Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door zijne daad veroorzaakte schade te vervolgen, indien den dader schuld, zij het culpa levissima, kan worden verweten ter zake van de veroorzaakte schade, zoodat een eischer, die schade vorderde, dan ook schuld moet stellen. — Hof 's Gravenhage 9 Mei 1910; W. 9052.

Schuld is eene juridische qualificatie; dus moeten bij eene actie, die steunt op de artt. 1402, 1403 en 1406 B. W. feiten worden gesteld, die dit schuldbegrip vormen met causaal verband tusschen feiten en gevolg. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 10 December 1909; W. 9064.

Na no. 929 te lezen:

Eigen schuld van den benadeelde kan aanleiding geven tot opheffing of vermindering der aansprakelijkheid van den bedrijver der onrechtmatige daad; deze kan wel beroep doen op dergelijken verontschuldigingsgrond, doch niet de vermelding daarvan in de dagvaarding vorderen, op straffe van niet-ontvankelijkverklaring van den eischer. — Hof Amsterdam 28 Januari 1910; W. 9066.

Achter no. 974 te voegen: Cassatie verworpen H. R 10 December 1909, concl. conf.; W. 8944; \Y. v. N. R. 2096.

Na no. 996 te lezen:

Art. 1404 B. W. stelt steeds den eigenaar van het dier aansprakelijk, indien het niet bij een ander in gebruik is, en verlangt niet bovendien, dat de eigenaar om aansprakelijk te zijn, zich van het dier moet bedienen. Dit artikel heeft als uitzondering op dien regel de gevallen op het oog, dat iemand onder welken titel dan ook, tijdelijk van het dier van een ander eenigen dienst of voordeel heeft, althans tracht te hebben. Met het dier wandelen kan bezwaarlijk onder dit begrip worden gebracht. — Hof Arnhem 4 Mei 1910; W. 9062.

Na no. 1294 te lezen:

Compensatie werkt slechts, als ze wordt ingeroepen.

Als een der vorderingen aan een anderen crediteur is overgedragen, kan op compensatie geen beroep meer worden gedaan, als zijnde toch het recht om zich op schuldvergelijking te beroepen, niet inhaerent aan de vorderingen zelve, doch aan de hoedanigheid van de personen, van te zijn wederkeerig elkanders schuldeischer en schuldenaar. — Rechtb. Winschoten 29 Juni 1910; W. 9073.

In no. 1351 te lezen achter W. 8927: W. v. N. R. 2093.

Sluiten