Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANVULLINGEN EN VERBETERINGEN.

In no. 68 ie lezen achter IC. 8763: W. v. N. R. 2056.

Na no. 87 te lezen:

Eene sommatie is eene aanzegging van den schuldeischer aan zijnen schuldenaar, dat hij op den tijd, daarbij aangegeven, van dezen nakoming der overeenkomst verlangt, met het gevolg, dat, indien deze niet plaats heeft, de debiteur tegenover hem in gebreke zal zijn en indien hij nalatig blijft, de gevolgen, bij de wet daaraan verbonden, te zijnen aanzien in het leven zullen treden. — H. R. 27 Mei 1910, concl. conf.; W. 9035.

Na no. 199 te lezen:

De wet stelt met betrekking tot de voorwaarde als eisch, dat de gebeurtenis, waarvan de verbintenis afhankelijk wordt gesteld, is toekomstig en onzeker, maar laat in het midden of de gebeurtenis zelve voor de partijen rechten en verplichtingen doet ontstaan naast die, welke uit de hoofdverbintenis voortspruiten. — Hof Amsterdam 17 December 1909; W. 9079.

In no. 210 te lezen achter H'. 8800: W. v. N. R. 2060.

In no. 252 te lezen achter W. v. Not. 194: W. v. N. R. 2070.

In no. 469 te lezen achter W. 8886: W. v. N. R. 2084.

In no. 566 te lezen achter W. 8848: W. v. N. R. 2066.

.Aa no. 566 te lezen:

Naardien art 1356 B. W. voor de bestaanbaarheid eener verbintenis uit overeenkomst, de aanwezigheid vordert van een geoorloofde of rechtsgrond, moet deze bij den aanleg eener vordering uit zulk eene verbintenis worden gesteld door aanduiding waarin die bestaat. Eene schuldbekentenis, ook eene, die geene oorzaak vermeldt, heeft niet eene zelfstandige verbintenisscheppende kracht, maar kan slechts strekken tot bewijs van de aan haar voorafgaande en door haar erkende overeenkomst. — H. R 7 Januari 1910, concl conf.; W. b960; \\. v. N. R. 2101. (Met bevestiging Hof Amsterdam 12 Februari 1909; W. 8885; W. v. N. R. 2075.)

Aa no. 878 te lezen:

Eene onrechtmatige daad geeft eerst dan recht den dader tot vergoeding der

Sluiten