Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans vindt men slechts sporen van haar bestaan bij het dorp Damala.

Troglodyten of Holbewoners is de algemeene naam van volkeren, welke zich op een zeer lagen trap van ontwikkeling bevonden en hun verblijf hielden in holen in den grond of in van aarde opgeworpen hutten. Men gaf in de Oudheid den naam van Troglodytica of Land der Holbewoners inzonderheid aan de kust van het hedendaagsch Abessinië, van Berenice af zuidwaarts.

Troicart of Trocar, eigenlijk troisquarts, is een heelkundig instrument, bestaande uit een perforateur of priem,wiens punt drie snijdende kanten heeft, terwijl zich aan het andere uiteinde een houten handvatsel bevindt. Die priem wordt in een zilveren of koperen scheede (canule) gestoken, die echter de punt onbedekt laat, doch deze zóó juist omsluit, dat zij zonder belemmering in de door de punt veroorzaakte wond doordringt. Is de priem ver genoeg in een of andere met water of etter gevulde lichaamsholte gestoken, dan haalt men haar uit de canute, zoodat door deze het vocht wegvloeit. Men heeft rechte, kromme en platte troicarts, en men bezigt ze tot wateraftapping en tot het ledigen van abcessen.

Troika of driespan noemt men in Rusland een licht luxerijtuig, dat met 3 paarden bespannen is. Het middelste paard draaft onder een hoog juk, de beide zijpaarden galoppeeren.

Troïlos, volgens de overlevering de jongste zoon van koning Priamos en Hékabe, werd door Achilles gedood.

Troina, een stad in de Italiaansche provincie Catania op Sicilië, ligt 1110 m. boven den zeespiegel op een rotsachtige hoogte aan de zuidzijde van het Nebrodisch gebergte en aan den rechter oever van de Troina, een zijrivier van de Simeto. Het aantal inwoners bedraagt (1901) 11 611. Troina werd in 1062 door de Noormannen onder Roger ingenomen. In 1081 werd aldaar het eerste Katholieke bisdom op Sicilië gesticht.

Troizk, een arrondissementshoofdstad in het Russische gouvernement Orenburg aan de Mi en de Oewelka, telt (1900) 23 293 inwoners en bezit 3 Grieksche kerken, 2 moskeeën, een stedelijke bank, een verkooplokaal, 2 gymnasiën, waarvan een voor meisjes, een aantal korenmolens en leerfabrieken. De handel is van veel belang.

Troizko-Sergiewsch klooster of Troizko Sergiewskaja Lama, het grootste, rijkste en beroemdste klooster van het Russische rijk, ligt in het distrikt Dmitrow van het gouvernement Moskou, 70 km. van Moskou verwijderd, aan den spoorweg van Moskou naar Jaroslaw, in het dorp Sergiewski Possad (zie aldaar). Het gelijkt wegens zijn hooge muren, torens, wallen en grachten op een vesting en bevat een keizerlijk paleis, de woning van den metropolitaan, 12 kerken, een academie voor geestelijken met een belangrijke bibliotheek, een godgeleerd seminarium, een lagere school voor kinderen van behoeftigen, een verkoophuis, groote tuinen enz. De grootste en fraaiste kerk is de Oespinski-kerk, aan de verheerlijking van Maria gewijd, met vijf vergulde koepels en de praalgraven van czaar Boris Godoenow, zijn vrouw en kinderen. De kleine Drievuldigheidskerk (Troizky Chram) bevat de zilveren doodkist van den heiligen Sergius en twee heiligenbeelden. Men zegt, dat het klooster een schat van 600 millioen zilveren roebels bezit. Het had in 1764, bij de verbeurdver¬

klaring der kloostergoederen, 106 608 lijfeigene boeren. Het klooster werd in 1338 door den heiligen Sergius gesticht. Het was zóó sterk, dat het van den 29sten September 1608 tot den 12dcn Januari 1610 door de Polen en den betman Sapieha en ook in 1615 door den Poolschen prins Wladislaus vruchteloos belegerd werd. Hier vonden in 1685 de czaren Iwan en Peter een veilige wijkplaats bij den opstand der Strelitzen. Laatstgenoemde maakte van uit dat klooster een einde aan de heerschappij van zijn zuster Sophia.

Trojaansche oorlog is de naam van den oorlog, die volgens de overlevering tusschen de Grieken en de bewoners van Klein-Azië van 1193—1184 v. Chr. werd gevoerd. De sage deelt daaromtrent het volgende mede: toen Paris, de tweede zoon van Priamos, koning van Troje, met overtreding van het gastrecht, de gemalin van Menelaos, koning van Sparta, de door Aphrodite voor hem bestemde II elena geschaakt had, weigerde Priamos aan een deswege naar hem afgevaardigde gezantschap haar uitlevering. Daarop besloten de Grieksche vorsten, door wraakzucht geprikkeld, tot een tocht naar Troje. De voornaamste helden, die zich daartoe vereenigden, waren Menelaos en zijn broeder Agamemnon, Odysseus, Diomedes, Achilles, Patroklos, Nestor, Ajax (de zoon van Oileos) en Ajax (de zoon van Telamon), Philoktetes en Idomeneus. Zij vereenigden zich te Aulis in Boeötië en kozen Agamemnon tot aanvoerder. Na eenig oponthoud, door windstilte veroorzaakt (zie Iphigenia), vertrok de vloot naar de kust van Klein-Azië. Inmiddels hadden de Trojanen hun stad versterkt. Hun bondgenooten waren de Macedoniërs, Thraciërs, Assyriërs en Aetliiopiërs, hun voornaamste held was Hektor, de oudste zoon van Priamos. Negen jaren duurde de strijd, zonder een beslissende uitkomst; in h et 10de jaar ontstond er een twist tusschen Agamemnon en Achilles (zie aldaar), waarna deze het leger verliet. Reeds gaven vele Grieken den raad, den terugtocht aan te nemen, maar na het sneuvelen van Hektor ging Troje zijn ondergang tegemoet. Na een uitspraak van het orakel slopen Diomedes en Odysseus in de stad en roofden uit den tempel van Athene het aan haar geheiligde beeld (het Palladium), waarna de voorspoed de zijde der Trojanen verliet. Daarop deden de Grieken, op raad van Odysseus een reusachtig groot houten paard vervaardigen, in welks lichaam zich een uitgelezen schaar van strijders verschool. De Grieken begaven zich daarop aan boord en verlieten des nachts de kust. Toen de Trojanen dit den volgenden dag zagen, liepen zij bij hoopen buiten de stad en verbaasden zich over dat zonderlinge paard, totdat een Griek, Sinon genaamd, die zich schijnbaar in het riet zocht te verschuilen, hun overhaalde het paard als een geschenk voor Athene in de stad te voeren. Het noodlottig uiteinde van Laokoon (zie aldaar), die zijn medeburgers waarschuwde, vernietigde allen argwaan; een gedeelte van den muur werd afgebroken om het reusachtig gevaarte binnen de stad te brengen, waar men het naast den tempel van Athene plaatste. Gedurende den nacht verlieten de Grieken het paard en openden de poort, terwijl inmiddels de Grieksche schepen naar de kust waren teruggekeerd. Groot was het bloedbad, de stad werd in brand gestoken en geplunderd, de inwoners als slaven meegevoerd. Slechts een kleine schaar van Trojanen, onder aanvoering van Aeneas, slaagde er in, zich door de vlucht te redden en in Italië een nieuw vaderland te

Sluiten