Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verven en te behangen kan door den huurder niet worden aangesproken tot vergoeding van schade geleden door het hebben van een slecht geverfd in stede van een behoorlijk op nieuw geverfd huis. Zoodanige vergoeding zou toch neerkomen op eene vergoeding van schade van het esthetisch gevoel des huurders, welke schade niet op geld waardeerbaar is. — Rechtb. Rotterdam 1 October 1900; W. 7525; R v. J. 1900, 82.

165. De schadevergoeding bestaat niet in het verschil tusschen inkoopsprijs plus onkosten en verkoopprijs, maar tusschen verkoopprijs en waarde ten tijde der ontbinding. — Hof Arnhem 30 Januari 1884; N. R. B. 1884, B. 135.

166. Waar in de wet de criteria voor de berekening van winstderving niet worden aangetroffen, kan het aannemen van zekere factoren voor die berekening geen wetschennis opleveren. — H. R. 18 December 1884; W. 5122.

167. Dit artikel en de volgende bevatten alleen eenige hoofdbeginselen omtrent de berekening der aldaar bedoelde schadevergoeding. De beslissing der vraag welke elementen als maatstaf voor de berekening van schade of winstderving in zeker geval zullen gelden is derhalve aan den rechter overgelaten en moet als van feitelijken aard in cassatie worden geeerbiedigd, voorzoover zij niet met genoemde hoofdbeginselen in strijd is. Met die hoofdbeginselen is niet in strijd en de genoemde artikelen zijn dus niet geschonden door bij het bestaan van een vaste marktwaarde van verkochte, doch door den kooper niet in

< ontvangst genomen en niet betaalde

I goederen als grondslag der vergelijking bij de berekening van de aan den ver-

I kooper toe te kennen schadevergoeding

aan te nemen die marktwaarde en niet den prijs, waarop de goederen den verkooper te staan komen. — H. R. 2 April 1896; W. 6791; P. v. J. 1896, 46; W. v. N. R. 1379.

168. Bijaldien men bij het aangaan der overeenkomst weet, dat bij wanpraestatie zijnerzijds zijn medecontractant ten bate van een derde een zekere boete zal beloopen, is men ter zake van een gepleegde wanpraestratie die boete als schadevergoeding verschuldigd.—Rechtb.

| Zierikzee 2 April 1901; W. 7723. Bevestigd door Hof 's-Gravenhage 17 Februari 1902; W. 7761.

169. Alleen die kosten, schaden en interessen behoeven door den verkooper bij niet levering te worden vergoed, welke een dadelijk en onmiddellijk gevolg zijn van het niet nakomen der verbintenis en bij het aangaan der verbintenis zijn of kunnen worden voorzien. Derhalve behoeft als regel de niet geleverd hebbende verkooper niet te betalen het verschil tusschen den koopprijs en den prijs, waarvoor de goederen weer verkocht zijn. — Rechtb. Amsterdam 16 November 1894; N. M. v. H. VII, 240.

170. De verkooper van handelswaren, te wiens aanzien de koopovereenkomst niet is nagekomen, mag niet als schade in rekening brengen de som die hij op de overeenkomst, ware die nagekomen, zou hebben gewonnen, maar slechts het verschil van de koopsom met de waarde der verkochte goederen ten tijde waarop en ter plaatse waar de levering had moeten geschieden. — Rechtb. Dordrecht 9 Januari 1895; P. v. J. 1895, 25.

171. De schadevergoeding verschuldigd ter zake van het niet-leveren van verkochte huizen moet niet worden beschouwd naar den maatstaf van de winst te maken bij vermoedelijke huurprijzen

Sluiten