Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat iemand eens anders zaak vrijwillig heeft waargenomen d. i wetende, dat het eens anders zaak is en dus met den wil om haar als zoodanig waar te nemen ; dit vereischte moet geacht worden aanwezig te zijn, wanneer iemand pachten zijner dochter int, echter minder in haar belang dan met de bedoeling zichzelf uit die pachten te betalen. — H. R. 24 Januari 1902, concl. conf.; W. 7714; Not. W. 130; P. v. J. 1902, 128; N. R. CXC, 92.

675. Om eene vordering uit zaakwaarneming te kunnen instellen is het een vereischte dat men eens anders zaak heeft waargenomen, wetende dat het eene anders zaak was. — H. R. 18 December 1903, concl. conf.; W. 8007; Gemst. 2733; P. v. J. 1904, 32; W. v. N. R. 1786; Not. W. 239; N. R. CXCV, 327; Lutt. 1903, 351 (met bevestiging Hof 's-Gravenhage 18 December 1903; W. 7899; Gemst. 2696.)

676. Volgens art 1390 B. W. is, om zaakwaarneming te kunnen aannemen, noodig dat men eens anders zaak zonder daartoe door overeenkomst gebonden te zijn, „vrijwillig" heeft waargenomen, dat is met den wil om de belangen van een ander waar te nemen. — H. R. 2 Februari 1906, concl. conf.; W. 8335 ; W. v. N. R. 1893; VV. v. Not. 29 ;N. R. CCII, 172.

677. Degene, die onverplicht heeft zorg gedragen voor de opvoeding van een natuurlijk niet erkend kind, al ware het ook de moeder, moet geacht worden in geldelijken zin de belangen van het kind te hebben waargenomen. Zij kan alzoo, wanneer de animus donandi niet is gebleken, de nuttige en noodzakelijke uitgaven van het kind vergoed krijgen. — H. R. 24 Juni 1887, concl. contr. ; W. 5448; W. v. N. R. 927; R W. v N.

600; N. R. CXLVI, § 38, 229 (Cassatie Hof 's-Gravenhage 7 Februari 1887; W. 5393; R. W. v. N. 598.)

678. Een allereerste vereischte voor zaakwaarneming in den zin van de artt. 1390 en volg. B. W. is, dat de waargenomen zaak zij een belang, rechtens voor waarneming vatbaar; hieruit volgt, dat de verpleging van een verlaten kind door een privaat persoon nimmer ten aanzien van een burgerlijk armbestuur kan gelden als een burgerrechtelijke negotiorum gestio. — H. R. 10 Juni 1887, concl. conf.; W. 5446; W. B. A. 2006; N. R. CXLVI, § 29,176.

679. Iemand, die geheel vrijwillig, d. i. zonder daartoe door eenige wettelijke verplichting of overeenkomst gehouden te zijn, zonder bekomen last doch met medeweten des vaders, diens kind opvoedt en de kosten dier opvoeding betaalt, heeft recht om van den vader de kosten der opvoeding terug te vorderen. — Rechtb. Amsterdam 17 October 1899; W. 7435.

680. Noch aan de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, noch aan eenig ander wetsvoorschrift, kan het recht worden ontleend om zonder last en tegen den wil van hem, die uitsluitend bevoegd en volkomen bereid en in staat is om zelf zijne zaak te behartigen, de mogelijkheid daartoe te benemen door eigenmachtig handelend op te treden — Hof 's-Gravenhage 22 Januari 1894; W. 6496; P. v. J. 1894, 25; W. v. N. R. 1268 (met bevest. Rechtb. aldaar 30 Mei 1893; W. 6378; P. v. J. 1894, 25; R. W. v. N. 778; W. v. N. R. 1246; T. v. N. XI, 181).

681. Van negotiorum gestio kan geen sprake zijn, als de andere partij volkomen bevoegd en in staat was om hare

Sluiten