Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1764. Ook al behoort het onroerend goed aan meerder- en minderjarigen, kan de Kantonrechter machtiging tot verkoop verleenen; alleen als er bevel gevraagd wordt ingeval van ait. 1122 B. W. moet dit door de Rechtbank worden gegeven. — Rechtb. Breda 2 April 1889; W. 6198; T. v. N. X, 301.

1765. Als er geen grond bestaat om krachtens dit artikel bevel tot verkoop te verleenen en de gerechtigden, waaronder minderjarigen, willen toch tot verkoop overgaan, dan moet krachtens art. 451 B. W. machtiging tot dien verkoop worden gevraagd. — Rechtb. Arnhem 19 December 1895; W. 6855; T. v. N. XIV, 120.

1766. Waar voor minderjarigen, met andere eigenaars van een onroerend goed, machtiging wordt gevraagd tot onderhandschen verkoop is niet de Rechtbank maar de Kantonrechter competent. — Rechtb. Breda 9 December 1895; W. 6775; W. v. N. R. 1374.

1767. De Rechtbank is bevoegd kennis te nemen van het aan haar gedaan verzoek tot den onderhandschen verkoop van een aan meerderjarige medeeigenaren toebehoorend onroerend goed. — Hof Arnhem 29 Juni 1887; W. 5526; R. W. v. N. 614; en 18 Juli 1892; W. 6837.

1/68. Tot de openbare verkooping van onroerende goederen, noodzakelijk ter verdeeling eener nalatenschap, waarvan alleen minderjarigen erfgenamen zijn, wordt een bevel van de Rechtbank en niet eene machtiging van den Kantonrechter vereischt. — Hof Arnhem 2 November 1881; (met vernietiging Rechtb. Zwolle 25 Augustus 1881); W. v. N. R. 636. Hof Amsterdam 29 Juni 1883; (met vernietiging Rechtb. Haarlem 12

Juni 1883); W. 5009; W. v. N. R.727; R. W. v. N. 477; N. R. 1884, A. 78. Hof Amsterdam 25 Februari 1892; W. 6154; W. v. N. R. 1173; P. v. J. 1892, 26; R. W. v. N. 744; T. v. N. X, 17. Rechtb. Leeuwarden 14 Januari 1895; W. v. N. R. 1315; anders Rechtb. Rotterdam 7 December 1883, (met vernietiging Kantong. Schoonhoven 5 November 1883); W. 5016; R. W. v. N. 496.

1769. Geldt dit artikel ook, als de voogd onroerend goed wil verkoopen door zijne pupillen te zamen voor het geheel geërfd uit eene beneficiair aanvaarde nalatenschap? Ja. — Rechtb. Zutfen 21 April 1904. Neen. — Hof Arnhem 29 Juni 1904; Not. W. 250.

1770. Eene moeder-voogdes met haar eenig kind alleen tot een boedel gerechtigd, is ontvankelijk in haar voor zich zelf en als moeder-voogdes gedaan verzoek tot bevel van verkoop van de tot dien boedel behoorende vaste goederen. — Hof 's-Hertogenbosch Maart 1896; W. v. N. R. 1396.

1771. Op het verzoekschrift van den voogd tot openbare verkooping van een aan de minderjarigen toebehoorend onroerend goed, deel uitmakende van huns vaders nalatenschap, waarvan hunne stiefmoeder het algemeen vruchtgebruik heeft, ten einde de schulden der nalatenschap te kunnen voldoen, kan, nu de vruchtgebruiken op dat verzoek gehoord, niet heeft aangeboden het aandeel ten laste van het onroerend goed in de schulden te willen voorschieten, die verkoop bevolen worden, met dien verstande, dat het vruchtgebruik gevestigd blijft op het zuiver overschot der kooppenningen. — Hof Arnhem 8 November 1889; Rechtb. Zutphen 5 September 1889; W. 5785; R. \V. v. N. 677.

Sluiten