Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om iets te doen kan niet veroordeeld worden om die verbintenis na te komen op straffe van eene bepaalde som voor elke week verzuim. Immers onze wet kent geen dwangmiddel om den schuldenaar alsnog tot de uitvoering van eene dergelijke verbintenis te dwingen. — Rechtb. 's-Gravenhage 24 November 1903; W. 7993.

92. De aanspraak op schadevergoeding, welke de schuldeischer ingevolge dit artikel kan doen gelden wegens het door den schuldenaar nalaten van een aangenomen doen, blijft onverlet, ook al verlangt hij op grond van art 1302 B. W. wegens die wanpraestatie ontbinding der overeenkomst. — H. R. 6 Januari 1899; W. 7229; P. v. J. 1899, 11; v. d. H., B. R. LXV, 28; N. R. CLXXXI, 65.

93. Hij, ten wiens opzichte een wederkeerige overeenkomst niet is nageleefd, kan op grond van dit artikel de vergoeding van kosten, schaden en interessen vragen, zonder daaraan eene actie tot ontbinding of nakoming vast te knoopen. Hij kan daarvoor bij dagvaarding een bepaalde som vorderen behoudens zijne verplichting om ingeval van betwisting het schadecijfer te bewijzen. — Rechtb Utrecht 16 Februari 1881; W. 4732. In denzelfden zin Rechtb. Alkmaar 21 December 1905; Mb. Dw. XXII, 50.

Art. 1277.

94. Bij een verbintenis om iets te doen, kan de schuldeischer eerst dan haar ten koste van den schuldenaar doen uitvoeren, indien hij daartoe öf de machtiging van den rechter heeft verkregen, öf hem bij overeenkomst de bevoegdheid daartoe is toegekend. — Hof Arnhem 28 Februari 1883; W. 4904.

95. Indien de verkooper weigert om

met den kooper over te gaan tot het verlijden eener akte van koop en verkoop, kan hij bij vonnis daartoe veroordeeld worden, terwijl bij zijne nalatigheid of onwil om daaraan te voldoen, dat vonnis in de plaats zal treden van eene akte, bestemd om in de openbare registers ten kantore van de bewaring der hypotheken te worden overgeschreven. — Rechtb. Almelo 21 April 1886; R. W. v. N. 584; W. v. N. R. 864; R v. J. 1887, 3. (Zie voorts aant. 611—620 Deel II.)

96. De verplichting van den verhuurder tot levering van het verhuurd huis in goeden staat van onderhoud, is een verbintenis om te leveren of te geven, maar niet een verbintenis om te doen, zoodat de huurder niet ontvankelijk is in zijne vordering om door den rechter te worden gemachtigd zelf de verbintenis ten koste van den verhuurder te doen uitvoeren. — Rechtb. Leeuwarden 29 Juni 1893; W. v. N. R. 1262.

97. Uit de woorden van een overeenkomst, dat bij nalatigheid van den aannemer, de aanbesteder het recht heeft om het werk door de directie te doen afmaken, volgt, dat het daarbij aan den aanbesteder gegeven recht slechts een bevoegdheid is, doch geen verplichting, waardoor partijen de toepasselijkheid van dit artikel zouden hebben willen uitsluiten. — Hof Amsterdam 10 Juni 1898; W. 7185.

98. Art. 1277 B W. is niet van openbare orde, zoodat partijen bevoegd zijn daarvan bij overeenkomst af te wijken. — Rechtb. Utrecht 18 December 1907; W. 8985.

Art. 1278.

99. " Bij overtreding eener verbintenis om iets niet te doen kan worden gevor-

Sluiten