Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verrotting daarvan (vandaar in oude kaas) en bij de behandeling van deze, van wol en hoorn met verdund zwavelzuur. Zij vormt dunne, reukelooze kristallen, lost op in water en in alkohol, niet in aether en smelt bij 235° C.

Tyrrell, George, een Engelsch geestelijke, geboren den 6den Februari 1861 te Dublin, ging in 1879 over tot den Roomsch-Katholieken godsdienst en voegde zich in 1880 bij de orde van de Jezuïeten. Hij studeerde te Stonyhurst en te S. Beano en werd in 1891 tot priester gewijd. Yan 1894—1896 was hij te Stonyhurst hoogleeraar in de wijsbegeerte. In 1906 trad hij uit de Jezuïetenorde. Zijn brieven over „The Pope and modernism" in de „Times" hadden tengevolge, dat hij in 1907 in den kerkelijken ban gedaan werd. Hij is een van de uitstekendste vertegenwoordigers van het modernisme. Tot zijn voornaamste werken behooren: „Nova et vetera" (1897), „Hard sayings" (1898), „External religion, its use and abuse" (1899), „The faith of the millions" (2 dln., 1901), „Lex orandi" (1903), „Lex credendi" (1906), „A much-abused letter" (1906), „Oil and wine" (1906), „Through Scvlla and Charybdis, or The old religion and the new" (1907), „Medievalism, a reply to Cardinal Mercier" (1908) en „Suis je catholique?" (1909). Hij overleed den 13den Juli 1909 te Storrington.

Tyrrheensche Zee (Italiaansch: Mare Tirreno) is de naam van dat deel van de Middellandsche Zee, dat zich tusschen de zuidwestkust van Italië en de eilanden Elba, Corsika, Sardinië en Sicilië bevindt. Tot haar behooren de golven van Gaëta, Napels, Salerno, Sant, Eufemia en Gioja. In de Oudheid droeg deze zee den naam van Mare Tyrrhenum, Mare Tuscum of Mare inferum.

Tyrrheniërs (Tyrrheni of Tyrseni) is de naam van een Pelasgischen volksstam, die, vóór den Trojaanschen Oorlog uit Klein-Azië verdreven, zich naar Attika begaf, maar, ook vandaar verdreven, zich verspreidde en zich vooral gevestigd heeft op Lemnos, Imbros en aan de kust van Italië, waar hij zich berucht maakte door zeeroof. De Grieken gaven ook aan de Etruscers den naam van Tyrrheniërs en aan hun land dien van Tyrrhenië. De sage vermeldt, dat Tyrrhenos, de zoon van Alys, koning van Lydië, derwaarts is getrokken en aan het land en het volk zijn naam heeft gegeven.

Tyrtaeos, een Grieksch klaagliederendichter en veldheer, leefde in den tijd van den Tweeden Messenischen Oorlog (685—668 v. Chr.) was afkomstig uit Spartaansch Aphidna. Volgens een latere sage was hij een kreupel schoolmeester uit Attisch Aphidna, dien de Atheners, op aanwijzing van het orakel van Delphi, aan de Spartanen als veldheer tegen de Messeniërs gezonden hadden. Door zijn klaagliederen bracht hij de onderling verdeelde Spartanen tot eendracht, zoodat zij de overwinning behaalden. Van zijn gedichten werd het klaaglied „Eunomia", waarmede hij de tweedracht der Spartanen bezwoer, het meest gewaardeerd. Van zijn oorlogselegieën „Hypothekai" („vermaningen") zijn er drie geheel bewaard gebleven. Zij behooren tot de fraaiste monumenten der oude dichtkunst. Van zijn vurige „Embarata" („Marschliederen") in anapaesten bezitten wij nog slechts enkele verzen.

Tysens, Gijsbert, een Nederlandsch dichter der 18de eeuw, schreef een aantal tooneelstukken naar aanleiding van voorvallen uit dien tijd, vertaalde enkele Fransche treur- en blijspelen, benevens herders- en minnedichten, puntdichten enz. Daarvan noemen wij: „De onbekende medeminnares of de rampzalige minnelist" (1717), „De woedende liefde of de gestrafte moordzugt" (1717), „Bassianus Varius Heliogabalus of de uiterste proef der standvastige liefde" (1720), „Theagenes en Kariklea of de triomferende kuischheid" (1720), „De windhandel of Bubbles Compagniën" (1720), „De bedriegelijke actionist of de nagthandelaars, zijnde het vervolg op den windhandel" (1720), „De actionisten reisvaardig naar Vianen of 't uiteinde der windnegotie", „Klagt en raadsvergadering der goden over het wisselvallig actiejaar 1720 of Jupiters besluit en vonnis over 't werk van Quinquampoix", „Mercurius onder de actionisten of Quinquampoix in alarm", „Mercurius koolverkooper", „Quinquampoix Bombario of roskam voor de dolle actionisten" (3 dln), „De verwarde hedendaagsche loterijhandel" (1720), „Maandelijks berigt van den onderaardschen Paraas of tooneelspeler uit de andere wereld" (6 dln., 1722), „Sjako en Cartouche in de Eliseesse velden", „De staatszugt van Paus Sixtus den Vden en Filips den Ilden, koning van Spanje", „Keizer Karei den Vden en Franciskus den Isten, koning van Frankrijk", „Johanna Gray en Maria, koninginnen van Engeland", „Het leven der dobbelaars in de Eliseesse velden", „Maria de Medicis en haar gunsteling Concino Concini", „De gevlugte verliefde of de Turkse kwakzalver" (1721), „Romulus" (1722), „Cartouche of de roovers" (1722), „De belachelijke inteekenaars of de nieuwe inventie der boekverkoopers", „Klearchus, dwingeland van Heraklea" (1727), „Schrokhart Slingerbeen", „De weergadelooze bedriegers ontmaskerd", „De uitvaart en het testament van den hoofdbedrieger Schrokhart Slingerpoot", „Docter Hans, gepromoveerd tot den narrekap van Esculapius", „De bloode nachtgalant of de betrapte sneukelaar", „De geleerde vrouw of der Jansenisten godgeleerdheid vervallen tot het spinnewiel" (1731), „Arlequin Jansenist of berisping van de geleerde vrouw" (1732), „De nieuwe Tarquin" (1732), „Ballingschap van het Parijsche Parlement" (1733), „De ingebeelde erfgenaam en voogd of de gestrafte baatzuchtigheid", „Veld-, Herders-, Minne en Mengeldichten" (1722), en „Apollo's marsdragers, veylende allerhande scherpzinnige en vermakelijke snel-, schimpen mengeldichten" (3 dln).

Tzetzes, Johannes, een Grieksch taalkundige en dichter, leefde in de 12de eeuw n. Chr. te Konstantinopel. De waarde van zijn geschriften berust op het materiaal, geput uit verloren geraakte bronnen, dat zij bevatte. Tot zijn smakelooze gedichten behooren de „Iliaca", een aanvulling op Homeros in 3 afdeelingen „Antehomerica", „Homerica" en „Posthomerica" en een philosofisch historisch leerdicht, gewoonlijk „Chiliades" genoemd, („Biblos historion"). Verder schreef hij commentaren en scholia op Homeros, Hesiodus, Aristophanes enz.

Tzimlsces is de bijnaam van den Byzantijnschen keizer Johannes I (zie aldaar).

Tzsohlrner, Heinrich Gottlieb, een Duitsch

Sluiten