Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel aan banden gelegd. Om die reden, alsook om de lichtgeloovige onwetende bevolking- te weerhouden, om met ongeregeldheden mee te doen, werd een stelselmatige militaire patrouillegang door het geheele gewest ingevoerd, welke tevens ten doel had de registreering der bevolking en de inneming dei- vuurwapenen. In Maart 1913 bevoer een oorlogsschip den Kapoeas tot machtsvertoon.

Het door hen volgehouden wanbestuur gaf aanleiding tot de verwijdering van de landschapshoofden van Simpang, Sekadau en Koeboe (1910), Sintang (1912) en Piasa (1913). Matan en Sambas daarentegen vertoonden volkomen medewerking; de sultan van Sambas werd benoemd tot Commandeur in de orde van Oranje Nassau (1911).

Ernstige ongeregeldheden, waarbij de militaire macht moest ingrijpen, kwamen voor o.m.

1. In Meliau (1909), reden: verzet tegen de inlijving.

2. aan de Ketoengaurivier (1909), verzet tegen het zelfbestuur van Sintang;

3. m Mampawa (T910) onder de Katjak Dajaks, N. van Mendjalin ongehoorzaamheid tegen het zelfbestuur; ten tweeden male uit bijgeloof ;

4. in Sanggau en Landak (1912), gericht tegen den invoer eener nieuwe regeling op de inning der hasil van de Dajaks, waaraan gepaard ging afschaffing van alle verplichte leveringen; het verzet in Landak droeg een hevig karakter en werd pas einde 1913 bedwongen, waarna de Dajaks zich bij de regeling neerlegden;

5. in het Kajangebied kwamen eenige beroeringen voor (1913) ;

G. In Matan (1914) werd eene registratie-patrouille door Maleiers overvallen; daaruit vloeide eene militaire actie aan de Boven-Pesoegian elai en Kendawangan rivieren voort. Reden, naast godsdienstijver,' ontevredenheid over de regeling der heerendiensten en belastingen en

over de afschaffing der verplichte persoonlijke diensten ten behoeve der hoofden.

7 Van giooter beteekenis waren de Chineesche onlusten. Reeds in 1912 vertoonde de Chineesche bevolking der landschappen Sambas en Mampawa een zeer opgewekt politiek leven, dat gericht was tegen het N.-I. Gouvernement, als gevolg van de gebeurtenissen in China. Anonieme aansporingen onder bedreiging van moord werden verspreid, om geen belasting meer aan het Gouvernement op te brengen; 2 Chineesche hoofden werden vermoord; nog meer politieke moorden grepen plaats. Het werd noodig geacht, de troepenmacht in die streken te versterken met eene van Java overgekomen „mobiele colonne". De Chineezen toomden toen in, althans er werd geen tegenstand meer ondervonden bij de belastinginning. Einde Juli 1914 brak er echter in de streek van Andjongan een opstand onder hen uit, waarbij de Dajaks werden overgehaald, om mee te doen, onder voorgeven van afschaffing deibelastingen en heerendiensten, wanneer de nieuwe bevrijde staat was

Sluiten