Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1152. Berekening van hetgeen ingeval van tweede huwelijk de nieuwe echtgenoot krachtens testament kan genieten als zij bij de verdeeling bij helft geen voordeel heeft genoten van den aanbreng van den hertrouwden echtgenoot. — M. F. 4 Juli 1895, no. 11; P. W. 8776.

1153. Indien een erflater kinderen uit een eerste huwelijk en een tweede echtgenoote nalaat en aan de laatste vermaakt het vruchtgebruik van zoodanig deel der nalatenschap als de wet toestaat, dan moet zulke beschikking gerekend worden ten onderwerp te hebben het vruchtgebruik van dat gedeelte der nalatenschap, waarover het volgens artt. 237 en 949 B. W. aan den hertrouwden echtgenoot geoorloofd is, ten behoeve der nieuwe echtgenoote te beschikken.

— M. F. 27 November 1876, no. 5; P. W. 6651.

1154. Wanneer een vader ten bate van zijne tweede echtgenoote een vruchtgebruik zijner geheele nalatenschap heeft ingesteld met bepaling dat „diegene mijner kinderen, dat zich verzet tegen deze mijne beschikking wordt onterfd, voorzoover de wet toelaat, evenzoo hunne afstammelingen", dan komt — ingeval na het overlijden des vaders enkele dier erfgenamen zich verzetten — het beschikbaar deel dier zich verzettende erfgenamen ten bate der erfgenamen, die zich niet hebben verzet. De eerste kunnen dan niet beweren dat, in dit bijzonder geval door hen slechts zooveel behoeft te worden gemist als krachtens de bepaling van art. 949 B. W. aan de bevoordeelde tweede echtgenoote kan komen.

— Rechtb. Leeuwarden 24 October 1901; W. 7735; P. v. J. 1902, 111; W. v. N. R. 1691; Not. W. 136.

1155. Prof. mr. H. J. Hamaker. Art. 965 in zijn verband met 949 B. W. —

W. v. N. R. 1691—1693 (naar aanleiding van gemeld vonnis).

Art. 950.

1156. B. J. R. Geldt art. 950 B. W. alleen voor het geval, dat de eerstster vende echtgenoot bepaalde, tot den gemeenschappelijken boedel behoorende goederen legateert? Of is het eveneens van toepassing, wanneer de langstlevende echtgenoot bepaalde goederen, tot de nog onverdeelde huwelijksgemeenschap behoorende, legateert? Alleen in het eerste geval. — W. v. N. R. 1665.

Volgens Prof. mr. H. J. Hamaker (aanteekening aldaar) is art. 950 bij analogie toepasselijk ook op het tweede geval.

1157. Dit artikel is niet toepasselijk, indien de eene echtgenoot aan den ander heeft gelegateerd de onroerende goederen, die zij door koop en ruiling staande hun in gemeenschap van winst en verlies aangegaan huwelijk hebben verkregen. — M. F. 11 Juni 1888, no. 29; P. W. 7665; R. W. v. N. 648.

1158. Bij dit artikel heeft de wetgever erkend de geldigheid van eene beschikking, waarbij een in gemeenschap gehuwd echtgenoot eenig deel der gemeenschap voor het geheel legateert. De geldigheid dier beschikking hangt niet af van de boedelscheiding, maar de scheiding is alleen van invloed op de uitvoering der beschikking, namelijk voor de beantwoording der vraag of de legataris de afgifte van het gelegateerde in natura zal kunnen vorderen dan wel zich met de uitkeering der waarde daarvan zal moeten tevreden stellen. De omstandigheid dat in eenig bijzonder geval geen scheiding te pas komt, omdat de overlevende echtgenoot eigenaar wordt van den geheelen boedel, ten deele krachtens huwelijksrecht en ten deele krachtens

Sluiten