Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechtb. aldaar 14 April 1900); Not. W. 69.

Naar aanleiding daarvan Prof. mr. H. J. Hamaker. Eene rechtsvraag omtrent de hypotheek, verleend aan onderscheidene schuldeischers gezamenlijk. (S. kan zich met die uitspraken niet vereenigen en meent dat een hypotheek, die is verleend bij ééne overeenkomst aan meer dan een schuldeischer gezamenlijk, bij het wegvallen van een hunner, in haar geheel blijft bestaan ten behoeve

der overblij venden op grond van het beginsel, dat bij toekenning van recht aan twee of meer personen, onder de levenden of na doode, indien de beschikking voor een hunner geene uitwerking heeft, aanwas plaats heeft ten behoeve der overigen en verder op grond van de ondeelbaarheid der hypotheek, waarop art. 1206 B. W. analogisch kan worden toegepast). — W. v. N. R. 1638 en 1689.

Sluiten