Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2279. Prof. mr. H. J. Hamaker. De doorhaling van hypotheken (naar aanleiding van gemeld vonnis Amsterdam 26 October 1896 en Amsterdam 27 April 1897) (nr. 1228 deel I). — W. v. N. R. 1448-1452.

De doorhaling. Naschrift. — W. v. N. R. 1455.

Art. 1240.

2280. H. B. Gottmer. Wie heeft het recht de akte van toestemming tot doorhaling der hypothecaire inschrijving te doen verlijden? De hypothecaire schuldenaar. — W. v. N. R. 1268.

2281. H. B. Gottmer. Welke rechtsgevolgen heeft de onderteekening van eene akte, houdende afstand van het hypotheekrecht, waarbij tevens tot de doorhaling der inschrijving wordt gemachtigd, zoolang die akte niet ten kantore des hypotheekbewaarders is ingeleverd ?

Om de mogelijkheid van intrekking te voorkomen, meent S. dat dan de debiteur mede moet compareeren en de machtiging tot doorhaling aannemen. — W. v. N. R. 1360 en 1367.

H. R. Trip. Idem. — W. v. N. R. 1364.

Art. 1241.

2282. Indien niet is toegestemd in de doorhaling eener hypothecaire inschrijving, kan zij van den rechter verzocht worden en geschiedt alsdan bij toewijzing van het verzoek uit kracht van het vonnis zelf; hieruit volgt, dat de eisch tot veroordeeling van den hypothecairen schuldeischer om de inschrijving te doen doorhalen, niet voor toewijzing vatbaar is. — Rechtb. Winschoten 11 April 1888; W. 5606.

2283. Indien de toestemming tot doorhaling eener hypothecaire inschrij¬

ving geweigerd wordt, kan een eisch worden ingesteld daartoe strekkende, dat de bevoegde partij die toestemming zal verleenen, m. a. w. zal overgaan tot het doen dier doorhaling binnen zekeren termijn en dat bij gebreke daarvan de doorhaling krachtens vonnis door den hypotheekbewaarder zal worden bewerkstelligd.

Op den hypotheekgever die doorhaling van de inschrijving eener crediet-hypotheek vordert, op grond dat hij niets aan den hypotheekhouder schuldig is, rust de bewijslast van dit positum. — Rechtb. Amsterdam 27 Juni 1893; Hof Amsterdam 18 Mei 1894; P. v. J. 1894, 73.

2284. Indien in het proces-verbaal van openbare verkooping van onroerend goed, de niet tegen de openbare orde strijdende bepaling gemaakt is, dat partijen ten aanzien der verkooping en hare gevolgen aan de rechtsmacht van een aangewezen Rechtbank onderworpen zullen zijn, is die Rechtbank alleen bevoegd om over gesel lillen betrekkelijk die verkooping te oordeelen. — Rechtb. 's-Gravenhage 7 Januari 1890; R. W. v. N. 686.

2285. De vordering tot doorhaling krachtens dit artikel is aan geen bepaalden vorm gebonden. — Hof Amsterdam 10 Januari 1890; W. 5952.

2286. De vordering tot vernietiging eener onrechtmatig gedane doorhaling betreft de inschrijving der hypotheek en vindt haar grond in het zakelijk recht van hypotheek. — Rechtb. Maastricht 24 November 1892; W. 6465.

2287. De eigenaar van een onroerend goed kan doorhaling vragen der daarop door onbevoegden verleende inschrijving ten koste van hem, die de inschrijving

Sluiten