Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde gemaakt aan de ongebreidelde toestrooming van ongewenschte elementen door de reeds vermelde immigratiebepalingen. Wel is waar verloren de Soe po sha s hun macht en gezag, doch de geheime woelingen hielden aan; men zocht en vond aanraking met de in opstand zijnde Dajaks en Landak en steunde ze. Om een einde te maken aan het misbruik van vuurwapenen ter beslechting van onderlinge verschillen, werden deze toen ingewonnen. Nadat in Maart 1913 te Loehabang de belasting met militairen dwang was geind, werd de tegenstand opgeheven en keerden orde en rust schijnbaar terug. De welvaart en handel namen toe, te Singkawang, Pamangkat en Selakau zelfs buitengewoon.

Dadelijk daarop werden door het Europeesche bestuur met voortvarendheid voorzieningen getroffen op 't gebied van wegenaanleg en onderhoud, kampoengreiniging, politie enz.

In t geheim ontstond echter een ander eedgenootschap, dat een centraal gezag uitoefende en in stilte den opstand voorbereidde. Het bestaan van dat eedgenootschap is eerst na den opstand uitgelekt. Wel speurde het Bestuur onraad, doch de draden kreeg men niet in handen. Eerst den 20 Juli 1914 kreeg het bestuur van Mampawa vaste aanwijzingen omtrent den dreigenden opstand; deze brak den 27en d.o.v. uit met het afloopen van Soengei Pinjoe en Mampawa, ook de Katjak Dajaks van Mampawa namen daaraan deel. De afloop der daaropvolgende krijgsverrichtingen werd reeds gemeld. Nadien echter wordt tot nu toe nog steeds het land af gepatrouilleerd. Vele Chineezen (± 1200) waren na de expeditie verdwenen, hun tuinen gingen over in handen van anderen. De administratieve indeeling werd gewijzigd; tevens wlerd het Civiel en Militair gezag in ééne hand vereenigd, in Bengkajang werd weer eene bezetting gelegd. Om het aanzien der Chineesche gouvernementshoofden te verhoogen, werden hen eenige toelagen toegekend.

De ietwat uitvoerige behandeling der Chineesche aangelegenheden heeft ten doe1 gehad, om het karakter van dezen landaard in West-Borneo m licht te stellen. Waar elders in deze verhandeling de nadruk wordt gelegd op hun lofwaardige eigenschappen, terwijl het te voorzien is dat bij de uitvoering van groote werken men vaak op hen zal aangewezen zijn 18 het 2°ed van meet af rekening te houden met hun steeds werkzaam politiseerend karakter, dat bij elke verwikkeling geneigd is tot wederspannigheid en muiterij. Worden zij echter van meetaf met vaste hand en rechtvaardig behandeld, dan zijn de Chineezen van West-Borneo altijd gebleken te zijn een bij uitnemendheid handelbaar menschenmateriaal.

Sluiten