Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou kunnen worden ontbonden. — H. R. 4 Juni 1886; W. 5301.

586. Waar een schriftelijke overeenkomst van koop is overgelegd, gaat het niet aan zich op een nadere overeenkomst tot ontbinding te beroepen, zonder hiervoor een schriftelijke overeenkomst bij te brengen. De bewering, dat de eischer verzuimd heeft het oude contract terug te geven, beteekent niets. Het feit, dat op de oorspronkelijke koopovereenkomst vermeld is, dat yan de betaling uitstel wordt verleend tot een anderen dag, weerspreekt het beweren, dat de koop met wederzijdsch goedvinden zou ontbonden zijn. — Rechtb. Amsterdam 2 Januari 1891; W. 6004.

587. Indien eene der partijen heeft verklaard, dat zij op een overeenkomst terugkomt, en de andere partij een handeling verricht met de overeenkomst onbestaanbaar, moet worden aangenomen, dat de overeenkomst met wederzij dsche toestemming is herroepen. — Rechtb. Roermond 20 October 1897; W. 7071; P. v. J. 1897, 102.

588. Stilzwijgende herroeping eener overeenkomst mag niet worden aangenomen dan op grond van handelingen, waaruit van die herroeping ondubbelzinnig blijkt en die niet zijn te rijmen met een voortduren der getroffen overeenkomst. — Hof Arnhem 6 December 1899; W. 7409.

589. Eene overeenkomst, waarbij tusschen partijen is overeengekomen, dat deze door opzegging een jaar te voren gedaan, zal afloopen, eindigt door eene tijdige per brief gedane opzegging, zonder dat daarin verandering kan worden gebracht door het feit, dat in dien brief aan de tegenpartij wordt verzocht ter voorkoming van een deurwaarders-

Cbemebb, Aant. B. W.

1058

exploit schriftelijk te melden, of zij met die opzegging genoegen neemt en de tegenpartij daarop ontkennend antwoordt; evenmin door eene later door diezelfde partij gedane opzegging per deurwaardersexploit, daar deze moet worden geacht ex superabondantia te zijn gedaan. — Hof Arnhem 17 October 1900; W. 7556.

590. Hij, die zich bij overeenkomst heeft verbonden, geen handel te zullen drijven in bepaalde artikelen, handelt in strijd met die overeenkomst, als hij toelaat, dat zoodanige handel in de echtelijke woning wordt gedreven door zijne vrouw, met wie hij is gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen. — Rechtb. Amsterdam 25 Januari 1889 ; R. W. v. N. 672.

591. Uit art. 1374 en 1375 B. W. volgt, dat de bedingen die bij een overeenkomst zijn gemaakt, moeten worden toegepast, met het oog op hetgeen naar den aard dier overeenkomst door de billijkheid wordt gevorderd, doch hieruit vloeit niet voort, dat op gronden van billijkheid bedingen, die niet gemaakt zijn en niet in den aard der overeenkomst zijn gelegen, als in de overeenkomst vervat mogen worden aangemerkt. — H. R. 10 Februari 1893; W. 6306; P. v. J. 1893, 35; N. R. CLXIII, 86; v. d. H., B. R. LIX, 35.

592. Bij eene wederkeerige overeenkomst kan een der partijen zonder medewerking en goedkeuring der wederpartij een ander niet in hare plaats stellen. — Rechtb. Arnhem 13 April 1893 ; W. 6309.

593. Uit het in art. 1374 B. W. uitgesproken hoofdbeginsel volgt, dat eene overeenkomst, waarbij met goedvinden van alle betrokken partijen aan een derde de bevoegdheid wordt gegeven om later in de plaats van een der oorspron-

34

Sluiten