Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in 1225 weken zij ten getale van 50 000 onder hun vorst Soeleiman I van Khorassan voor de Mongolen uit naar Armenië. Ertrogroél (1231—1288), de zoon van Soeleiman, trad als leenman in dienst van Ala Eddin, sultan van Konia, en verkreeg tot woonplaats een landstreek in het noordwesten van Phrygië, waar de Turken gelegenheid vonden, in den'strijd tegen het wegkwijnende Grieksche keizerriik hun grondgebied te vererooten en de uit¬

breiding van den Islam te bevorderen. Vooral Osman, de zoon van Ertrogoel (1288—1326), breidde de grenzen van zijn rijk door voorspoedige oorlogen tegen de Grieken aanmerkelijk uit en aanvaardde in 1299, na den dood van Ala Eddin, den titel van sultan. Naar hem zijn de Turken Osmanen genoemd. Zijn zoon Oerchan (1326—1359), een van de meest beteekenende vorsten van zijn geslacht, veroverde in 1326 het hechte en volkrijke Broessa, waar hij een kasteel bouwde, welks poort „de Hooge Porte" genaamd werd. In 1340 had hij het geheele land tot aan de Propontis met Nicea en Nicomedia, alsmede groote gewesten in het binnenland van KleinAzië, aan zijn gezag onderworpen. Zijn zoon Soeleiman vestigde zich reeds in 1356 op den Europeeschen oever van den Hellespont, te GallipolL Oerchan organiseerde een staand leger en stichtte het korps der Janitsjaren (geoefend voetvolk) en dat der Spahi's (ruiters). Moerad I (1359—1389) veroverde Thracië, verplaatste in 1365 zijn zetel naar Adrianopel en beperkte het Grieksche keizerrijk tot Konstantinopel. De Serviërs en Bulgaren moesten schatting betalen en bij het leger dienen en de vorsten van Klein Azië de souvereiniteit van den sultan erkennen. De opstand van Lazarus, koning der Serviërs, geholpen door de vorsten van Kroatië, Bosnië, Albanië, Bulgarije en Walachije, eindigde met zijn bloedige nederlaag op het Lijsterveld (15 Juni 1389). Moerad, de overwinnaar, werd op

het slagveld door een gewonden öervier vermooru. Zijn zoon Bajesid I (1389—1403) bracht Walachije tot schatplichtigheid, onderwierp geheel Bulgarije, veroverde Macedonië en Thessalië en drong tot in Hellas door. Hij versloeg het Kruisleger der Christenen, aangevoerd door koning Sigismund van Hongarije bij Nicopolis (28 September 1396) en maakte zich gereed, Konstantinopel te belegeren, toen een inval van Timoer in Voor-Azië hem noodzaakte, tegen dezen te velde te trekken. Den 20sten Juli 1402 leed hij de nederlaag bij Angora, werd krijgsgevangen en stierf in 1403 in de gevangenis. Door den twist van zijn zonen Soeleiman, Moesa, en Mohammed werd het rijk verbrokkeld, doch laatstgenoemde slaagde er in, na den dood van zijn broeders, de heerschappij over het geheele rijk te handhaven. Zijn zoon Moerad II (1421—1451) werd door oproerige bewegingen in Azië en bloedige oorlogen aan de Donau tegen de Hongaren en Serviërs onder Joliannes Hunyades en in Albanië tegen Qeorg Casthota. eedwonsen zijn plan tot vernietiging

van het Byzantijnsche rijk te laten varen. Eerst

nadat glansrijke overwmnmgen op de unristenen

bij Varna (10 INovember liAi) en op nee ujsierveld (17—20 October 1448) de heerschappij der Osmanen aan de Donau duurzaam gemaakt hadden en het zuidelijk gedeelte van het Grieksche Schiereiland veroverd was,konden de Osmanen onder Moeracfs opvolger Mohammed II (1451—1481) oprukken naar Konstantinopel, dat na een dappere ver¬

dediging den 29atel1 Mei 1453 in hun handen viel en tot hoofdstad van het rijk verbeven werd.

