Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1027. J. G. Klaassen. Huwelijksgoederen- en erfrecht. Handleiding bij studie en praktijk. Arnhem 1904, met aanvullingen en verbeteringen tot 15 Ajjril 1007. Aangek, door de Redactie in W. <982; door mr. A. E. Schouten in W. 8182; door mr. A. E. Kok in R. M. XXIII, 366 en XXIV, 407; door mr. M. L. van Goudoever in W. v. N. R. 1777; door mr. van der Tuuk in T. v. P. N. en F. V, 68; door A. Moll in Not. W. 225; door A. C. de Wilde in Not. W. 224 en 242.

1028. Mr. M. L. van Goudoever. Iets over het erfrecht naar liet Engelsche recht. — T. v. P. N. en F. 1900.

ELFDE TITEL. Van erfopvolging bij versterf.

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Art. 879.

1029. Mr. J. M. van Stipriaan Luiscius. De wettelijke nalatenschap. — Them. XLVI, 554.

1030. De in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot van den erfgenaam, is niet zelf ook erfgenaam. — Rechtb. Zutphen 26 Mei 1898; W. v. N. R. 7261; W. v. N. R. 1504; (met onderschrift van Prof. mr. H. J. Hamaker, die beweert dat het recht van erfgenaamschap, als vallende in de gemeenschap van goederen, voor de helft aan den echtgenoot des erfgenaams behoort.)

1031. Zoolang niet blijkt van het bestaan van een testament, moet worden aangenomen, dat er geen andere dan wettelijke erfgenamen zijn. — Kantong. Rotterdam no. 1 10 Juli 1898; P. v. J. 1898. 65.

1032. H. J. Biederlack. Het erfrecht

van den langstlevenden echtgenoot.

Ac. Pr. Amsterdam 1894; Aangek, in W. v. N. R. 1284.

1033. Mr. J. F. Houwing. Het erfrecht van den langstlevenden echtgenoot. — R. M. XXI, 373.

1034. Mr. M.. Polak Erfrecht tusschen cchtgenooten. — T. v. P. N. en F. 1901.

1035. Mr. J. Limburg. Is met handhaving van het beginsel omtrent de legitieme, wijziging van de regeling der erfopvolging ab intestate wensebeliilc ?

%)

Zoo ja, in welken geest? — R. M. XXI, 468.

1036. Mr. H. W. M. van Heiten. Over het erfrecht der vrouw in het oudRomeinsch recht. — R. M. XXII, 78.

1037. L. J. Blijdenstein. Het recht van den Staat op de nalatenschap. — Ac. Pr. 1887.

1038. Mr. M. L. van Goudoever. Staat,serfrecht. — T. v. P. N. en F. 1902, 179.

1039. Mr. Arnold Levy. Beschouwingen over staatserfrecht. Lezing gehouden in de Notarieele Vereeniging te Amster¬

dam 17 November 1906. — T. v. P. N. en F. VIII, 1908; W. v. Not. 61.

1040. Nederlandsche J uristenvereeniging 27 Juni 1902. Behandelde Vraagpunten.

A. Erfrecht van de bloedverwanten.

1. Moet erfrecht, behalve aan de bloedverwanten in de rechte lijn, worden toegekend aan:

lo. broeders en zusters;

2o. afstammelingen van dezen;

3o. ooms en tantes;

4o. afstammelingen van dezen;

Sluiten