Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het buitenland bedroeg 294000 taels, die naar andere Chineesche havens 2 739 959 taels. In 1905 liepen 217 stoomschepen van 233 963 ton de haven binnen.

Tsjistopol, een stad in het Russische gouvernement Kazan aan de Kama, bezit o. a. een progymnasium voor meisjes en telt (1900) 20 958 inwoners. De plaats is een van de belangrijkste korenmarkten in het binnenland van Rusland.

Tsjita, de hoofdstad van de Russisch-Siberische provincie Transbaikalië en van het distrikt van denzelfden naam, ligt aan den Siberischen spoorweg, 2 km. ten N. van de Igoda. De plaats bezit alleen houten gebouwen. Men vindt er 7 Russische kerken, een Katholieke kerk, een synagoge, een gymnasium voor jongens en een voor meisjes, een schouwburg enz. Het aantal inwoners bedraagt 11032. De plaats heeft een aanzienlijken handel.

Tsjitral of Chitral, een staat in het N. W. van Britsch-Indië, die onder 't opperbestuur van Kasjmir staat, grenst aan Pamir, Afghanistan, de Noordwestgrensprovincie en Dardistan, is bergachtig en omvat het dal van den Boven-Kunar van den kam van de Hindoe-koesj tot aan de kleine vorstendommen Asmar en Dir. De oppervlakte bedraagt 59 000 v. km., het aantal inwoners 480 000. Het hooggelegen dal van den Kimar is zeer vruchtbaar en bezit een gezond, regenrijk klimaat. De voornaamste voortbrengselen zijn tarwe, gerst, ooft en wijn. De bewoners behooren tot het Kaukasische ras en zijn deels Mohammedanen, deels heidenen, die elkander voortdurend beoorlogen. Zij zijn in een aantal stammen verdeeld. De verkoop van slaven is een van de voornaamste bronnen van inkomst van den mihter of hadsjah (beheerscher). De hoofdplaats Tsjitral telt 3 000 inwoners, een tweede plaats van belang is Mastoedsj. Toen Kasjmir in 1846 een vazalstaat van Britsch-Indië werd, erkende ook Tsjitral Engelands opperheerschappij. In 1893 gaf ook de emir van Afghanistan daartoe zijn toestemming. In 1895, toen er twist over de troonsopvolging bestond, werd er een expeditie heengezonden, die na veel moeite het kleine Engelsche garnizoen, dat in het fort van Tsjitral belegerd werd, ontzette.

Tsjitsjagfow, Paul Wasiljewitsj, een Russisch admiraal, geboren in 1762, werd in 1812 admiraal, aanvaardde in Mei van dat jaar het opperbevel in plaats van Koetoesow over de Russische armee in Moldavië en sloot den 28sten Mei den vrede van Boekharest. Daarna voerde hij bevel over de derde armee in het W., veroverde in November Minsk en Borrissow, maar werd den 28s,en November aan de Beresina door Oudinot, Ney en Dombrowski geslagen en door Ney tot aan Stachowa teruggeworpen. Tengevolge daarvan in ongenade gevallen, vertoefde hij sedert dien tijd meestal in Frankrijk en Engeland, waar hij ter zijner rechtvaardiging het geschrift: „Retreat of Napoleon" (1817) in het licht deed verschijnen. Daar bij geen gevolg gaf aan de oekase van 1834, waardoor alle uitlandige Russen werden opgeroepen, werd bij uit zijn waardigheden ontzet, terwijl zijn goederen verbeurd verklaard werden. Hij overleed te Parijs den ll^en September 1849. Zijn „Mémoires inédits" (2de druk, Leipzig en Parijs, 1862) handelen over den oorlog van 1812.

Tsjittag-ong-, Tsjitragcwn of Chiiagong, de hoofdstad van het distrikt van denzelfden naam in de Britsch-Indische provincie Bengalen, ligt 19 km. van de plaats verwijderd, waar de Karnapoeli in de Golf van Bengalen uitmondt. De plaats, die uit een groep kleine dorpen bestaat, Ht (1901) 22 140 inwoners en is tengevolge van den moerassigen bodem zeer ongezond. Na Calcutta is zij de belangrijkste haven van Bengalen. Uitgevoerd worden in de eerste plaats: rijst, jute, zakken, thee en oliezaden; ingevoerd zout, garen, katoenen stoffen en petroleum.

Tsjo, Sjoe of Masti is de naam van een Japansche lengtemaat die in 60 keng verdeeld wordt. De lengte bedraagt officieel 109,09 m. Ook is het de naam van een vlaktemaat, die in 10 tang verdeeld wordt en een oppervlakte heeft van 99,1736 A.

Tsjoe of Tsjoei, een rivier in Russisch Centraal Azië, ontspringt als Kosjkar in de provincie Semiretsjinsk op de zuidelijke helling van den Alatau. Daarna stroomt zij naar het W. ten N. van de Issyk-koel, wendt zich dan naar het N. W., breekt door den Koengei-Alatau, vormt de grens tusschen de provincies Semiretsjinsk en Sir Darja, vervolgens tusschen laatstgenoemde en Akmolinsk, stroomt door de steppe Bekpakdala en mondt ten Z. van den 45sten graad N. Br. uit in het meer Saumalkoel.

Tsjoeden is de naam der Baltische Finnen. De naam komt vooral in Russische oorkonden voor.

Tsoe-Hsi, Tsoe-Hi, Tse-Hi, Ts'e-Hi of Tsithsi, keizerin van China, geboren den 17den Novemver 1834, was de dochter van een koopman, werd een van de vrouwen van keizer Hien-jöng en na de geboorte van een zoon tot zijn gunstelinge verheven. Toen de keizer in 1861 overleed, werd haar vijfjarige zoon Toeng-tsi of Tsailsjoen, onder regentschap van haar, van de wettige keizerin en van 3 prinsen, tot opvolger benoemd; doch weldra wist zij de hoogste macht in handen te krijgen. Toen haar zoon in 1875 overleed, liet zij zijn iieef, den 3-jarigen Kwang-Sioe (zie aldaar) tot keizer

verkiezen en kwam in lööl in het bezit van de onbeperkte heerschappij. In 1889 aanvaardde de jonge keizer zelf de regeering. Toen hij echter, na den ongelukkigen afloop van den Chineesch-Japanschen oorlog, zich geneigd toonde de Europeesche beschaving ingang te verschaffen, stelde Tsoe-Hsi zich aan hethoofd van de reactionnaire partij en dwong Kwang-Sioe door een decreet van den 22Bten September 1898 haar het regentschap op te dragen.

Zij geraakte steeds meer onder reactionnairen invloed, zoodat zij zelfs in 1900 den Bokseropstand openlijk begunstigde. Door de tusschenkomst van de mogendheden werd zij gedwongen met het geheele Hof naar Si-ngan-foe te vluchten, van waar zij eerst in 1901 naar Peking kon terugkeeren. Na dien tijd was zij minder afkeerig van vreemden invloed. Zij overleed te Peking den 15dcn November 1908.

Tsjoektsjen is de naam van een volk, dat

Tsoe-Hsi.

Sluiten