Mohammed regelde daarop de aangelegenheden van zijn Christelijke onderdanen en van de geestelijkheid. Zij werden geenszins met geweld tot den Islam bekeerd, maar bleven vrij in het uitoefenen van hun godsdienst. Niettemin waren zij aan de willekeur der Turken prijs gegeven, die de hulpmiddelen der veroverde gewesten dienstbaar maakten aan

de versterking van het leger en de wereld aan het gezag van den Islam zochten te onderwerpen. In 1456 werd Servië, in 1463 Bosnië, in 1486 Albanië veroverd, in 1461 Trebizonde en in 1475 de khan der Tataren in den Krim onderworpen, in 1478 Moldavië, aan Polen ontrukt en onder het oppergezag van Turkije geplaatst. Mohammeds opvolger Bajesid II (1481—1512) moest zich door het vermoorden van gevaarlijke bloedverwanten van de alleenheerschappij verzekeren en had gedurig te strijden tegen oproerige bewegingen. Hij werd, nadat hij een broeder en twee zonen had doen ter dood brengen, door zijn jongsten zoon, Selim I (1512—1520), van den troon gestooten en door vergif uit den weg geruimd. Selim behaalde in 1514 de overwinning op den sjach van Perzië, veroverde Armenië en het westelijk gedeelte van Aserbeidsjan, vervolgens na het onderwerpen der Mamelukken (1517) ook Syrië, Palestina en Egypte en werd door de heilige steden Mekka en Medina als beschermheer gehuldigd, waarna hij den titel van khalif aanvaardde. Onder zijn opvolger Soeleiman of Soliman 11 (1520—1566) bereikte de macht van Turkije haar toppunt; hij veroverde in 1521 Belgrado, verdreef in 1522 de Johannieter ridders van het eiland Rhodus, vernietigde den 29sten Augustus 1526 het Hongaarsche leger onder Koning Lodemjk II bij Mohacs, rukte in 1529 voorwaarts tot Weenen en

vereenigde Hongarije, nadat het eenigen tijd onder Johan Zapolya, vorst van Zevenburgen, afhankelijk was geweest van Turkije, in 1547 voor de helft met zijn rijk. De Venetianen moesten in 1540 afstand doen van vele eilanden in de Egeesche zee. en van hun laatste bezittingen in de Peloponnesus. In het Oosten veroverde hij in een voorspoedigen oorlog tegen Perzië (1533—1536) zoowel Georgië als Mesopotamië. Zijn vloten beheerschten de Middelandsche Zee tot aan Gibraltar en verontrustten door rooftochten in de Indische Zee, de Portugeesche koloniën. De Barbarijsclie staten in Noord-Afrika erkenden zijn souvereiniteit. Hij overleed in 1566 in het leger vóór Sigeth in Hongarije.

Na Soliman ging het Turksche rijk achteruit. Selim II (1566—1574) liet het bewind over aan zijn groot-vizier Mohammed Sokolli, die op de Venetianen Cyprus, Zante en Cephalonia veroverde; daarentegen werd de Turksche vloot den 7dea October 1571 bij Lepanto door die der Christenen overwonnen. Mourad III (1574—1595), die zich

over de lijken van 5 broeders den weg baande naar den troon, en Mohammed III (1595—1603), die 19 broeders deed worgen, voerden ongelukkige oorlogen tegen Oostenrijk en Perzië. Laatstgenoemde verloor Tebriz en Bagdad en moest de hulp van Frankrijk inroepen om den vrede met Oostenrijk tot stand te brengen. Achmed 1 (1603—1617) sloot in 1612 met de Perzen een nadeeligen vrede. Zijn broeder Moestapha I (1617) werd na een heer-

Sluiten