Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 743.

894. Er kan geen sprake zijn van inschrijving van eene erfdienstbaarheid door bestemming. — Rechtb Amsterdam 6 September 1876; N. R B. 1879, A. 120.

895. Eene erfdienstbaarheid, behoorlijk in de registers ingeschreven, gaat niet verloren door gemis van vermelding daarvan in latere akten van overdracht der perceelen. — Rechtb. Haarlem 15 Maart 1881; R. B. 1881, A. 87. In denzelfden zin Rechtb. Utrecht 8 April 1891 ; W. 6027; P. v. J. 1891, 38; T. v. N. IX, 161.

896. Krachtens het uitdrukkelijk voorschrift van art. 743 B. W. kan het bestaan eener erfdienstbaarheid niet worden aangenomen, zoolang de titel, waarbij die erfdienstbaarheid werd verkregen niet in de openbare registers is ingeschreven. — Hof's-Gravenhage 11 Januari 1904; W. 8036; Not. W. 250. In denzelfden zin, tevens met beslissing dat het gemis van overschrijving niet kan worden goedgemaakt door het bewijs, dat het betrokken perceel is bezwaard met den last van voetpad en het onderhoud ervan. —Rechtb. Haarlem 21 Juni 1881; P. v. J. 1881, 30.

897. Bij de overschrijving van den titel van vestiging eener erfdienstbaarheid is art. 671 B. W. niet toepasselijk. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 10 Juni 1904; W. 8121.

898. Wanneer iemand op zich neemt de verplichting om aan de eigenaren van zekere andere perceelen „een recht van weg" te verleenen en dan later de akte waarin die verplichting werd geconstateerd in de openbare registers laat inschrijven, dan moet worden aangenomen dat eene erfdienstbaarheid van weg werd

gevestigd. — Hof 's-Gravenhage 8 April 1907; W. 8637; W. v. N. R. 2012; W. v. Not. 129.

Art. 744.

899. Hij die wil bewijzen de erfdienstbaarheid van uitzicht door verjaring te hebben verkregen, kan niet volstaan met te stellen, dat de uitzicht gevende ramen meer dan 30 jaar in zijn gevel hebben gestaan; hij moet ook het bewijs aanbieden, dat die ramen niet waren ingericht volgens het voorschrift van art. 693 B. W., ten einde te doen blijken, dat hij meer had dan de wet zelve reeds aan den eigenaar van een niet gemeenen muur toekent. — Rechtb. 's-Gravenhage 20 Maart 1883; W. 4891; W. v. N.R.762; R. B. 1883, A. 117. (Verg. nr. 851.)

Art. 746.

900. Het servituut van weg op een voetpad kan slechts bij titel worden daargesteld ; genot sedert onheugelijke jaren is niet voldoende van het te verkrijgen.

— Rechtb. Leeuwarden 7 Januari 1886 ; W. 5469.

901. Een servituut van overweg of uitweg in 1808 a non domino verkregen kan niet door verjaring gevestigd worden.

— Hof Amsterdam 31 Maart 1899; W. 7305. In denzelfden zin Rechtb. Utrecht 30 Juni 1897; W. 7042.

902. Al kunnen ramen, een deur, een rooster of een beerput worden beschouwd als een zichtbaar teeken van het door bestemming verkregen recht om die zaken te hebben en daartoe van het naburig erf gebruik te maken, zoo wordt daardoor niet het recht verkregen om den eigenaar daarvan te verhinderen op zijn erf iets te bouwen, waardoor de uitoefening van dat recht wordt benomen; immers het recht om dit te beletten is

Sluiten