Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommige tracheeën open, andere gesloten. Bij sommige spinachtige dieren liggen een aantal buizen dicht bij elkander op de wijze van de bla,deren van een boek (Tracheeënlvngen of Waaiertracheeën).

Tracheïeden zijn bij planten vaatvormige cellen, die zich van de tracheeën of echte vaten daardoor onderscheiden, dat zij geheel en al gesloten zijn. Zij bevatten geen protoplasmabuis. In hun binnenste vindt men water of lucht. Zij vormen het voornaamste bestanddeel van liet hout van coniferen en cycadeeën en komen bij vele monocotylen en varens voor.

Tracheïtes. Zie Luehtpijpziekten.

Trachelidae is de naam van een familie van afgietseldiertjes, waartoe een aantal tamelijk groote dieren behooren. Het lichaam is sterk aan vormverandering onderhevig, is met een dichte rij trilharen bekleed en zet zich voorbij den mond tot een verlengstuk voort. Zie verder Afgietseldiertjes.

Tracheotomie, Bronchotomie of Luchtpijpsnede is het openen van de luchtpijp door in haar voorwand een snede te maken. Zij geschiedt, wanneer het strottenhoofd geen voldoenden toegang verleent aan de lucht, welke voor de ademhaling noodig is, zoodat de lijder met verstikking wordt bedreigd. Het meest wordt deze operatie toegepast bij croup en diphtheritis van het strottenhoofd; ook bij vernauwing van het strottenhoofd door gezwellen heeft zij dikwijls plaats. De tracheotomie is op zichzelf geen gevaarlijke operatie; het betrekkelijk hooge sterftecijfer is geen gevolg van de operatie, doch van het gevaarlijke der aandoening. Heeft men de opening gemaakt, dan plaatst men daarin een gebogen zilveren buis, waardoor de luchtstroom inen uitgeademd wordt. Zijn de hindernissen uit het strottenhoofd weggeruimd, dan verwijdert men de buis en zoekt de luchtpijpfistel te genezen. Tegenwoordig past men in plaats van de tracheotomie dikwijls de intubatie of tubage toe. Hierbij wordt een buis uit caoutchouc of metaal van uit den mond in het strottenhoofd gebracht, zonder dat de luchtpijp wordt doorgesneden.

Bij dieren, vooral bij groote huisdieren, inzonderheid bij het paard, wordt de tracheotomie dikwijls uitgevoerd, meestal met zeer gunstige resultaten.

Trachiet is de naam van een licht grijs of licht rood eruptief gesteente, dat steeds monokliene sanidienveldspaat, docli geen kwarts bevat. Verder bevat het gestreept trikliene veldspaat, terwijl van de drie mineralen augiet, hoornblende en magnesiaglimmer een of twee, soms ook alle drie voorkomen; ook magneetijzer komt voor, olivien ontbreekt. Meestal liggen afzonderlijke grootere stukken als tafelvormige kristallen in een grondmassa, die voor het bloote oog bijna homogeen met het trachiet schijnt. Chemisch is de samenstelling armer aan kiezelzuur dan rhyolieth, doch rijker dan basalt. Het doorbreken van het eigenlijke trachiet had me«st in de tertiaire periode plaats. Het gesteente vormt meest klokvormig gewelfde of domvormige bergen, doch ook wel spitsere kegels. Het komt als zoodanig voor in het Zevengebergte, het Westerwoud, Stiermarken, noordelijk Hongarije en Zevenburgen,

Middel- en Beneden Italië, Auvergne, Perzië, Klein-Azië, Noord- Amerika enz. Ook treft men trachiet in de lavastroomen van werkzame of uitgedoofde vulkanen aan. Deze soort noemt men trachietlava. Onder bepaalde omstandigheden kan trachiet ook in obsidiaan of puimsteen overgaan.

Trachietlava. Zie Trachiet.

Trachinidae of Pietervisschen is de naam van een familie van vleeschetende kustvisschen van geringe grootte uit de orde der Beenvisschen (Teleostei), onderorde der SteJcelvinnigen (Acanthopterygii).

De voornaamste kenmerken dezer familie zijn: het bezit van een langgerekt, zijdelings samengedrukt lichaam, met zeer kleine lichaamsholte; een uitpuilende kop met scheef naar boven gerichten mond en hooggeplaatste oogen; kleine kegelvormige tanden in beide kaken en gehemelte; twee rugvinnen, waarvan de voorste kort en stekelig is en soms ontbreekt, de achterste zeer lang is en weeke, gelede vinstralen bezit; een zeer lange anaalvin met gelede stralen, welke tot de goedontwikkelde staartvin nadert; een paar buikvinnen, welke gewoonlijk vóór de borstvinnen zijn aangehecht en door één stekel en 5 stralen gesteund worden; een naakte huid, bij enkele geslachten evenwel bedekt met schubben. Zij worden in alle zeeën aangetroffen, sporadisch echter in de Noordelijke IJszee en bewonen bij voorkeur een vlakken, zandigen zeebodem. Hoewel het vleesch van enkele geslachten zeer goed smaakt, zijn zij voor de visscherij niet van groote beteekenis. Hoofdzakelijk worden zij in gerookten toestand in den handel gebracht. De voornaamste geslachten,welke tot deze familie behooren, zijn;

1. Trachinus (Pietermannen). Hiertoe behoort de ook in de Noordzee veelvuldig voorkomende Pieterman (Trachinus draco). Deze heeft de gewone kenmerken der familie; bovendien dragen de kieuwdeksels stekels. De voorste rugvin is kort en bevat 6 harde stralen, waarmee het dier zeer pijnlijke en gevaarlijke verwondingen kan veroorzaken; de tweede rugvin en de anaalvin zijn lang. De naakte huid is grootendeels roodachtig grijs van kleur, naar de rugzijde in bruin, naar den buik in wit overgaand en overal met donkere wolkjes gemarmerd. Op de kieuwdeksels, de schouders en in de oogstreek bevinden zich blauwachtige gekromde strepen; op de zijden en den buik geelachtige strepen. De Pieterman is een echte roofvisch. Zijn voedsel bestaat uit garnalen en kleine vischjes. In Juni en Juli begeeft hij zich van het diepere water naar de kusten, teneinde daar kuit te schieten. Vooral op warme zomerdagen kan men groote scholen van deze visschen langs de kust zien trekken. Voor amateur-visschers is hij een welkome vriend.

In Frankrijk mogen, ingevolge wettelijk voorschrift, alleen Pietermannen met afgesneden rugvin aan de markt gebracht worden. De Pieterman wordt ongeveer 30 c.m. lang. Zijne economische beteekenis kan eenigszins blijken uit het volgende: In de visschershaven te IJmuiden werd in het jaar 1909 ongeveer 800.000 kg. pieterman aangevoerd, welke aan den Rijksvischafslag ongeveer 50.000 gld. opbracht. Bijna uitsluitend wordt hij in gerookten toestand in den handel gebracht.

De Kleine Pieterman (Trachinus vipera) verschilt van den Pieterman door een platteren kop en meer

Sluiten