Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houding staat, kan de straf niet gevorderd worden zonder ontbinding der hoofdverbintenis. — Rechtb. Amsterdam 10 October 1889; P. v. J. 1889, 139.

388. Waar iemand zich verbonden heeft om aan een ander de helft uit te keeren van de door hem met zekere werkzaamheden te behalen winsten en om bij gebreke van voldoening aan deze verplichting, zekere boete te betalen, daar wordt voor de ontvankelijkheid van een vordering tot betaling der boete geen voorafgaande procedure tot rekening en verantwoording vereischt. — Groningen 21 October 1895; P. v. J. 1895, 90.

389. Elke wanpraestatie, hetzij deze bestaat uit een of meer feiten of nalatigheden, is met den aard en het wezen eener overeenkomst in strijd; een strafbeding moet dan ook zoowel bij de uit een enkele daad, als bij de uit een complex van daden of verzuimen blijkende wanpraestatie toepassing vinden, tenzij bij de overeenkomst tusschen die gevallen onderscheiden werd en bepaald is, dat het strafbeding alleen bij geïsoleerde overtredingen toepasselijk zou zijn. — Rechtb. Amsterdam 18 November 1898; W. 7346; P. v. J. 1899, 30.

390. Wanneer bij koopovereenkomst is bepaald, dat bij niet tijdige betaling de kooper eene boete verschuldigd zal zijn, dan ontheft de betaling dier — eens verbeurde — boete den kooper niet van zijne verplichting om den prijs te betalen. — Rechtb. Rotterdam 22 Mei 1905; Mb. Dw. XXI 45.

391. Waar bij een aanneming, een boete is bedreigd voor iederen dag nawerken na den termijn, voor de oplevering van het werk bepaald, en waar blijkt, dat de oplevering op den bepaalden dag niet heeft plaats gehad door

de schuld van den aanbesteder, moet het contractueel strafbeding geacht worden te zijn vervallen, zoodat de aanbesteder, die, later opgekomen nalatigheid beweert, zijn aanspraak op schadeloosstelling voor het hem berokkend nadeel niet meer kan gronden op dit strafbeding, doch alleen op de wet en dus ook den aannemer had moeten in gebreke stellen door bevel of akte. — Hof's Gravenhage 18 Juni 1883; W. 4954.

392. Waar een straf is bepaald op het niet op den vastgestelden dag opleveren, wijst dit beding uit den aard der zaak reeds op de bedoeling van partijen, dat door het enkel verloop van den dag, de schuldenaar in gebreke zal zijn, welke bedoeling moet worden aangenomen, waar zij bovendien blijkt èn uit de wijze, waarop de overeenkomst is tot stand gekomen, èn uit de woorden, waarin zij is vervat, èn uit de door partijen zelve daaraan later toegekende beteekenis. — Hof Arnhem 10 Februari 1897; W. 6967.

393. Wanneer bedongen is eene boete van f50 voor eiken dag, dat de oplevering van een werk zou worden vertraagd, dan is die boete ook verschuldigd, wanneer in het geheel niet wordt opgeleverd. — Rechtb. Dordrecht 6 December 1905; W. 8388.

Art. 1343.

394. De boete bij de koopovereenkomst gesteld op vertraging in de betaling van den koopprijs is niet verschuldigd, indien de vertraging een gevolg is van de erkende vrees voor stoornis in het bezit van het gekochte. — Rechtb. Heerenveen 24 Juni 1887; P. v. J. 1888, 22.

395. Om overeengekomen boete te kunnen vorderen is het niet noodig, dat

Sluiten