Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betaling heeft aangesproken voor het resteerende zijner schuldvordering. — Rechtb. 's-Gravenhage 1 Februari 1889; W. 5737; R. W. v. N. 662.

2224. De hoofdelijke mede-schuldenaar, tot betaling van het te kort komende aangesproken, kan niet bij reconventioneele vordering rekening en verantwoording vragen van den schuldeischer wegens den door dezen krachtens onherroepelijke volmacht gedanen verkoop van het door den anderen hoofdelijken schuldenaar hypothecair verbonden onroerend goed. — H. R. 3 Mei 1889, concl. conf.; W. 5716; W. v. N. R. 1029; R. W. v. N. 654; T. v. N. VII, 177; P. v. J. 1889, 64; N. R. CLII, 1.

2225. De Voorzitter kan in kort geding den verkoop van onroerende goederen schorsen, aangekondigd door een hypothecairen schuldeischer, wiens inschrijving op die goederen is doorgehaald, zonder daarbij een onderzoek te doen of hij, die den hypotheekbewaarder tot die doorhaling gemachtigd had, bevoegd was dit te doen. — Pres. Bes. Roermond 17 Mei 1890; R. W. v. N. 688.

2226. Waar in een akte van koop en verkoop, hypotheek voor een deel der kooppenningen is voorbehouden met het beding van onherroepelijke volmacht, behoeft de verkooper bij wanpraestatie des koopers niet van dat beding gebruik te maken, maar kan hij tot ontbinding der koopovereenkomst ageeren. — Rechtb. Amsterdam 12 October 1889; W. 5822; R. W. v. N. 680. Hof Arnhem 9 Maart 1892; P. v. J. 1892, 32.

2227. Wanneer de notaris van den hypothecairen schuldeischer de opdracht heeft verkregen om het verbonden goed krachtens art. 1223 B. W. teverkoopen

Cremf.rs, Aant. IJ. W.

en in de veilconditiën is bepaald, dat de ltooper gehouden is aan den notaris te zijnen kantore 10 pCt. van den koopprijs te betalen tot dekking der kosten, dan is de notaris krachtens de bepalingen der negotiorum gestio verplicht aan den debiteur (vroeger eigenaar) rekening en verantwoording af te leggen en mag hij niet meer in rekening brengen dan de wet houdende vaststelling van het tarief bepaalt. — Hof 's-Hertogenbosch 28 November 1893; W. 6431; W. v. N. R. 1256; T. v. N. XI, 328, met bevestiging Rechtb. Roermond 12 Mei 1893; W. v. N. R. 1243.

2228. In het algemeen moet aan den eersten hypothecairen crediteur, die krachtens onherroepelijke volmacht zijn onderpand in publieke veiling brengt, niet de bevoegdheid worden ontzegd om het in veiling gebrachte te doen ophouden, m. a. w. de crediteur, die aldus handelt, pleegt geen onrechtmatige daad. Dit is echter wel het geval als die crediteur, toen hij het verbonden goed in veiling bracht, niet de bedoeling had om het te verkoopen, maar alleen wilde zien of zijn hypotheek door de geboden som gedekt zou zijn. — Rechtb. Amsterdam 23 October 1894; Wr. 6660; T. v. N. XIII, 315.

2229. Een schuldeischer, die executoir beslag heeft gelegd op de onroerende goederen van zijn schuldenaar, waarop een hypotheek rust met het beding in dit artikel vermeld, is na verloop van den termijn bedoeld in art. 511 B. R. bevoegd, met de executie voort te gaan. Hij kan door aldus te handelen, geen onrechtmaclitige daad plegen, ook al moet worden toegestemd, dat na verloop van dien termijn de hypothecaire schuldeischer bevoegd blijft om van bedoeld beding gebruik te maken. — Hof 's-Gravenhage 13 Januari 1896; W. 6756;

29

Sluiten