Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bintenis, kan geen strafbeding worden toegepast, zoolang niet vaststaat, dat de schuldenaar in gebreke is. — Rechtb. Rotterdam 29 Juni 1903; W.8036.

404. De bepaling van een bestek: „voor eiken dag latere oplevering zal op de aannemingssom ƒ 25.— worden gekort" houdt in een strafbepaling als bedoeld in art. 1340 B. W. Krachtens art. 1344 B. W. kan die straf dus buiten het daarbedoelde geval eener tijdsbepaling niet worden gevorderd dan na behoorlijke in morastelling. — Hof Amsterdam 18 Januari 1907; W. 8672.

In denzelfden zin Rechtb. Rotterdam 8 April 1908; W. 8840. Bevestigd door Hof 's-Gravenhage 18 Mei 1909; W. 8893; P. v. J. 1909, 887.

Art. 1345.

405. De rechter is niet bevoegd de straf te wijzigen, indien zij gesteld is op de eenvoudige vertraging der uitvoering van de overeenkomst. — Rechtb. Amsterdam 17 April 1888; P. v. J. 1888, 79.

TWEEDE TITEL.

Van verbindlenissen die uit contract of overeenkomst geboren worden.

Eerste Afdeeling.

Algemeene Bepalingen.

Art. 1349.

406. Mr. P. van Bemmelen. Het rechtsbegrip van overeenkomst. — R. M. VIII, 351. Beoordeeld door mr. J. C. Naber in R. M. VIII, 571.

407. Mr. P. van Bemmelen. De Romeinsche en de hedendaagsche overeenkomst. — R. B. en Bijbl. 1885, 111.

408. Mr. S. J. Hingst. De Romeinsche

en de tegenwoordige overeenkomst. — R. B. en Bijbl. 1885, 180.

409. G. M. R. Testa. De invloed der overeenkomsten in het internationaal privaatrecht. — Ac. Pr. Amsterdam, 1886.

410. M. Smit. De zoogenaamde stilzwijgende wilsverklaring bij het aangaan van overeenkomsten in het Nederlandsch recht. — Ac. Pr. Groningen 1890. Aangek, door mr. J. C. Naber in W. 5945.

Art. 1351.

411. Ph. P. C. H. Everts. Uitoefening van rechten door een ander dan den rechthebbende. — Ac. Pr. Utrecht 1883. Aangek, door mr. H. L. Drucker. R. M. III, 394; W. v. N. R. 733—739; Them. 1884, 515.

Art. 1352.

412. De woorden „zich sterk makende" voorkomende in een koopovereenkomst van onroerend goed en betrekking hebbende op de verplichting van levering, die een verkooper, niet-eigenaar, op zich neemt, heeft geen andere beteekenis dan dat die verkooper zich tegenover den kooper als lasthebber van den eigenaar verbindt, dat deze den door hem opgedragen last zal gestand doen, welke verbintenis voor den verkooper niet-eigenaar het gevolg zal kunnen hebben, dat hij ook bij niet-uitvoering van de opdracht door den eigenaar tegenover den kooper schadeplichtig zal kunnen worden. — Hof 's-Gravenhage 14 Mei 1900, met vernietiging Rechtb. 's-Gravenhage 12 December 1899; W. 7472; P. v. J. 1900, 54.

413. Indien de actie is ingesteld, voortvloeiende uit de bepaling van dit artikel: dat men zich voor een derde sterk heeft gemaakt, kan bij niet-nakoming der overeenkomst door dien derde

Sluiten