Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet absoluut, maar slechts relatief nietig wordt, d. i. ten opzichte des eischers. Tengevolge der toewijzing dier vordering is het niet noodig, dat aan de afgifte van het gevorderde deel eene scheiding en deeling tusschen alle erfgenamen voorafgaat. De vordering tot afgifte behoeft niet tevens te worden gericht tegen de legatarissen, als de legaten aan hen reeds zijn uitgekeerd. - Hof Leeuwarden 4 April 1888; W. 5602; R. W. v. N. 630; P. v. J. 1888, 51.

* »• w. -LWUCJj <J_L,

1061. De erfgenaam, die krachtens dit artikel de hereditatis petitio instel) voor zijn aandeel, is in deze actie ontvankelijk, ook vóór dat door eene boedelscheiding dit aandeel is vastgesteld. — Rechtb. Tiel 3 Januari 1896; W. 6782T. v. N. XIV, 112.

Art. 882.

1062. Er is geen reden bij te brengen waarom de verjaring bij dit artikel uitgesproken, de goederen eener nalatenschap buiten het bereik van art. 2000 B. W. zou stellen. — Hof 's-Hertogenbosch 26 Juni 1888; W. v. N. R. 972.

Art. 883.

1063. Een kind na het overlijden des vaders geboren, moet, ook zonder dat door den voogd de erfenis is aanvaard en indien niet blijkt van verwerping, als erfgenaam zijns vaders, geacht worden te zijn opgevolgd, in alle diens rechten en verplichtingen. — Hof 's-Hertogenbosch 10 Maart 1885; W. 5219.

1064. Bij de beantwoording der vraag ol overeenkomstig dit artikel een kind tijdens het openvallen der nalatenschap reeds bestond, moet naar analogie overeenkomstig de regels, gesteld in artt. 306 en ol0 B. W. steeds worden aangenomen dat het kind reeds verwekt was op ieder tijdstip, vallende binnen de 300 dagen

i vóór zijne geboorte. — Rechtb. Arnhem 23 Ajjril 1894; W. 6508; W. v. N. R. 1282; T. v. N. XII, 215.

Art. 885.

1065. H. Benjamins. Eenige aanteekeningen op de artikelen 885, 886 en 887 B. W. - Ac. Pr. Leiden 1879.

Art. 888.

1066. E. T. Clausing. De plaatsvervulling volgens het Nederlandsche recht — Ac. Pr. Amsterdam 1878. Beoord. door H. M. J. Wattel in R. en W. XXIX.

1067. Mr. W. F. Frijlinck. Verrekening van schulden en repraesentatie. — W. v. N. R. 1307.

Art. 891.

1068. v. L. Verwerping Plaatsvervulling. — W. v. N. R. 945 en v. M. en J. P. V., W. v. N. R. 948.

Art. 892.

1069. De nakomelingen van een vooroverleden halfbroeder der naaste bloedverwante van den erflater worden volgens dit artikel alleen dan te zamen met haar tot de nalatenschap geroepen als die naaste bloedverwante en hij wiens nakomelingen zij zijn, — indien ook deze den erflater had overleefd, — als broeder en zuster den erflater even na in den bloede bestaanden en dus gelijke rechten op de nalatenschap zouden hebben gehad. —Hof Leeuwarden 28 Maart

1900; W. 7452; W. v. N. R. 1583; Not. W. 44; P. V\'. 9269 (met vernietiging Rechtb. Groningen 3 Maart 1899; P. v. J.1900, 56 ) In denzelfden zin mr. H. J. Hamaker. De plaatsvervulling. — W. v. N. R. 1640, 1641 en 1642.

Mr. N. X. F, Land. Een paar vragen over art. 892 B. W. — T. v. P. N. en F. I.

In den zin der Rechtb. Groningen mr. D. .1. Romkes. — Them. 1901, 502.

Sluiten