Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winter kan hier te lande niet als overmacht worden aangemerkt, evenmin als stilstand van het spoorwegverkeer gedurende enkele dagen. Werkstaking in een mijn kan evenmin als overmacht gelden, waar niet de levering van steenkolen uit een bepaalde mijn is bedongen. — Rechtb. Rotterdam 29 Juni 1892; N. M. v. H. V, 34.

146. Eene algemeene werkstaking, waarbij betrokken zijn alle werklieden noodig voor eene richtige en regelmatige lossing en die niet is te wijten aan hem, die de lading heeft te ontvangen, levert voor dezen overmacht op, waardoor hij belet wordt om een daartoe aangenomen rijnschip met lading uit een zeeschip te laden. — Rechtb. Rotterdam 10 Maart 1902; W. 7828.

147. Eene algemeene werkstaking van bootwerkers, tijdens welke slechts bij uitzondering en niet dan tegen aanzienlijke opoffering van moeite en geld werklieden in dat vak waren te verkrijgen, levert voor dengeen, aan wien zij niet te wijten is, overmacht op, waardoor hij verhinderd wordt een schip te laden. — Rechtb. Rotterdam 7 Mei 1902; W. 7045.

148. Eene algemeene werkstaking in een bepaald vak kan overmacht opleveren. — Rechtb. Rotterdam 14 December 1904; W. 8281.

149. Zoo goed als eene algemeene „strike'' moet ook een algemeene „lock out" als overmacht worden beschouwd. — Rechtb. Amsterdam 7' April 1905; P. v. J. 1905, 486.

150. Ijsgang waardoor de geconsigneerde verhinderd wordt de lading van een op stroom liggend stoomschip in schepen langszijde van dat stoomschip

Cbemebs, Aant. B. W.

over te nemen, is overmacht, zoodat hij voor het daardoor veroorzaakt oponthoud geen overliggeld behoeft te betalen.

— Rechtb. Rotterdam 22 Februari 1890 ; W. 5852.

151. Indien een vervoer te water vertraagd wordt door ingevallen vorst en de vervoerder vóór het invallen van de vorst niet in mora was, dan moet de vorst als overmacht worden beschouwd.

— Rechtb. Amsterdam 26 November 1896; W. 6927; P. v. J. 1898, 25.

152. Sneeuw en vorst zijn niet als overmacht te beschouwen bij een in de open lucht te verrichten werk, dat den

14 December is aangenomen, om op den

15 Februari daaraanvolgende gereed te zijn. — Hof Arnhem 10 Februari 1897; W. 6967.

153. Overmacht is niet aanwezig, als het ijs de zoo snel mogelijke inlading niet heeft belet, doch deze toeliet, hoewel met meerdere kosten en als de inlading moet geschieden „free of risk and expence to the steamer." — Rechtb. Amsterdam 31 December 1897; N. M. v. H. X, 162.

154. Vertraging van vervoer, als gevolg van invallenden vorst, moet als veroorzaakt door overmacht worden beschouwd; zonder uitdrukkelijk beding is de partij, die het vervoer op zich nam, dan niet verplicht haar toevlucht te nemen tot vervoer per spoor. — Hof Amsterdam 2 Februari 1898; P. v. J. 1898, 25.

155. Wanneer uitdrukkelijk bedongen is levering per waterweg, dan levert toewater overmacht op. — Rechtb. Rotterdam 1 December 1900; W. 7595.

156. Bij eene overeenkomst aangegaan

31

Sluiten