnelheid q> en met den arbeid d a een ar¬

beidsvermogen van beweging = 1/2 m </.2 overeen. Brengt men nu inplaats van m op den afstand r een massa /a aan, zoodanig, dat de hoeksnelheid cp niet veranderd wordt, dan komt met dezelfde arbeid p a het arbeidsvermogen van beweging */, /a, (r ip)2 overeen. Hieruit volgt, dat m = fi r2. Het traagheidsmoment (,u r2) van een massa [i op den asafstand r stelt dus de waarde voor van de massa (m),

Traagheidsmoment.

welke, aangebracht op den afstand 1, aan de beweging niets zou veranderen. Bestaat nu een om een as draaibaar lichaam uit de massadeeltjes m,, m2, m, enz. met de asafstanden r„ r2, r3 enz., dan is het traagheidsmoment van dat lichaam gelijk aan nij r, 2+ m2 r2 2-f- m3 r3 2+ enz.,wat men gewoonlijk voorstelt door .Smr2.

Traan is de vette olie, bereid uit het spek van walvisschen, potvisschen, dolfijnen enz., robben en visschen. Men onderscheidt walvischtraan, robben traan en visch traan; de eerste wordt bereid uit het spek van den Groenlandschen walvisch, den potvisch enz., de tweede uit dat van robben, walrussen en zeehonden, de laatste uit de lever van kabeljauwen, haaien, roggen en tonijnen, verder uit haring, sprot, sardijnen enz. Versch spek levert heldere traan met een zachten smaak en reuk, uit ouder spek verkrijgt men een donkerbruine soort van traan met een scherpen smaak en reuk. Men smelt het spek door middel van stoom, reinigt de traan door ze tot 100° C. te verwarmen en dan te laten nfVnplpn H nnr 70

met andere stoffen, als run of catechu, te vermengen of door ze met kopervitriool, aluin, loodsuiker of chloorkalk te behandelen. Alle traansoorten zijn glyceriden en bevatten naast oleïne, palmitine en stearine ook glyceriden van valeriaanzuur en andere vluchtige zuren. Het soortelijk gewicht bedraagt 0,916—0,930, bij lagere temperaturen wordt vet uitgescheiden. Men gebruikt de traan in de looierij, tot schoensmeer, om te branden enz. Zie ook Levertraan.

Trabert, Wilhelm, een Duitsch meteoroloog, geboren den 17den September 1863 te Frankenberg in Hessen, was van 1890—1902 werkzaam aan het centraal instituut voor meteorologie te Weenen, het laatst als secretaris, en werd in 1902 hoogleeraar te Innsbrück en in 1908 hoogleeraar en directeur van het centraal instituut te Weenen.

Ui] schreel een groot aantal verhandelingen, vooral in de „Meteorologische Zeitschrift". Verder schreef hij: „Donau-Studien" (1893), „Meteorologie" (2"e druk, 1901), „Isothermen von Österreich" (1901), „Ergebnisse der Beobachtung des niederösterreichischen Gewitterstationsnetzes im Jahre 1901" (1903) en „Meteorologie und Klimatologie" (in „Die Erdkunde", Weenen 1905).

Trachea. Zie Luchtpijp.

Tracheeën is de naam van de ademhalingsorganen bij in sekten, duizendpooten en sommige spinachtige dieren. Het zijn dunne buizen, waarvan de wanden uit cellen en uit een van deze afgescheiden chitinelaag bestaan. Deze chitinelaag is in de fijnste buisjes glad, bij de grovere is zij van een draadvormige, spiraalachtige verdikking voorzien, waardoor de buisjes steeds open blijven. Elke trachee begint in de huid met een luchtgat (stigma), waarachter zich meestal een inrichting bevindt, die de opening kan sluiten; daarna vertakt zii zich in Vipt inwpnHiorp \rnn v.ot

lichaam. De allerfijnste buisjes omspinnen alle

organen en ciringen daarin door, zoodat de lucht overal heengevoerd wordt. In enkele gevallen,

biiv. bii de larven van waterinffpra nnthrplron

de stigma's, meestal bevinden zich dan een aantal tracheeën op een plaats, die slechts met een dunne huid bedekt is, en werken dan als kieuwen (Tra-

uieeennieuwen). jdij andere insectenlarven zijn

Sluiten