Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

922. Mr. F. van der Tuuk. Opmerkingen over de voorwaarden van toekenning door de gemeente Groningen van het recht van erfpacht op haar in eigendom toebehoorende gronden te Pekela, vastgesteld door den Gemeenteraad van Groningen, d.d. 3 September 1895. — R. M. XV, 525.

923. Mr. F. van der Tuuk. Eenige opmerkingen over erfpacht. — T. v. P. N. en F. 1909, 21.

924. Erfpacht kan door verjaring worden verkregen, maar zoodanige verkrijging kan niet volgen uit het feit, dat iemand gedurende meer dan 30 jaren een stuk grond bewerkt, daarop een woning gebouwd en daarvoor een zelfde som betaald heeft. Wel kan de verkrijging door verjaring worden aangenomen, wanneer diezelfde som als canon werd betaald. — Rechtb. Tiel 14 December 1877 en 22 Februari 1878; W. 4229.

925. Erfpacht kan door verjaring verkregen worden; in dat geval behoeft de titel van aankomst ter vestiging van het recht niet in de openbare registers te worden ingeschreven. — Rechtb. Middelburg 13 Maart 1878; W. 4230; R. B. 1879, A. 122.

926. Het beroep op een door titel verkregen erfpacht gaat niet op, als zoodanige titel niet is ingeschreven en het beroep op een door verjaring verkregen erfpacht gaat niet op, als de geregelde betaling van den canon niet is bewezen. — H. R. 4 Januari 1884, concl. conf.; W. 5002; v. d. H„ B. R. XLIX 127.

927. De bedongen verplichting tot betaling van eene jaarlijksche vergoeding voor het verleend recht van erfpacht geeft aan den eigenaar van den grond I

geene persoonlijke, maar eene zakelijke rechtsvordering. — Hof 's-Gravenhage 28 Maart 1881; R. W. v. N. 453. In denzelfden zin H. R. 8 November 1889, concl. conf.; W. 5793; R. W. v. N. 668. Hof Amsterdam 8 Februari 1889; W. 5708; P. v. J. 1889, 60; R. W. v. N. 650.

928. Het erfpachtsrecht volgens Oud Hollandsch recht is splitsbaar, zoodat de eigenaar de bevoegdheid heeft tot verkoop van dat recht bij gedeelten. Het recht van naasting kan steeds zonder uitdrukkelijk beding door den grondeigenaar worden uitgeoefend, mits binnen het jaar, nadat de verkoop voor het erfpachtsrecht hem door den erfpachter is ter kennis gebracht. Bij gebruikmaking van het naastingrecht gelden de formaliteiten der tegenwoordige wet. — Rechtb. Amsterdam 13 October 1887; W. 5498; P. v. J. 1888, 43.

929. De bijzondere bedingen gemaakt bij de vestiging van een erfpachtsrecht en met den titel van dat recht in de openbare registers ingeschreven, zijn onafscheidelijk aan dat recht verbonden en binden ook iederen lateren verkrijger van het recht. — Rechtb. Leeuwarden 21 November 1889; W. 5834; T. v. N. VIII, 21.

930. Het is onnoodig, dat een latere verhooging van den canon in de openbare registers wordt overgeschreven, ook zonder die overschrijving is de hoogere canon verschuldigd zelfs door een lateren verkrijger van het recht onder bijzonderen titel. — Rechtb. Dordrecht 4 April 1894; W. 6532; W. v. N. R. 1294.

931. Het geschil over de vraag of zeker recht als opstal of als erfpacht moet worden beschouwd, moet bij gebreke van den constitutieven titel zijne

Sluiten