Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijke partijen te treden en dus alle diens rechten en verplichtingen uit het contract voortvloeiende over te nemen, alleen dan als onbestaanbaar zou moeten worden aangemerkt, indien dit besluit in strijd was met eenig wetsvoorschrift of algemeen rechtsbeginsel; — hetgeen niet het geval is. — H. R. 29 November 1907, concl. conf.; W. 8619 ; W. v. N. R. 1988'; W. v. Not. 120; N. R. CCVII, 175; P. v. J. 158.

Art. 1375.

594. Art. 1375 en 1383 B. W. beteekenen hetzelfde, nl. dat partijen zich niet reeds van hare verplichting ontslagen kunnen rekenen, als zij voldaan hebben aan de letter der overeenkomst, maar eerst dan als tevens is uitgevoerd wat door billijkheid, gewoonte en wet met de natuur dier overeenkomst is verbonden. — Rechtb. Amsterdam 19 Mei 1881; N. M. v. H. I, 22.

595. Een verbintenis, zonder eenige beperking van tijd en ter bestendiging van een van oudsher bestaand gebruik aangegaan, kan niet geacht worden aangegaan te zijn bij eene elk oogenblik opzegbare overeenkomst. — Recht. Leeuwarden 3 Juni 1897; W. 7012.

596. Gebruik en billijkheid kunnen nooit als grond eener vordering dienen, indien zij met de aangegane overeenkomst in strijd zijn. — H. R. 10 Februari 1888; W. 5518; N. R. CXLVIII, § 14, 104; R v. J. 1888, 26.

597. Waar volgens dit artikel partijen ook verbonden zijn tot. datgene, wat het gebruik naar den aard der overeenkomst vordert, kan tot zoodanig gebruik gerekend worden te behooren, ook datgene wat ligt buiten de contractueele verhouding van partijen. — Rechtb. Rotterdam 16 Mei 1891; W. 6065; P. v. J. 1891, 58.

598. Het beroep op een gebruik komt eerst dan te pas, als vaststaat, dat partijen omtrent de door dat gebruik geregelde materie geen overeenkomst hebben gesloten. — Rechtb. Amsterdam 15 December 1892; W. 6531.

599. Een kooper is slechts dan aan een „gebruik" als bij dit artikel bedoeld of aan een „bestendig gebruikelijk beding" als in artikel 1383 vermeld, gebonden, indien dat gebruik of beding volgt uit den aard der . overeenkomst en niet in strijd is met, althans geheel afwijkt van den uitdrukkelijken wil van partijen. Het gebruik van geheel plaatselijken aard is niet bindend voor den kooper. — Rechtb. 's-Gravenhage 2 Januari 1894; W. 6498.

600. De bepalingen van artt. 1375 en 1383 doelen niet op eenig plaatselijk gebruik, maar op een naar den aard van eenige overeenkomst algemeen geldend gebruik, of bij eenige overeenkomst bestendig gebruikelijk beding. — Rechtb. Haarlem 5 Januari 1897; W. 6956.

601. Onder de uitdrukking „het gebruik" in dit artikel mag niet worden begrepen een bebruik in strijd met de wet. — Bestendig gebruikelijke bedingen, waarbij wordt afgeweken van eenige wetsbepaling, zijn voor partijen verbindend, voor zooverre deze bepaling niet betrekking heeft op de openbare orde of de goede zeden. — Rechtb. Rotterdam 19 April 1890; W. 5865.

602. Een plaatselijk gebruik kan geene wettelijke voorschriften ter zijde stellen. — Rechtb Amsterdam 25 November 1898; W. 7346.

603. Wanneer omtrent eenig beding in eene overeenkomst een vast gebruik

Sluiten