Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1896 werd hij tot directeur van de koninklijke nationale galerij benoemd. Door zijn toedoen werd deze tot de belangrijkste van de moderne galerijen van Europa. Aan de Duitsche eeuwtentoonstelling van 1906 nam hij een levendig aandeel. Over deze tentoonstelling gaf hij, evenals over de op zijn initiatief tot stand gekomen Menzeltentoonstelling van het voorafgaande jaar, prachtwerken uit. Met Pulssky gaf hij den tekst van „Die Landesgemaldegalerie in Budapest" (1883) uit, met Bode de „Beschreibung der Bildwerke der christlichen Epoche in den königlichen Museen zu Berlin" (1888). Verder schreef hij: „Edouard Manet" (1902), „Die Werke Böcklins in der königlichen Nationalgalerie zu Berlin" (1901),, ,Aus Menzels jungen Jahren" en een aantal belangrijke artikelen. Sedert 1894 leidt hij met Thode het „Repertorium für Kunstwissenschaft", sedert 1906 geeft hij met Gurlitt o. a. „Das Portrat" uit.

Tschudl, Clara, een Noorweegsch schrijfster, geboren den 9den September 1856 te Tönsberg in Noorwegen, uit Zwitsersche ouders, werd te Berlijn en te Dresden als zangeres opgeleid, doch legde zich daarna op de letterkunde toe. Zij schreef: „Kvindebevaegelsen" (1885), „Tre Nutidskvinder" (1887, karakteristieken van Camilla Collet, Lina Morgenstern en G. Guiïlaume Schack), historische levensbeschrijvingen van keizerin Hugenie (1889), Maria Antoinette (3 dln., 1894—1896), Letitia Eamolino Buonaparte (1898), keizerin Elizabeth van Oostenrijk en van Maria Sofia, koningin van Napels, die onder den titel: „Dronninger, Keiserinder og Kongernes Moder" (3 dln., 1907—1908) verzameld werden, verder een boek over keizerin Augusta (1892), twee deelen over koning Lodewijk II van Beieren (1905—1906), een aantal kortere biografieën onder den titel „Silhouetten" (1898) en een bundel „Reisherinneringen" (1898). In 1909 werd zij tot officier de 1' instruction publique benoemd. Zij woont tegenwoordig te Gausdal in Noorwegen.

Tseng-, Y-Yong, markies van, een Chineesch diplomaat, geboren in 1839 in de provincie ITonan, behoort tot een der oudste geslachten van China. Zijn voorvader Tseng- Tsu was een der vier leerlingen van Confucius en de schrijver van het klassieke werk „Taheo". Gedurende den 12-jarigen oorlog tegen de Taiping, die in 1864 met de verovering van Nanking eindigde, vergezelde hij zijn vader Tseng- Koeo- Fan. Toen in 1879 Tsjoenghau in Livadia met Rusland het verdrag sloot over Koeldsja, dat de Chineesche regeering niet wilde erkennen, wist hij, als gezant bij het Russische hof, in 1881 de teruggave van de provinvie Ili te bewerken. Daarna benoemd tot gezant te Londen en Parijs, voerde hij van 1882—1884 de onderhandelingen met de Pransche Regeering over Tonkin. Van 1885—1886 was hij gezant te Londen en St. Petersburg en daarna lid van het Tsoeng-li-Yamen. Hij overleed den 12a™ April 1890 te Peking.

T'Serclaes, Everaert, een burger uit Brussel, verloste aan het hoofd van een handvol mannen in 1356 deze plaats uit de macht van Lodewijk van Male. In 1388 werd hij tot schepen gekozen. Als zoodanig kwam hij in verzet tegen den heer van Gaesbeek, die de rechten van Brussel wilde verkorten. Hij werd door Gaesbeeks mannen aangevallen en gemarteld, zoodat hij den 31Bten Maart

1389 overleed. In het stadhuis te Brussel vindt men een schilderij en een gedenktafel tot zijn gedachtenis.

Tsetsevlieg' (Glossina Westw.), is een insekt, dat tot de orde der Tweevleugeligen, de familie der Vliegen en de onderfamilie der Steekvliegen (stomoxys) behoort. Het zijn middelmatig groote vliegen, 7,3—13 mm. lang, met platte, tegen elkander liggende vleugels, welke vrij ver buiten het achterlijf uitsteken. Zij zijn meestal roodachtig grijs gekleurd en zien er uit of zij bestoven zijn. Het achterlijf is geel met donkere banden. Zij stoot een groote, geelachtige made uit, die zich op droge plaatsen snel verandert in een zwarte pop, waaruit na 6 weken het insekt te voorschijn komt. De tsetsevliegen leven in tropisch Afrika. Zij voeden zich met het bloed van menschen en warmbloedige dieren en vervolgen haar prooi met groote hardnekkigheid. Bij het zuigen dragen de tsetsevliegen trypanosomen over en veroorzaken daardoor verschillende ziekten. Glossina palpalis veroorzaakt de slaapziekte, Glossina morsitans de tsetseziekte. Men kent acht soorten der tsetsevlieg. Of zij alle trypanosomen overdragen is niet geheel zeker.

Tshoshi, een stad in de Japansche provincie Shimosa op het eiland Hondo, ligt aan de oostkust aan de uitmonding van de Tonegawa. Het aantal inwoners bedraagt 25 000. De voornaamste bezigheid is visscherij.

Tsinanfoe, de hoofdstad van de Chineesche provincie Shantoeng, ligt in de nabijheid van den benedenloop van de Hoangho. Zij wordt in een binnen- en in een buitenstad verdeeld en is door een sterken muur omgeven. Aan den buitenkant van den muur liggen nog aanzienlijke voorsteden. Van de voornaamste gebouwen noemen wij een groote examenhal, een Katholieke kathedraal, eenige tempels en 2 moskeeën. Het aantal inwoners wordt op 300 000 geschat. De voornaamste bezigheden zijn nijverheid en handel in zijden stoffen en glaswaren. Sedert 1904 is Tsinanfoe door een spoorweg met Tsingtau verbonden.

Tsingtau, de hoofdplaats van het Duitsche pachtgebied Kiautschou, ligt aan den ingang van de Golf van Kiautschou en telt 33 155 inwoners. De stad bezit een fraai regeeringsgebouw, een Protestantsche kerk, een gymnasium, een bibliotheek, een meteorologisch station, 3 ziekenhuizen, een slachthuis, een haven enz. De bloei van de stad is in den laatsten tijd zeer toegenomen.

Tsinling-sjan, een gebergte in China, bestaat uit twee ketens van het Kwenlungebergte en loopt in een richting van het W. naar het O. dwars door China. De hellingen zijn meest steil, de toppen bereiken over het algemeen geen grootere hoogte dan 3 000 m. In verschillende opzichten maakt dit gebergte een scherpe scheiding tusschen het N. en het Z. van China. De wegen over het gebergte verkeeren meest in een slechten toestand en worden weinig begaan.

Tsitsikar (Zizikar), de hoofdstad van Holoengkiang, de N. lijkste provincie van Chineesch Mandsjoerije, is gelegen op den linker oever van de Nonni en telt 20 000 inwoners. De stad, welke omringd is door een leemen muur, bestaat uit leemen hutten, Chineesche winkels enz. De inwoners zijn voornamelijk Chineezen, welke gedeeltelijk hierheen verbannen zijn. De plaats is

Sluiten