Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 895.

1070. C. A. Bergsma. Art. 895 B. W.

— Ac. P. Leiden, 1890.

Art. 905.

1071. Nescio. Erfopvolging. Wordt, wanneer iemand nalaat tot erfgenamen 2 heele broers zijns vaders en 2 halve broers zijns vaders, de nalatenschap verdeeld in gelijke deelen door de heele en halve broeders zijns vaders of op de wijze van art. 904? Beantwoord door mr. A. J. B. Rijke is eerstgemelden zin.

— W. v. N. R 1325.

Art. 907.

1072. Prof. mr. H. J. Hamaker. Art. 907. (Volgens mr. H. erven de afstammelingen van broeders en zusters uit eigen hoofde krachtens dit artikel, als laatstgenoemde niet erven tengevolge van verwerping of onwaardigheid). — W. v. N. R. 1629 en 1630.

Derde Afdeeling.

Van erfopvolging wanneer er natuurlijke kinderen aanwezig zijn.

1073. Mr. A. J. B. Rijke. Het actieve en passieve erfrecht ab_ intestato der natuurlijke kinderen. — R. en W. XXXIV, 208.

1074. Mr. C. O. Segers. Eenige opmerkingen omtrent het erfrecht van natuurlijke kinderen. R. M. XV, 381, 497.

Art. 910.

1075. Mr. H. v. d. Sdt. Iets over het erfdeel ab intestato van natuurlijke kinderen, die met wettige kinderen moeten deelen. — W. v. N. R. 763.

Coolen. Idem. — W. v. N. R. 763.

1076. G. Roodenburch. Iets over art. 910 B. W. — R. en W. XXXVI, 458.

1077. J. Vriesendorp Jr. Logica of traditie? Conclusie omtrent de uitlegging der artt. 910 en 911 B. W. — 's-Grevelduin Capelle 1S85.

1078. Wanneer iemand, ab intestato overlijdende, nalaat één wettig kind en twee natuurlijk wettelijk erkende kinderen, zijn deze laatste dan ieder gerechtigd tot 4 27 der nalatenschap of wel erven deze ieder 1/9 gedeelte? In laatstgemelden zin beslist. — R. A. X, 66.

1079. Mr. M. W. F. Treub. Berekening van ieders aandeel, als natuurlijke

J kinderen met de wettige mede-erven. — W. v. N. R. 761 en 764.

J. J. E. Bruckner. Idem. — W. v. N. R. 837.

Mr. H. van der Sandt. Idem. — R. en W. XXXVIII, 201.

1080. Mr. M. W. F. Treub. Het erfrecht van natuurlijke kinderen. — W. v. N. R. 846.

1081. J. Vriesendorp Jr. De erfopvolging, wanneer natuurlijke kinderen aanwezig zijn. Artt. 910 en 911 B. W. — R. en W. XXXIX, 125. Anders Mr. J. Walig. — W. v. N. R. 895 en 998.

1082. M. Toepassing van art. 1105 in verband met art. 910 B. W. — W. v. N. R. 955 en 962.

Naar aanleiding daarvan Mr. A. J. B. Rijke Invloed der verwerping op de erfdeelen bij versterf. — W. v. N. R. 959.

1083. Het natuurlijke kind eener moeder, vorderende als deelgenoot van de moederlijke nalatenschap te worden toegelaten, zal, ingeval van ontkentenis, moeten worden toegelaten tot het bewijs, dat zij kind dier moeder is. — Hof 's-Gravenhage 18 Februari 1884; N R. B. IV, A. 41.

Sluiten