Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95 — Mrt. 96); ') ook aan de Menjoekoe, de belangrijkste streek van Landak, heerschte in 1891 onrust. Nochtans kon de politieke toestand gunstig genoemd worden; de goede geest keerde spoedig weder. De geschillen der Melawi-stammen met die van de Z. en O. Afdeeling van Bomeo werden door het bestuur op een groot verzoeningsfeest te Toembang Anoi geregeld (Mei 1894). Ook die tusschen de Batang Loepars en de Dajaks aan den Boven-Kapoeas waren met een groot verzoeningsfeest (1892) geëindigd, waarna ons gezag zich uitbreidde tot de Boenganstreek. Onder deze z.g. rechtstreeks-bestuurde Dajaks bestond nog geen geregeld bestuur; dit werd nu min of meer ingevoerd. Het Pinohgebied werd in 1893 onder rechtstreeksch bestuur gebracht. -) De militaire bezettingen werden teruggebracht tot Pontianak. Singkawang, Bengkajang, Sambas en Sintang; de Gouv. Marine werd ingetrokken.

De ambtenaren bereisden het geheele land en werden overal goed ontvangen, waar nog noodig, door overreding de overblijfselen van slavernij (Sintang) en pandelingschap opruimende, en den geregelden landbouw en de samentrekking in kampoengs aanmoedigende; de in 1894 opgerichte conti oleuisposten te Smitau en Poetces Sibau droegen goede gevolgen, te Poetoes Sibau ontstond een Chineesche pasar van 163 woningen.

In 1894 werd de afdeeling Singkawang opgeheven en met haar de landraad alsmede de controleurspost te Montrado. Het geheele landschap Sambas was dus weer tot ééne Afdeeling „Sambas" vereenigd met een A. R. te Sambas en Controleurs te Singkawang en Bengkajang. De controleurspost te Nanga Badau werd ingetrokken; Sanggau en Sekadau werden eene zelfstandige afdeeling onder een Controleur te Sanggau, terwijl de controleursstandplaats van Soekadana, dat onbeduidend bleef, overging naai- Ketapang. Te Nanga Pinoh kwam een Controleur.

In 1894 greep de Midden-Borneo expeditie van Prof. Molengraaff e.m. plaats; deze werd door de onwelwillende houding der Boven Mahakamstammen belet, naar de Z. en O. afdeeling — Mahakamgebied — door te dringen. In 1896 werd de poging door Dr. A. W. Nieuwenhuis met beter gevolg herhaald.

De volgende nieuwe regelingen kwamen tot stand:

1. Een nieuwe formatie van het Chineesche bestuur als bezoldigde volkshoofden (1892);

2. Een hoofdelijke belasting van alle Dajaks, Maleiers en Arabieren in de Gouvernementsgebieden, ingaande 1-1-1896.

De voor copra en olie willige markt deed van af 1890 de bereiding daarvan toenemen, hetwelk aanleiding gaf tot eene onafgebroken uitbreiding der klapperaanplantingen in de kuststreek tusschen Soengei

') Zie T. K. N. A. G. 1899 A. v. d. Bovenkamp. „Eenige aanteekeningen betreffende de Serawai exursie". Zie ook I. M. T. 1899 No. 10.

2) De bevolkingssterkte van het Pinohgebied bedroeg 4830 Dajaks en 4170 Maleiers.

Sluiten