Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

576. Het pactum, waarbij een boekhouder op een suikerfabriek zich zekere voordeelen bedingt, als hij niet openbaart eenige onregelmatigheden met betrekking tot 's Rijks accijnsen, voorkomende op die fabriek, moet beschouwd worden als ongeoorloofd. — Rechtb. Arnhem 7 November 1892; W. 6256.

577. Een schuldbekentenis afgegeven ter goedmaking van te laag vermelden koopprijs in een authentieke akte van verkoop van vast goed, bevat een ongeoorloofde oorzaak. — Rechtb. Zwolle 1 April 1891; W. 6145.

578. Een contractueel beding houdende „regtspraak wordt in deze overeenkomst niet erkend" is in strijd met de wet en bindt dus partijen niet. — Rechtb. 's-Gravenhage 8 Mei 1894; W. 6547.

579. De bepaling in de statuten eener vereeniging, dat geschillen tusschen de leden en de vereeniging, beslist zullen worden door scheidslieden, die leden der vereeniging moeten zijn, is in strijd met de openbare orde. — Hof Amsterdam 27 April 1894; W. 6557; W. v. N. R. 1303.

580. Eene vordering ter zake van buiten noodzaak verleende geneeskundige hulp door een onbevoegde heeft eene ongeoorloofde oorzaak. — Kan tong. Roermond 6 Mei 1905; P. v. J. 1906, 526.

581. De verbintenis eener vrouw om te worden de maitresse van een man heeft eene ongeoorloofde oorzaak. — Rechtb. Utrecht 15 November 1905; W. 8360; W. v. Not. 35.

582. De overeenkomst, waarbij een verzekerde voor zich bedingt met den agent eener verzekeringsmaatschappij, dat

deze de premie door den verzekerde te betalen, in plaats van ze aan de maatschappij af te dragen, onder zich zal houden tot zekerheid van mogelijk aan den verzekerde te vergoeden schade, heeft eene oorzaak in strijd met de wettelijke rechten van den eigenaar (de verzekeringsmaatschappij) op de premies en is dus krachteloos. — Rechtb. Amsterdam 6 November 1907; W. 8785.

Derde Afdeeling.

Van het gevolg der overeenkomsten.

Art. 1374.

583. Indien drie personen voor gemeenschappelijke rekening een huis hebben gekocht en overeengekomen zijn, dat een hunner voor gezamenlijke rekening dat perceel zal kunnen verkoopen of verhuren voor den prijs, die hem zal goed dunken, kan die opdracht niet door een der partijen afzonderlijk worden herroepen. — Rechtb. Amsterdam 15 April 1884; W. 5152.

584. Dit artikel kent wel aan partijen de bevoegdheid toe, om hare vroeger gesloten overeenkomsten met wederzijdsche toestemming te herroepen, maar daaruit volgt niet, dat zij ook de gevolgen, die hunne vroegere handelingen reeds krachtens de wet hebben te weeg gebracht, zooals de vermindering eener hypothecaire schuld, door gedeeltelijke betaling, zouden kunnen herroepen, door met wederzijdsche toestemming een fictie in het leven te roepen die met de werkelijkheid in strijd is. — Rechtb. Haarlem 3 Maart 1884; W. 5083.

585. Uit art. 1374 B. W. volgt niet_ dat een voor onbepaalden tijd aangegane verbintenis altijd alleen zou kunnen eindigen door wederzijdsche toestemming of tengevolge eener vordering tot wanpraestatie en nooit na gedane opzegging

Sluiten