Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor 12 uur, plaatselijken tijd) in schuinen stand gebracht, 3 minuten later in loodrechten, terwijl zij, als het juist 12 uur is, in den horizontalen stand, waarin zij zich eerst bevonden, terugvallen. De tijdballen bestaan uit een zwart geverfden bal van 1,6 m. middellijn, die aan een stellage omhoog kan worden geheschen. Het geheel is gewoonlijk op een zuil van ongeveer 40 m. hoogte gemonteerd. Tien minuten vóór den middag wordt de bal halverwege opgeheschen, na 7 minuten geheel, terwijl hij op het oogenblik van den middag weder valt. In sommige havens (o.a. te Kiel) wordt het tijdsein met behulp van een kanonschot gegeven. Door de geringe voortplantingssnelheid van het geluid zijn deze acoustische tijdseinen niet zeer nauwkeurig. De seinstations in Nederland ontvangen den juisten tijd, gerekend naar den meridiaan van Greenwich, Dinsdags- en Vrijdagsavonds van de sterrenwacht te Leiden. De seinen worden echter, na de invoering van den eenheidstijd, overal gegeven op den plaatselijken tijd van Amsterdam.

Tijdvak. Zie Tijdperk.

Tijd. ver effening is de naam van het verschil tusschen waren en middelbaren tijd (zie Tijd), uitgedrukt in middelbaren tijd. Is de ware zon bij de denkbeeldige, middelbare zon achtergebleven, passeert zij dus den meridiaan eerst na den middelbaren middag, dan is de tijdvereffening positief en is een gelijkloopend uurwerk bij een zonnewijzer voor, en omgekeerd. Zij is dus liet bedrag (positief of negatief), dat bij den waren tijd, aangegeven door de zonnewijzers, moet geteld worden, om den middelbaren tijd, aangegeven door onze uurwerken, te vinden. Het volgende staatje geeft een overzicht van het verloop van haar grootte gedurende het jaar 1889:

Datum.

Tijdvereffening.

Februari 11 April 16 Mei 14 Juni 14 Juli 26 September 1 November 3 December 26

+

14'27"

0 0

3 49

0 0

6 17

0 0

16 21

0 0

Eén van de gevolgen van het onderscheid tusschen waren en middelbaren tijd is, dat de zon den meridiaan niet passeert op het oogenblik, waarop het volgens den middelbaren tijd 12 uur is, dat m. a. w. de namiddagen langer of korter zijn dan de voormiddagen. In Februari zijn zij ongeveer een half uur langer, in November bijna een half uur korter. Van daar dat het sterke lengen der (namid-) dagen in Februari voor een gedeelte slechts schijnbaar is, zooals ook het korten in November.

Tijdvers of chronodistichon is een tweeregelig gedicht, waarin de letters C, D, I, M, V en X als Romeinsche getallen beschouwd, bij elkander opgeteld, een jaartal aanduiden.

Tijdverschil is het onderscheid in plaatselijken tijd voor 2 verschillende plaatsen op aarde. Daar het 12 uur 's middags is, als de zon den meridiaan van een plaats passeert, hebben alle

plaatsen, die onder denzelfden meridiaan liggen, die m. a. w. dezelfde geografische lengte hebben, denzelfden plaatselijken tijd. Hoe verder O. lijk een plaats van een andere gelegen is, des te meer is haar tijd bij dien van de andere voor, daar de zon, die zich van het O. naar het W. schijnt te bewegen, haar meridiaan eerder passeert. Omdat de aarde nu in 24 uur om haar as draait van het W. naar het O., waarvan de schijnbare beweging van de zon van het O. naar het W. het spiegelbeeld is, en dus in 24 uur een hoek van 360° doorloopt, komt met een lengteverschil van 1° een tijdverschil van 4 minuten overeen. Om aan de moeilijkheden, welke het tijdverschil aan het verkeer in den weg legde, te ontkomen, is men er toe overgegaan om in de verschillende landen een wettelijken eenheidstijd (zie aldaar) in te voeren. In Nederland gebeurde zulks den lsten Mei 1909, toen volgens het koninklijk besluit van den 7den November 1908 (Staatsblad n°. 336) de wet van den 23sten Juli 1908 (Staatsblad n°. 236) tot invoering van een wettelijken tijd in werking trad. Daarvóór bedroeg bijv. het tijdverschil tusschen Amsterdam en Groningen 7 minuten, hoewel toen de spoorwegen den eenheidstijd (van Greenwich) reeds hadden ingevoerd. Natuurlijk blijven de tijdverschillen tusschen de verschillende landen met eigen eenheidstijd bestaan, aan welk bezwaar ook de invoering van den gordeltijd geen eind maakt. Om daaraan te ontkomen, heeft men het denkbeeld van de invoering van een universeelen tijd geopperd. In den Grooten Oceaan gaat het tijdverschil over in een datumverschil (zie Datumgrens).

T^ger of koningstijger (Felis Tigris L., zie de plaat) is de naam van oen roofdier uit de familie en het geslacht der Katten. Hij heeft gewoonlijk een lengte van 1,6 m. en een schofthoogte van 0,8 m., terwijl de staart zonder pluim een lengte ' van 0,8 m. heeft. Oude mannetjes bereiken een totale lengte van 2,9 m. Het wijfje is kleiner. De beharing is kort en glad, doch aan de wangen bij wijze van baard verlengd. Op den rug is de roestgele kleur donkerder en aan de zijden lichter; de buikzijde, de binnenkant der ledematen, de lippen en het beneden gedeelte van de wangen zijn wit. Van den rug loopen onregelmatige, gedeeltelijk dubbele, zwarte dwarsstrepen schuin naar de borst en den buik. De staart is met donkere ringen versierd; de knevel is wit, de ronde oogen zijn geelachtig bruin. De tijger bewoont in drie variëteiten (Siberische, Bengaalsche en Javaansche tijger) Azië van 8° Z. Br. tot 63° N. Br., dat is dus tot in het Z. van Siberië en van den Kaukasus tot aan den benedenloop van den Amoer. Van uit Voor- en Achter-Indië heeft hij zich verspreid in Tibet, Perzië en de uitgebreide hooglanden tusschen Indië, China en Siberië tot aan den Ararat in het W. van Armenië, N. waarts tot aan Boekhara en Dsoengarije en O. waarts van het Baikalmeer door Mandsjoerije tot in Korea aan de kust. In China komt hij bijna overal voor. In den Indischen Archipel komt hij vooral voor op Java en Sumatra. Hij bewoont de dichtbegroeide bosschen van riet en kreupelhout zoowel als de wouden van opgaand geboomte. Ook komt hij dicht in de nabijheid van steden en dorpen voor. Hij bezit een groot uithoudingsvermogen en is in zijn bewegingen buitengewoon snel, klimt behendig in

Sluiten