Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet voor gelijkstelling van hun erfdeelen met die van wettige kinderen, en 4o. tegen staatserfrecht. — W. 7745, 7762 en 7763; W. v. N. R. 1692 en 1697.

Art. 880.

1041. Een van meerdere erfgenamen had van den erflater een vast goed in huur. Na den dood des erflaters en het eindigen der huur vorderen de overige erfgenamen, dat de exhuurder-erfgenaam de detentie voor zich alleen van het vast goed zal doen ophouden. Hij beweert de niet-ontvankelijkheid dier vordering, omdat hij evenveel recht op die detentie heeft als de overige erfgenamen; die verwering is gegrond. — Rechtb. 's-Gravenhage 18 Maart 1896; W. 6898; P. v. J. 1897, 54.

1042. De hoedanigheid van erfgenaam wordt in rechten voldoende be¬

wezen door extracten uit den burgerlijken stand, waaruit blijkt, dat de beweerde erfgenaam een kind is van den betrokken erflater, in verband met eene verklaring van erfgenaamschap door den boedelnotaris afgegeven. — Rechtb. Zutphen 21 Mei 1896; W. 6858; T. v. N. XV, 18.

Art 881.

1043. W. A. Akkema Oudegeest. Overdracht van erfgenaamschap en hereditatis petitio. — Ac Pr. Utrecht 1886.

1044. De vordering door beneficiaire erfgenamen, ingesteld tot opvordering

van roerende goederen tot de nalatenschap behoorende, kan eerst dan worden toegewezen, indien bewezen is dat de opgevorderde goederen tot de onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap behooren. — Rechtb. Groningen 17 -Januari 1879; W. 4377.

1045. De actie tot verkrijging eener erfenis kan niet tegen den executeur-

testamentair worden ingesteld, en dientengevolge ook niet de aan die actie vastgeknoopte vordering tot rekening en verantwoording. — H. R. 30 Juni 1882; W. 4800; W. v. N. R. 679; Hof 's-Hertogenbosch 15 September 1881; W. 4745.

1046. Bij de rechtsvordering tot verkrijging der erfenis behoeft de executeurtestamentair niet mede te worden gedagvaard, ook al is hij benoemd met het recht van inbezitneming, omdat hij in ieder geval slechts bezit voor de erfgenamen, niet voor zich zelf. — Rechtb. Arnhem 8 November 1897; W. 7118; W. v. N. R 1484; T. v. N. XVI, 347; P. W. 9050.

1047. De hereditatis petitio is ontvankelijk zoowel tegen hen, die in het door de erfgenamen bij versterf aange¬

vochten testament tot erfgenaam zijn benoemd, als tegen hen, die daarin tot executeur-testamentair zijn benoemd, ook al ontkennen de eersten ooit eenig bezit van de nalatenschap te hebben gehad, omdat het bezit van deze laatsten, hoewel alleen feitelijk en zonder animus domini, geacht moet worden een bezit te zijn pro herede. — Rechtb. Amsterdam 22 Januari 1904; W. 8112; W. v. N. R. 1789.

1048. De actie van dit artikel is ook toegelaten tegen een mede-erfgenaam die

goederen van de nalatenschap zonder titel onder zich heeft. — Hof 's-Hertogenbosch 19 Januari 1886; W. 5320.

1049. De vordering tot het afleggen van rekening en verantwoording is vereenigbaar met de hereditatis petitio. De hereditatis petitio kan niet worden ingesteld tegen een bewaarnemer. — Hof Arnhem 20 Februari 1889; W. 5760; P. v. J. 1889, 32; W. v. N. R. 1013.

Sluiten