Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het tijdperk van verwaarloozing was ingetreden, hetwelk tot 1846 heeft aangehouden.

vu ^6n Wl1 611 dank dl'°n8' zich echter soms de noodzaak van actie en uitbreiding op. De zeeroof van Matan dwong in 1828 tot eene bezetting

van de mondingen der Ketapangrivier en van Soekadana. Soekadana werd herbouwd onder den naam van „Nieuw Brussel" en met Matan en Simpang gesteld onder een nieuwen doch vreemden vorst. Ook Kendawangan werd beteugeld. Ter vernietiging van de bovenlandsche tollen werd de bezetting van Tajan weer naar Sanggau verplaatst (1831). Landak verzocht naar aanleiding van het binnendringen der Chineezen van Mandor om herstel van het rechtstreeksch bestuur. Zulks geschiedde — October 1831 _ na verdrijving onzerzijdsch van de Chineezen. De Gouvernements diamantmijnbouw werd hervat; orde en rust herleefden daar.

Onder den Gouverneur-Generaal van den Bosch werden de topographische en ethnographische onderzoekingen weer hervat.

Eene poging, om een suikercultuur in 't groot in 't leven te roepen, taaide. Zoo ook eene, om het stofgoud van Gouveinementswege op te koopen. In 1831 werd eene nieuwe zoutregeling ingevoerd, waarbij de aanvoer van Java- en Madoera-zout niet meer vrij doch slechts op licentiën

Tinn ?6]S ieden' m6t vei'Plichte aflevering in 's lands pakhuis tegen ƒ 100.— de 30 pikol. ë

Ongeveer 1830 begon een nieuwe plaag. Van toen af dagteekenden de jaarlyksche barbaarsche verdelgingstochten langs de kusten door de /ee-Dajaks of Seribas van Serawak, wier eenigst doel was het snellen van koppen. De Chmeesche plaats Soengei Raja werd uitgeroeid; ook Likoe (raloh), met zijn ijzerertsmijnen en ± 400 arbeiders, en Selakau (1832) werden met de geheele omgeving verdelgd. Eerst toen James Brooke Serawak bestuurde, werden de Seriba's op hun beurt gedecimeerd en nadien in toom gehouden.

De ontstemming der vorsten, die met de pachten belast waren, en der ambtenaren over den smokkelhandel langs de Chineesche kusten en over het niet achten der Gouvernements riviertollen deed het bestuur overgaan, om de kust van Singkawang met een kruisvaarder te bewaken, doch deze werd te Soengei Raja aangevallen. De Resident bedwong toen die plaats met een Inlandsch korps, 1831. Na den rijstoogst hervatten echter de Chineezen de vijandelijkheden.

In velband met het beginsel van Van den Bosch, om „alle krachten aan te wenden ten behoeve van Java, Sumatra en Banka, en de overige bezittingen tot den minst mogelijken omslag en geringe kosten in te kiimpen , en de vele verwikkelingen, werd als Commissares F. A. Francis uitgezonden (B. 20—6—1832), die 30—8—1832 der Regeering van raad diende. Als gevolg daarvan werd het bestuur ingekrompen tot 2 zelfstandige Ass.-Residenten (Pontianak en Sambas), 200 militairen (a.v.), 1 oorlogsschip en 5 kruisprauwen. Nu en dan zoude een Commissaris-inspecteur voor Borneo de handhaving van b.g. plan controleeren. Te Soekadana

Sluiten