Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2104. J. C. F. Meijer. De verhouding tusschen hypotheek en later gevestigde zakelijke rechten. — Ac. Pr. Amsterdam 1884. Aangek, in W. v. N. R. 757, 758 en 760.

2105. G. Vlug. De hypotheek en de later gevestigde zakelijke rechten op onroerende goederen. — W. v. N. R. 1531.

2106. D. van der Goot. De verhouding tusschen hypotheek en later gevestigde zakelijke rechten. — Ac. Pr. Groningen 1888. Aangek, door H. W. de Wilde in W. v. N. R. 1007.

2107. Mr. M. Polak. Hypotheek en later gevestigde zakelijke rechten. — R. M. XXII.

2108. Th. van Uije Pieterse. Het recht van hypotheek met aanteekeningen, ontleend aan rechtspraak en praktijk. — Ac. Pr. Utrecht 1894. Aangek, door H. M. J. Wattel in W. v. N. R. 1221.

2109. Mr. D. E. Lioni. Behandeling van eenige aan de praktijk ontleende gevallen omtrent hypotheekrecht. Lezing gehouden in de Notarieele Vereeniging te Amsterdam 19 October 1895. — W. v. N. R. 1849.

2110. I. BoerHzn. Hypotheekstelsels.

— R. M. XIV, 248.

Naar aanleiding daarvan: Prof. mr. H. J. Hamaker. Hypotheekstelsels. — W. v. N. R. 1355—1357.

2111. I. Boer. Eene mislukte poging tot herziening van ons hypotheekstelsel.

— R. M. XX, 203.

2112. H. C. Snethlage. Is ons hypothecair stelsel werkelijk hoogst gebrekkig ?

— W. v. N. R. 1801 en 1802.

2113. Mr. P. J. du Pui. Hypotheekrecht volgens het ontwerp 1899. — Them. 1901, 505; W. v. N. R. 1654—1657; Not. W. 95 en 96.

2114. Mr. M. L. van Goudoever. De rechten der hypotheekhouders bij beneficiaire aanvaarding. — W. v. N. R. 1730—1732.

2115. Mr. C. Voüte. Hypotheek-obligatiën. — W. 6724.

2116. M. Burgerhoud. Hypotheek ter verzekering van schuldbrieven aan toonder. — Ac. Pr. Leiden 1895.

2117. Coolen. Hypotheek voor obligatiën aan toonder. — Not. W. 100.

2118. Prof. mr. Paul Scholten. Hypotheekstelling voor schulden aan toonder met zoogenaamd „trustbeding". — W. v. N. R. 1976-1980.

2119. Hypotheek op zakelijke rechten. - Not. W. 11—13.

Eerste Afdeeling.

Alge'ineene Bepalingen.

Art. 1208.

2120. Hypotheek, ofschoon daaraan als zakelijk recht beschouwd, eigenaardige rechtsgevolgen verbonden zijn, is niets anders dan bevoorrechting van een personeel obligo, welk privilegie met dat obligo een geheel uitmaakt en als accessorium het lot deelt van de personeele vordering. — Rechtb. Amsterdam 23 April 1878; W. 4286.

2121. Het recht van hypotheek, ofschoon een onroerend zakelijk recht, is echter geenszins een zelfstandig recht, maar een met de schuldvordering, tot

Sluiten