Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derd bevel aan den overtreder om zich in de toekomst van verdere overtredingen te onthouden. — Rechtb. Assen 31 Januari 1899; W. 7460.

Vierde Afdeeling.

Van de vergoeding van kosten, schaden

en interessen, voortspruitende uit het niet nakomen eener verbindtenis.

Art. 1279.

100. J. M. van Hettinga Tromp. Over het verzuim van den schuldenaar. — Ac. Pr. Groningen 1882.

101. W. R. L. K. M. von Motz. De leer der culpa bij verbintenissen. — Ac. Pr. Leiden 1882.

102. P. A. Eggers Omvang der schadevergoeding bij niet-nakoming van verbindtenissen. — Ac. Pr. Amsterdam 1884.

103. Hij, die gesommeerd wordt tot nakoming zijner verplichtingen, doch onder meer bezwarende omstandigheden dan was overeengekomen is niet bevoegd eene lijdelijke houding aan te nemen. Hij is dan ook wettelijk in verzuim als hij niet aanbiedt aan de overeenkomst, zooals zij oorspronkelijk luidde, te voldoen. — Rechtb. 's-Gravenhage 7 Mei 1880; W. 4521; P. v. J. 1880, 27.

104. Waar de schade-actie gegrond is op een feit, dat niet weder ongedaan kan worden gemaakt, komt geen inverzuimstelling te pas — Rechtb. Assen 12 Juli 1881; W. 4738.

105. Indien in rechten ook wordt gevraagd de vergoeding der door het niet nakomen der verbintenis gemaakte kosten, kan die vordering zonder eene voorafgaande ingebrekestelling niet worden toegewezen, indien uit de overgelegde akte van schuldbekentenis niet blijkt van

het bestaan der bepaling, dat de schuldenaar door het enkel verloop van de termijnen van betaling in gebreke zou zijn. — Hof Arnhem 20 Juni 1883; R. W. v. N. 488.

106. De vordering tot schadeloosstelling wegens overtreding eener verbintenis om iets niet te doen behoeft niet door eene in-mora-stelling voorafgegaan te worden. — Rechtb. Amsterdam 11 April 1883; P. v. J. 1883, 30.

107. De sommatie om op een andere plaats te betalen, dan waar betaald moest worden, heeft geen mora ten gevolge — Hof Amsterdam 17 April 1885; W. 5258.

In denzelfden zin Rechtb. Amsterdam 23 Mei 1884; P. v. J. 1884, 45.

108. Ofschoon een gesommeerde vormelijk behoorlijk in mora is gesteld, blijft de rechter evenwel bevoegd om naar de omstandigheden te beoordeelen of hij nalatig is gebleven in de vervulling zijner verbintenis en dus krachtens dit artikel tot vergoeding van kosten, schade en interessen gehouden is — Hof Amsterdam 8 Januari 1886 ; W. 5313; P. v. J. 1886, Bijbl. 12.

In denzelfden zin Rechtb. Middelburg 10 Juni 1885; W. 5267; W. v. N. R 671.

109. De schuldenaar in het buitenland wonende, is niet in mora op den dag der dagvaarding, als het exploit, waarbij hij tot levering werd gesommeerd, hem langs officiëelen weg eerst na dien dag bereiken kan, zelfs al bleek, dat zijn agent hem vroeger met de in-morastelling bekend had gemaakt. — Hof Amsterdam 14 Januari 1887; P. v. J. 1886, 16, Bijbl.

110. In het algemeen wordt een in

Sluiten