Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2305. Het beding van niet zuivering kan slechts geldig gemaakt worden door den eersten hypothecairen crediteur bij de vestiging en dus niet door iemand, die, toen zijn hypotheek gevestigd werd, slechts tweede hypotheek verkreeg. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 26 Maart 1902; W. v. N. R. 1687.

2306. Het recht des koopers van onroerend goed, om deszelfs zuivering van de er op rustende hypotheken te vorderen is een zelfstandig niet van den verkooper afgeleid recht dat kan worden uitgeoefend, ook al verzuimde de verkooper vroeger om dat recht tijdig geldend te maken. — Hof 's-Hertogenbosch 3 November 1903; W. 8016.

2307. Prof. mr. C. Asser. Eene nieuwe formule voor het beding van art. 1254 lid 2 B. W. — W. v. N. R. 1397 en 1404; W. 6863 en 6885.

Mr. W. F. Frijlinck. Idem. — W. v. N. R. 1397 en 1402.

B. Idem. — W. v. N. R. 1397.

Mr. C. E. Achterberg. Idem. — W. v. N. R. 1399.

C. P. Frijlinck. Idem. — W. v. N. R. 1401.

Eug. Dumoulin. Idem. — W. 6867.

A. Moll. Zuivering bij verkoop krachtens onherroepelijke machtiging naar aanleiding van Prof. Asser's nieuwe formule van het beding van art. 1254 lid 2 B. W. — T. v. N. XIV, 246.

Mr. Paul Scholten. De formuleering van het beding van art. 1254 B. W. — W. v. N. R. 1839.

Art. 1255.

2308. H. B. Gottmer. Het verband der artt. 1223 en 1255 B. W. — W. v. N. R. 1092.

2309. F. T. Tegenwoordigheid van den Kantonrechter bij openbare ver-

koopingen volgens art. 1223 B. W. — W. 5985.

Q. N. Idem. — W. 5982, 5987 en 5991. Mr. E. A. E. van der Kemp. Idem.

— W. 5984.

2310. Mr. C. E. Achterberg. Verkooping krachtens art. 1223 B. W. Vereischte van de tegenwoordigheid des Kantonrechters voor de vordering tot zuivering.

— R. en W. XXXIII, 191.

2311. C. v. D. Is de tegenwoordigheid van den Kantonrechter noodig bij publieke verkoopingen volgens dit artikel? Neen. — W. v. N. R. 1112 en 1113.

2312. Om te kunnen geraken tot zuivering van de hypothecaire lasten, die den koopprijs te boven gaan, wordt ook bij eene verkooping krachtens onherroepelijke machtiging de tegenwoordigheid van den Kantonrechter vereischt.

— H. R. 4 Mei 1891, concl. conf.; met vernietiging Rechtb. 's-Gravenhage 7 April 1891 en Kantong. 's-Gravenhage 16 Maart 1891; W. 6017; R. W. v. N. 708; W. v. N. R. 1120. Rechtb. Leeuwarden sine die, anders Kantong. Bolsward 9 Augustus 1880; W. 4572. Rechtb. Amsterdam 22 April 1891; W. 6053; W. v. N. R. 1132; R. W. v. N. 721; P. v. J. 1891, 56; T. v. N. IX, 193.

2313. B. v. R. Is bij verkoop krachtens onherroepelijke volmacht, nakoming noodig van de voorschriften van art. 1255 B. W. om tot opheffing van volgende hypothecaire verbanden te kunnen geraken? Neen. — W. 6059; R. W. v. N. 791.

2314. Onder „ingeschreven schuldeischers" in dit artikel kunnen alleen worden verstaan diegenen, wier inschrijving overeenkomstig art. 1231 B. W. volgens aan den bewaarder der hypo-

Sluiten