Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ivo. Jien buurweg bestaat alleen dan, als een bepaald stuk gronds blijkens zijn, met het oog waarneembaren toestand als uitweg voor verschillende buren dient. Het vroeger bestaan hebben van dien toestand geeft geen recht op eene vordering tot handhaving van zoo'n buurweg. — Rechtb. Amsterdam 25 Mei 1906; W. 8592; P. v. J. 1906, 555.

799. Onjuist is de bewering, dat de wetgever gewild heeft, dat alleen zoodanige wegen, die bestonden tijdens de uitvoering onzer wetgeving buurwegen konden zijn. — Hof Amsterdam 19 Januari 1906; P. v. J. 1906, 587.

800. Wegen, die kenteekenen dragen van openbare wegen, kunnen niet als buurwegen worden aangemerkt. — Hof 's-Hertogenbosch 15 October 1895; W. 6738; Gemst. 2310.

OA -i -r t •

öui. muien een buurweg geheel of

gedeeltelijk wordt bestemd tot openbaren weg, dan houdt hij daardoor op een buurweg te zijn. Door eene latere opheffing van den buurweg herleeft de buurweg niet. — H. R. 22 Maart 1901,

concl. conf.; W. 7586; P. v. J. 1901,68; Not. W. 91; N. R. CXXXVII, 507; v. d. H., B. R, LXXVIJ, 200. Bevestigende Hof Arnhem 28 Maart 1900; W. 7439; P. v. J. 1901, 68.

802. Voor het bestaan van den buurweg van dit artikel wordt geen constitutieve titel of eigendomsverkrijging door verjaring vereischt. Daarvoor is voldoende: l'o. dat de plaatselijke gesteldheid ondubbelzinnig aanduidt den wil der geburen om het terrein ten gemeenschappelijken gebruike als voetpad, dreef of weg te laten liggen, zonder daarbij te letten op liet eigendomsrecht, dat elk hunner hetzij pro diviso, hetzij pro indiviso behoudt, en 2o. dat van

die bestemming blijke door een daadwerkelijk gebruik. — Rechtb. Arnhem 16 November 1882; W. 4844; N. R. B. 1883, 97; W. v. N. R. 740.

803. Voor het bestaan van den weg in dit artikel bedoeld wordt geen constitutieve titel en evenmin eigendomsverkrijging door verjaring vereischt, noch dat hij den eenigen uitweg naar den openbaren weg oplevert. Het is voldoende dat de plaatselijke gesteldheid, gesteund door het feitelijk gebruik, ondubbelzinnig aanduidt den wil der geburen, onverschillig hoe groot hun aantal zij om het terrein ten gemeenschappelijken gebruike als weg te laten blijven, ongeacht het eigendomsrecht hetwelk elk hunner hebben kan. — Rechtb. Leeuwarden 7 Januari 1886; W. 5469.

804. Zoo blijkt dat de oorsprong van eenen buurweg gelegen is in het gedoogen van een pachter om over den door hem slechts als pachter gehouden grond uit te wegen, dus niet met de bevoegdheid om er een uitweg van welken aard ook op te vestigen, kan daaraan niet het karakter van buurweg worden gegeven. — Hof's-Hertogenbosch 16 Mei 1899; W. 7337.

805. Waar geen titel voor het beweerde bestaan van een buurweg is bijgebracht, kan het niet bestaan van dien buurweg worden afgeleid uit het feit, dat in den beweerden weg aanwezig is eene tot afwatering dienende sloot, waaruit volgt, dat van eene bestemming tot uitweg geen sprake kan zijn, ook al wordt er soms, als de sloot droog is, als zoodanig gebruik van gemaakt. — H. R. 31 December 1906, concl. conf.; W. 8482; P. v. J. 1907, 631.

806. Dit artikel ziet alleen op voetpaden, dreven en wegen, die tot uitweg

Sluiten