Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denis en de aardrijkskunde was Hadsji Chalfa. Reisbeschrijvingen gaven Evlia Efendi (in de 17de eeuw), Mohammed Efendi, het zoogenaamde zeeboek schreef Piri Reïs (1523—1524), een beschrijving van R«emelië en Bosnië Moestafa ben Abdallah. Een Turksche grammatica schreven Mohammed Fuad Efendi en Ahmtd Dsjewdet Efendi. Op lexicografisch gebied hebben de Turken meer voor het Arabisch en het Perzisch dan voor hun eigen taal gedaan. Er bestaan een aantal commentaren bij Perzische dichtwerken, eenige vertalingen van Arabische en Perzische woordenboeken en het Perzisch-Turksche woordenboek „Ferheng-i Schu' uri". In den laatsten tijd zijn er een aantal geneeskundige werken verschenen. De rechtsgeleerde werken hebben den Koran en de Sunna tot grondslag. Naast de godgeleerdheid wordt deze wetenschap op de academiën het meest beoefend. In den laatsten tijd krijgt de West-Europeesche wetgeving veel invloed. De dogmatisch-godsdienstige literatuur is nauw verwant met de juridische; werken op dit gebied zijn echter voor het overgroote deel in het Arabisch geschreven.

Turksche tarwe. Zie Mats.

Turksch rood, ook Adrianopelr en Indisch rood geheeten, is een fraaie, duurzame kleur, welke uit meekrap of alizarine op katoenen stoffen wordt aangebracht. Dit geschiedt volgens een eigenaardige verfwijze, waarbij eerst het katoenen weefsel met olie gedrenkt wordt. Men gebruikt daarvoor zoogenaamde Turksch roodolie, welke door behandeling met zwavelzuur uit olijfolie verkregen wordt. Deze olie vormt op het weefsel vrije vetzuren, welke onder inwerking van aluin onoplosbare zeepen vormen. Door deze wijze van prepareeren gelukt het om de verfstof duurzaam met den vezel te verbinden. Onaangenaam is echter de ranzige geur, welke de aldus geverfde stoffen dikwijls afgeven. De Turksche roodververij is afkomstig uit Indië, van daar kwam zij naar Turkije en werd in het midden der 18de eeuw in Frankrijk ingevoerd. Thans zijn de middelpunten van deze nijverheid Elberfeld en Vale of Leven bij Glasgow.

Turkseilanden, de zuidoostelijke groep van de West-Indische Bahamaeilanden, bestaat uit het eiland Grand Turk (18 v. km. oppervlakte) en uit het kleinere eiland Salt Cay (6 v. km. oppervlakte). Het eerste is laag en zandig, het levert visch, schildpadden, zout en sponsen. In 1905 bedroeg de uitvoer £ 24022, de invoer £ 28 230, het scheepsverkeer beliep 332 254 ton. Op Salt Cay wordt zout gewonnen. Sedert 1783 behooren de eilanden aan Engeland. Met de Caicoseilanden staan zij onder het bewind van den gouverneur van Jamaica. Met deze hebben zij een oppervlakte van 575 v. km. en tellen (1905) 5287 inwoners.

Turkije, het Turksche of het Osmaansche rijk (Turksch: Memalik-i Osmaniji = deOsmaansche landen of Devlet-i Alije = het hooge rijk; zie de kaart van het Balkan-schiereiland) omvat de landen, welke onderworpen zijn aan den sultan (Padisjah) te Konstantinopel en strekt zich dus uit over gegedeelten van het Balkanschiereiland, het westelijkste deel van Voor-Azie en over de noordoostelijke deelen van Afrika. Deze landen zijn gedeeltelijk rechtstreeks van den sultan afhankelijk, gedeeltelijk schatplichtig en staan ten deele onder vreemd bestuur. Tot het slechts middellijk onder Turksch

bestuur staande gebied behooren: Egypte met Thasos, Samos, Kreta en Cyprus. Door de afscheiding van Bosnië met Herzegowina en Bulgarije met Oost-Roemelië in 1908 is het Turksche gebied veel kleiner geworden. De grootte en het aantal inwoners van Turkije worden thans opgegeven als volgt:

I.Onmiddellijk onder Turksch bewind staand gebied.

Oppervlakte. Bevolking.

Europa 169 300 v. km. 6130 200

Azië 1 766 800 v. km. 16898 700

Afrika 1 051000 v. km. 1 000 000

Totaal 2 987 100 v. km. 24 028 900

II. Middellijk onder Turksch bewind staand gebied.

Oppervlakte. Bevolking.

Egypte m._Thasos 994 693 v. km. 11300 000

Samos 468 v. km. 53 424

Kreta 8 618 v. km. 310 386

Cyprus 9 282 v. km. 256 433

1 013 061 v. km. 11 920 243

Geheel Turkije 4 000161 v. km. 35 949143

Europeesch Turkije beslaat het grootste deel van de westelijke helft van het Balkanschiereiland en ( een smallere strook van de oosthelft, gelegen langs de Egeesche Zee. Het ligt tusschen 39—tö1// N. Br. en grenst in het N. aan Bulgarije en Servië, in het N. W. aan Oostenrijk-Hongarije (Bosnië) en Montenegro, in het W. aan de Adriatische en de Jonische Zee, in het Z. aan Griekenland, de Egeesche Zee en de Zee van Marmora en in het O. aan de Zwarte Zee. Zie omtrent de gesteldheid van den bodem, de besproeiing, de eilanden het klimaat het artikel Balkan-schiereiland.

Bevolking, godsdienst en beschavingstoestand. De heerschende stam op het Balkan-schiereiland is die van de Osmaansche Turken.Zij wonen echter, afgezien van Konstantinopel, nergens in grooten getale, doch zijn vereenigd in kleinere groepen, die meestal in en in de nabijheid van de grootere plaatsen zijn gevestigd. Het W. van Turkije wordt bewoond door Albaneezen, het Z. door Grieken. De Osmaansche Turken (zie Turken) hebben een fraai type en bezitten edele trekken. Zij zijn ernstig en waardig, matig, gastvrij en dapper, doch ookheerschzuchtig,trotsch en dweepziek. Hun beschaving is ver bij die van andere Europeesche volkeren ten achteren. De polygamie beperkt zich in het algemeen tot de rijken; de vrouwen wonen in harems samen.

Naast den Mohammedaanschen godsdienst neemt het Grieksch-Katholicisme de eerste plaats in. Tot de Mohammedanen behooren de Osmanen, de nakomelingen van andere volken,die vroeger den Islam aangenomen hebben en een aantal andere. Zij heeten Muslimin, waaruit het woord Muzelmannen is ont-

Sluiten