Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100C

en niet de actie wegens verborgen gebreken. — Rechtb. Rotterdam 18 Februari 1903; W. 7991.

317. Nakoming eener overeenkomst kan alleen gevorderd worden, indien zulks mogelijk is, zoodat, terwijl fonds tot dekking van te accepteren wissels voor den vervaldag moet worden bezorgd, nakoming dezer verplichting na den vervaldag als niet meer mogelijk, niet meer kan gevorderd worden, — H. R. 25 Maart 1904; W. 8052.

318. Uit dit artikel mag niet worden afgeleid, dat, dewijl voor de ontvankelijkheid der daar vermelde rechtsvordering tot nakoming eene in-gebrekestelling niet noodig is, ook voor die van de rechtsvordering tot ontbinding eene ingebrekestelling kan gemist worden. Dit artikel stelt voor de rechtsvordering tot ontbinding het vereischte, dat de verbintenis niet is nagekomen, maar de vraag of dit vereischte aanwezig is vindt hare oplossing in artt. 1279 en 1269 B' W. - H. R. 13 Mei 1904 concl. conf.; W. 8065; W. v. N. R. 1807; P. v. J. 1904, 347; Mb. Dw. XX, 33; N. R. CXCVII, 23. (Zie no. 276).

319. Wie eene vordering tot ontbinding eener huurovereenkomst heeft ingesteld, kan zonder zijn recht op ontbinding dier overeenkomst prijs te geven, hangende het proces vervallen huurpenningen in ontvangst nemen. Immers de huur wordt eerst ontbonden door het vonnis, al werkt de ontbinding dan ook al terug tot op den dag der dagvaarding; wordt in zoo'n geval de ontbinding uitgesproken, dan kan de gebeurde huur in mindering van de schadevergoeding komen. — Rechtb. Rotterdam 17 Februari 1908; W. 8816.

In denzelfden zin Rechtb. Haarlem 20 April 1909; W. 8844.

320. Er bestaat geen wettelijk, zij het ook voor tegenbewijs vatbaar vermoeden, dat de partij ten wier verzoeke eene overeenkomst ontbonden wordt verklaard, steeds schade lijdt; die partij zal dus, wil zij zich hare vordering tot schadevergoeding niet ontzegd zien, bij ontkentenis de door haar beweerde schade aannemelijk hebben te maken. — H. R. 22 Maart 1907; W. 8511; P. v. J. 1907, 632; N. R. CCY, 312.

321. De onmogelijkheid om een schuldenaar tot eene persoonlijke praestatie te dwingen belet niet dien schuldenaar tot nakoming eener verbintenis, waarbij hij zich tot zoodanige praestatie verbond, te dagvaarden. Als schadevergoeding voor verder verzuim kan dan bij toewijzing der principale vordering een zeker bedrag per dag worden toegekend. — Rechtb. Utrecht 18 Maart 1908; W. 8810; W. v. Not. 191.

Zesde Afdeeling.

Van verbindtenissen met tijdsbepaling.

Art. 1304.

322. Ed. Jacobson. Termijnhandel in goederen. Ac. Pr. Rotterdam 1889.

323. Mr. Z. van den Bergh. Tijdsbepaling en wederkeerige overeenkomst. — W. 6919; Mr. H. J. Hamaker id. W. 6925; A. Moll id T. v. N. XIV, 309.

324. G. Jannink. Eenige opmerkingen over de gevolgen van den termijn bij verbintenissen. — Ac. Pr. I.eiden 1890.

325. Voorwaarde of Tijdsbepaling? — W. v. N. R. 1202, 1204, 1206, 1208.

326. Als feitelijk vaststaat, dat eene vordering tijdens de dagvaarding niet opeischbaar was, is de exceptie op die

Sluiten