Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is gedaan binnen veertien dagen na het vervoer der voor de huurpenningen verbonden goederen, welke tot stoffeering van het verhuurde huis hebben gediend. — Rechtb. 's-Gravenhage 21 Augustus 1896; W. 6863.

1998. Pandbeslag op goederen van den huurder komt niet te pas als er geen schuld bestaat. — Rechtb. Amsterdam 31 Januari 1889; W. 5764; P. v. J. 1889. 52.

1999. Een onderhuurder, die er tegen opkomt, dat hem toebehoorende goederen in pandbeslag zijn genomen, moet niet alleen bewijzen, dat die goederen hem toebehooren, maar ook dat hij is onderhuurder en dat hij zonder arglist heeft betaald. — Rechtb. Amsterdam 29 December 1892; W. 6544.

2000. De verhuurder kan de roerende goederen, waarop hem bij dit artikel voorrecht is toegestaan, in beslag nemen zoolang niet blijkt, dat zij met zijne toestemming zijn vervoerd. — Hof Amsterdam 29 April 1887; P. v. J. 1887, 40.

2001. Na de ontruiming van den gehuurden bodem door den huurder, na het einde der huur, dienen de goederen, in dit artikel bedoeld, niet meer tot stoffeering, bebouwing of gebruik van het verhuurde, zoodat zij hebben opgehouden bij voorrecht voor de verschenen huurpenningen verbonden te zijn. De huurder, die na het eindigen der huur die goederen van den bodem vervoert, kan niet worden gezegd ze te vervoeren buiten toestemming en voorkennis van den verhuurder. Pandbeslag kan dus na dat vervoer op die goederen niet meer worden gelegd. — Pres. Bes. Leeuwarden 1 Juni 1897; Hof aldaar 14 Juni 1897; P. v. J. 1897, 52.

2002. Pandbeslag kan gelegd worden een dag na gedaan bevel zonder verlof van den President der Rechtbank of ook dadelijk zonder voorafgaand bevel met zoodanig verlof en wel op de goederen, die voor de huurpenningen verbonden zijn verklaard, mits deze goederen zonder toestemming van den verhuurder zijn vervoerd, terwijl ter bewaring van zijn recht opeisching binnen veertien dagen vereischte is. — Rechtb. Rotterdam 29 Juni 1900; W. 7498; Not. W. 58.

2003. De verhuurder kan alleen voor verschuldigde en verschenen en niet voor nog te verschijnen huurpenningen pandbeslag doen leggen. — Rechtb. Amsterdam 22 Mei 1883; W. 4956; R. W. v. N. 487.

2004. De verhuurder heeft alleen recht op pandbeslag voor verschenen, vervallen huurpenningen, niet tot waarborg voor huurpenningen die te eeniger tijd zullen verschuldigd worden. — Rechtb. Amsterdam 28 Februari 1889; W. 5799; T. v. N. VII, 201; R. W. v. N. 671; P. v. J. 1889, 64.

2005. Kent het Burgerlijk Wetboek den verhuurder eener woning pandbeslag toe voor nog niet verschenen huurpenningen? Neen. — R. A. X, 73.

2006. Het vervoer van de goederen, waarop art. 1186 B. W. voorrecht toekent, behoeft niet heimelijk te zijn; het is voldoende, dat ze buiten toestemming des verhuurders zijn vervoerd; pandbeslag kan worden gelegd op vervallen huurpenningen. Dit is echter niet het geval met het beslag, gelegd op grond van art. 1188 B. W. — Rechtb. 's-Gravenhage 10 September 1886; W. 5394; R. W. v. N. 589.

Sluiten