Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en desnoods te bewijzen zijn eigendomsrecht op den grond. — Hof's-Gravenhage 9 November 1908; W. 8826.

Na no. 605 te lezen:

B. Overschrijving bij uittreksel. (S. vindt toepassing van art. 671, 2e lid B. W. omslachtig en acht het wenschelijk om die bepaling in dien zin te wijzigen, dat worde toegelaten het geven van toestemming tot de overschrijving bij uittreksel in de akte zelve, gelijk dit in de praktijk dikwijls — zeer ten onrechte

— geschiedt). — W. v. N. R. 2021.

Von Geusau. Idem. (S. acht alleen

zorg voor de behoorlijke naleving van art. 671, 2e lid B. W. noodig). — W. v. N. R. 2023.

In no. 707 te lezen in plaats van : N. R. CXCII, 185, N. R. CXCn, 135 en na no. 707: Prof. mr. H. J. Hamaker. Eene belangrijke uitspraak over de lichten en de uitzichten van artt. 693—697 B. W. (Bestrijding van gemeld arrest. H. R.).

— YV. v. N. R. 1738.

Na no. 768 te lezen:

Eigenaars pro indiviso, door uit te wegen over een gemeenschappelijk met nog anderen bezeten land, leggen daarop een last, waardoor dit gemeenschappelijk bezeten perceel zou worden gebruikt ten dienste van de aangrenzende perceelen, zonder dat die anderen er zelve baat bij hadden.

Zulk een uitweg staat dien eigenaren niet vrij, tenzij met toestemming van alle mede-eigenaren. — Hof Arnhem 28 October 1908, (met bevestiging, voorzooveel deze beslissing betreft, van laatstgemeld vonnis); W. 8851.

Na no. 803 te lezen:

Een weg kan zeer goed het karakter

van buurweg hebben, al moeten ten behoeve van den aanleg daarvan, werken worden gemaakt, waarvoor een publiekrechtelijke vergunning wordt vereischt.

Art. 719 eischt niet, dat de buurweg de eenige uitweg naar den openbaren weg zij.

Voor toepassing van art. 719 wordt niet vereischt dat het gebruik van den weg plaats heeft krachtens wilsovereenstemming tusschen de betrokken geburen, noch krachtens een verouderden toestand, waarvan het ontstaan niet meer bekend is, doch het is voldoende dat, zelfs door eigenmachtige handelingen, zich heeft kunnen vestigen een feitelijke toestand van openlijk medegebruik ten behoeve van de perceelen der geburen. Voor het daartoe vereischte tijdsverloop zijn geen vaste regels aan te geven. — Rechtb. Tiel 7 September 1906, 26 April 1907 en 22 Mei 1908. - W. 8873.

Achter no. 811 te voegen:

Vernietigd door Hof Arnhem 18 Maart 1908; W. 8840.

Na no. 847 te lezen:

Indien de akte van verkoop van een onroerend goed (terrein) inhoudt het beding, dat de kooper het gekochte zal aanvaarden met het bezwaar van overweg ten behoeve van den eigenaar van een aangeduid perceel (eigendom van den verkooper) over zekere gronden, wordt hierdoor eene erfdienstbaarheid gevestigd ten nutte van het erf des verkoopers en niet een persoonlijk recht (uitsluitend) voor den verkooper. — Hof Arnhem 29 April 1909; W. 8847.

Na no. 865 te lezen:

Nu de wet niet omschrijft, wat onder de erfdienstbaarheid van licht en uitzicht

Sluiten