Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als uit niets blijkt, dat degeen, aan wien geleverd moest worden, door gerechtelijke opslag of hoe ook in het bezit van het te leveren goed is gesteld. — Rechtb. Rotterdam 11 December 1S95; W. 6760.

•545. Ceelen, waarbij de houder gerechtigd wordt verklaard bepaalde goederen te ontvangen, vertegenwoordigen die goederen en treden daarvoor in de plaats. — Rechtb. Amsterdam 29 Mei 1896; W. v. N. R. 1404.

546. Wanneer meerdere fabrikanten te zamen aan een derde opdragen om voor hen grondstoffen in te koopen met verplichting voor ieder der fabrikanten om zijn deel der grondstoffen van dien derde in ontvangst te nemen en aan dien derde te betalen, dan heeft die derde tegen ieder der fabrikanten individueel eene vordering tot in ontvangstneming en betaling van zijn deel der grondstoffen. — Hof Leeuwarden 28 September 1904; W. 8183.

547. Verdient de invoering van het Warrantstelsel ten onzent aanbeveling, zoo ja op welke grondslagen ten civiele. Praeadvies van mr. J. A. Levy. — Ned. •Jur. Ver. 1889 (afzonderlijke brochure).

Praeadvies van mr. N. G. Pierson. — Hand. Ned. Jur. Ver. 1889, I 59.

548. C. W. Schlingemann. Het Warrantstelsel. — Ac. Pr. Leiden 1890 Aangekondigd door J. Kruseman in W. 6019.

549. Mr. A. Heemskerk. Kan door overdracht van een volgbriefje eigendom of bezit van goederen worden overgedragen? Neen. — Them. 1878, 2.

550. ff. R. Goudsmit. Het volgbriefje.

Ac. Pr. Leiden 1881. Beoordeeld door

mr A. Heemskerk, Them. 1881, 109.

551. De verplichting des verkoopers tot levering is niet vervuld door het afgeven van een volgbriefje. Aan die verplichting wordt eerst voldaan door de werkelijke afgifte. — Rechtb. Amsterdam 14 December 1877; P. v. -J. 1878, 8. In tegenovergestelden zin Hof Amsterdam 28 Maart 1879; W. 4897; R. B. 1879, B. 202.

552. Door den kapitein of de reederij afgegeven volgbriefjes van de lading — «aar hunne aard en naar handelsgebruik voor overdracht vatbaar — scheppen voor den onderteekenaar eene formeele verbintenis tot afgifte der daarin vermelde goederen aan den rechtmatigen houder dier briefjes en geven aan dezen laatste alzoo een recht op uitlevering, niet ontleend aan dengene, van wien hij de briefjes ontving, maar zelfstandig geboren uit het rechtmatig bezit van het geschrift. Overgifte dier briefjes brengt dus levering dier goederen mede. — Hof Amsterdam 15 November 1907; W. 8701.

553. Mr. E. M, Meijers. Eigendomsoverdracht van roerende lichamelijke zaken. (Lezing gehouden in de Notarieele Vereeniging te Amsterdam). — W. v. N. R. 1997, 1998 en 1999; W. v. Not. 109.

Art. 668.

554. A. Sigmond. Eenige opmerkingen naar aanleiding der overdracht van inschulden. — Ac. Pr. Leiden 1890. Aangekondigd in T. v. N. X, 45.

555. A. B. Wertheim. Het emissiesyndicaat. — Ac. Pr. Amsterdam 1891.

556. J. F. Hooft Graafland. Eenige opmerkingen omtrent den koop en verkoop van effecten. — Ac. Pr. Utrecht 1891.

Sluiten