Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Triasformatie of Trias vormt de onderste der mesozoische formaties en ligt onder de Jura. Zij ontleent haar naam aan de drie afdeelingen, waarin zij onderverdeeld kan worden, n.1. bonte zandsteen, schelpenkalk en keuper. Zij is ver over de aarde verbreid en vormt in Europa dikke lagen van kalkachtig-dolomietische gesteenten, met vele fossielen, in de Alpen, de zuidelijke schiereilanden en Duitschland, verder in Centraal-Azië, Siberië, VoorIndië, Japan, Nieuw-Zeeland en westelijk N. Amerika. Eruptieve gesteenten komen er weinig in voor. Van plantenresten zijn vooral kalkalgen, equisetacëen, sycadeeën en coniferen goed vertegenwoordigd ; van dieren treft men er behalve plaatselijk brachyopoden, tweeschelpige weekdieren, gastropoden en echinodermen,vooral koralen, zeesauriërs en labyrinthodonten, benevens de eerste zoogdieren (buideldieren) en echte ammonieten in aan.

Triberg' of Tryberg, een stad in het Zwarte Woud, ligt in het distrikt Villingen in Baden aan de Gutach en aan een spoorweg, 685 m. boven den zeespiegel. Men vindt er een Protestantsche kerk, een Engelsche kerk, 2 Roomsch-Katholieke kerken, een gedenkteeken van Gerwig, een hoogere burgerschool, een school voor nijverheid, een permanente tentoonstelling van voortbrengselen van nijverheid uit het Zwarte Woud, een rechtbank enz. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 3717.De nijverheid bestaat voornamelijk in het vervaardigen van uurwerken en van deelen daarvan het maken van houtsnijwerk en het brouwen van bier. Triberg wordt jaarlijks door ongeveer 12 000 badgasten bezocht. Boven Tribery ligt de waterval Fallbach (160 m. hoogte). De Schwarzwaldbaan gaat ten O. van Triberg tusschen Nuszbach en Sommerau over het gebergte. De stad kwam in 1654 aan Oostenrijk en in 1806 aan Baden.

Tribonianus, een beroemd Romeinsch rechtsgeleerde, geboren te Side in Paphlagonië, was eerst pleitbezorger en werd onder keizer Justinianus quaestor sacri palatii, magister officiorum, praefectus praetorio en consul. Met de bekwaamste rechtsgeleerden van zijn tijd bezorgde hij van 630—534 de Justiniaansche codificatie van het Romeinsch recht. Hij overleed in 545.

Tribrachys is een versvoet van drie korte lettergrepen (•—' •—

Tribuna is do naam van het hoofdorgaan van de liberale regeering in Italië, die sedert 1901 onder Zanardelli, Gwlitti en Fortis de macht in handen had. Zij werd in 1883 te Rome door prins Sciarra opgericht en kwam in 1900 in het bezit van den senator Roux.

Tribunaal was bij de Romeinen een hooge plaats, waar de magistraat, inzonderheid de praetor, op de sella curulis gezeten, het recht handhaafde. Thans wordt dit woord gebruikt in den zin van gerechtshof.

Tribunaal des hemels (Tribunale de cieló) was de naam van een geheime vereeniging in Italië, die vooral te Rome, Florence en Venetië veel aanhangers telde. Zij werd ten onrechte met de Illuminaten (zie aldaar) en de Vrijmetselaars (zie aldaar) in verband gebracht. Naar men wil, oefende deze vereeniging een soort staatkundige inquisitie uit en ruimde de schuldigen door dolk en vergif uit den weg.

Tribus is in de eerste plaats de naam van de drie stammen van het oorspronkelijke (Patricische)

Romeinsche volk, van die der Ramnes, Tities en Luceres, van welke de eerste uit het volk van P.omulus, de tweede uit de vervolgens onder Titus Tatius met dat volk vereenigde Sabijnen en de derde, naar men veelal meent, uit Etruscers bestond. Deze indeeling bleef later in de 4 patricische riddercenturiën bewaard, in het burgerlijk leven alleen in de onderverdeeling in curiën (zie Curia). Elke tribus had zijn eigenaardige offeranden en gewijde plechtigheden, die door de tribuni en curiones werden bestuurd.

Iets anders zijn de tribus, die volgens de overlevering door Servius Tullius werden ingesteld en het geheele volk, de Patriciërs in Plebejers, omvatten. Sedert 241 v. Chr. waren er 35 zulke tribus, en wel 4 stedelijke (tribus urbanae) en 31 landelijke tribus (tribus rusticae). Op grond van deze indeeling ontstond een bijzondere soort vergadering, waarvan de besluiten aanvankelijk alleen voor de plebejers, sedert 287 voor het geheele volk (comitia tributa) golden. Deze vergaderingen hadden een democratisch karakter. In den tijd van de keizers werd de indeeling tot de steden beperkt en verloor alle beteekenis.

Tribuun (Tribunus) was bij de Romeinen aanvankelijk de hoofdman van een tribus (zie aldaar), later in het algemeen elk hoofd van een afdeeling van een grootere gemeenschap. Zoo had men de tribuni acrarii, die in een tribus de belasting heffen en de soldaten daarvan moesten betalen, de tribuni celerum, onder de koningen de hoofdmannen van de ruiterafdeelingen, de tribuni militum, die het opperbevel voerden over een legioen, enz. Van veel belang waren de tribuni ylébis of volkstribunen. Laatstgegenoemden werden in 494 v. Chr. ingesteld, nadat de plebejers geweken waren naar den Heiligen Berg; zij dienden om het volk tegen misbruik der consulaire macht te beveiligen en werden sedert 471 door de comitia tributa gekozen, eerst ten getale van 2, toen van 5 en sedert 457 van 10. Waar de vrijheden en belangen des volks bedreigd werden, hadden zij, als vertegenwoordigers, het recht, met hun „veto" (ik verbied) tusschen beide te komen. Zij waren onschendbaar (sacrosancti). Na de opheffing van het onderscheid tusschen Patricische en Plebejische volksvertegenwoordigers vertegenwoordigden zij het lagere volk. Zij werden bij voortduring uit de Plebejers gekozen. In 81 werd hun macht door Sulla beperkt. Augustus trok de macht van de tribunen geheel aan zich. Het ambt verloor in de 3ae eeuw zijn beteekenis geheel en al. Het in 1799 in Frankrijk ingevoerde Tribunaat, bestond uit 100 leden en oefende met het Wetgevend Lichaam de wetgevende macht uit. Het Tribunaat beraadslaagde over de wetsontwerpen, het Wetgevend Lichaam kon ze aannemen of verwerpen. In 1804 werd door een senaatsbesluit de macht van het Tribunaat belangrijk verminderd, in 1807 werd de geheele instelling opgeheven.

Tribuut (Tributum) of Schatting noemde men de belasting, welke het Romeinsche volk voor den oorlog moest opbrengen. Oorspronkelijk was deze belasting hoofdelijk, later werd zij in verhouding tot het vermogen geheven (tot 168 v. Chr.), later werd in de provincies de tributum capitis geheven, die weder hoofdelijk was. Sedert Maximinianus was tribuut de naam voor de algemeene rijksbelasting. Thans gebruikt men het woord tribuut veelal in de beteekenis van oorlogsschatting, die betaald moet worden door een overwonnen volk.

Sluiten