Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den streng juridieken zin, waarin het woord gebezigd wordt, waar sprake is van voorwaardelijke verbintenissen, maar er moet onder worden verstaan elke last of verplichting, strekkende ten behoeve van een derde, welke wordt toegevoegd aan het beding dat men voor zichzelven maakt. — H. R. 29 Januari 1886; W. 5267; N. R. CXLI1, § 14, 78; v. d. H., B. R Lil, 24.

424. De aannemer, die ter uitvoering van een beding der overeenkomst van aanbesteding, zijne werklieden tegen ongelukken verzekert, sluit een beding ten behoeve van die werklieden, waaraan deze te zijner tijd een vorderingsrecht tegen hem ontleenen. — Rechtb. Leeuwarden 2 Juni 1892; W. 6309.

In denzelfden zin Rechtb. Almelo 8 Januari 1902; W. 7824; Rechtb. 's-Gravenhage 17 Februari 1903; W.7889.

425. Indien de kooper van een huis zich tegenover den verkooper heeft verbonden daarin nimmer sterken drank te zullen verkoopen en bij wederverkoop ditzelfde beding te zullen maken, is de tweede kooper, die onder deze voorwaarde het huis gekocht heeft, en die in strijd met gemeld bedrag heeft gehandeld tegenover den eersten verplicht tot vergoeding der schade, die deze bewijst ten gevolge van dien drankverkoop te hebben geleden. Deze vordering behoort te worden toegewezen op grond van art. 1353 en niet op grond van art. 1354 B. W. — Rechtb. 's-Gravenhage 4 Juni 1886; W. 5317; T. v. N. IV, 278. Bestrijding van dit vonnis door mr. H. van de Sandt. Een questie van wetsuitlegging. — W. v. N. R. 958.

426. De verbintenis aangegaan tegenover de oprichters eener nog niet bestaande naamlooze vennootschap tot betaling van een bepaalde contributie tot dekking van de exploitatiekosten

der op te richten vennootschap, is geen verbintenis ten behoeve van een derde. — Rechtb. Rotterdam 27 December 1890; W. 5976.

427. Indien bij de oprichting eener naamlooze vennootschap, iemand zich verbonden heeft om, bijaldien in den loop van een zeker aantal jaren het dividend van het uitgegeven aandeelenkapitaal minder dan 6 °/0 'sj aars mocht bedragen, het ontbrekende tot 6 °/0 uit eigen middelen bij te passen — dan is dit een beding ten bate der aandeelhouders en niet ten bate van de vennootschap zelve, terwijl uit kracht van dat beding in ieder geval alleen uitkeering van dividend, nimmer vergoeding van verloren kapitaal gevorderd kan worden. — Rechtb. Breda 15 December 1903; P. v. J. 1904, 326.

428. Wanneer twee personen zich verbinden om in eene op te richten naamlooze vennootschap een zeker aantal aandeelen te nemen, dan moet dit worden beschouwd als eene overeenkomst in favorem tertii en wel ten laste der nog op te richten naamlooze vennootschap. — Rechtb. Amsterdam 21 Januari 1903; W. 7956.

429. Het bestaan van het beding van dit artikel mag niet lichtvaardig worden verondersteld, maar eerst aangenomen worden, als duidelijk en ondubbelzinnig blijkt, dat de contractanten het bepaald gewild en bedoeld hebben. — Rechtb. Zierikzee 13 Juli 1888; W. 5628.

430. Het beding, opgenomen in de akte van overdracht eener handelszaak houdende: „de ondergeteekende neemt „bij deze aan om voor zijne rekening „te zullen voldoen alle vorderingen, die „derden op de bedoelde handelszaak „hebben, voor aanmaning omtrent welke 1 „hij zijnen mede-contractant bij dezen I

Sluiten