Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

700. De terugvordering van het onverschuldigd betaalde kan worden ingesteld door een ieder uit wiens middelen onverschuldigd betaald is, te wiens nadeele onverschuldigd ontvangen is; maar zij is niet ontvankelijk, indien, zonder nadere overeenkomst, betaald is ter voldoening aan een in kracht van gewijsde gegaan vonnis. — Rechtb. Leeuwarden 17 Maart 1888; W. 5605; R. W. v. N. 629.

701. L. Udo de Haes. Terugvordering van hetgeen betaald is krachtens vonnis. — Ac. Pr. Leiden 1887.

702. L. R. van Sloterdijck. De condictio indebiti in belastingzaken. — Ac. Pr. Leiden 1893.

703. Hij, die te goeder trouw en bij vergissing eens anders grondbelasting betaalde, heeft geen condictio indebiti tegen den Staat, maar kan het bedrag krachtens negotiorum gestio van den waren schuldenaar terugvorderen. — Kantong. Schagen 5 Mei 1887 ; Mb. Dw. III, 12.

704. Hij, die tengevolge eener verkeerde bezorging der aanslagbiljetten bij vergissing de polderlasten, door een ander verschuldigd, betaald heeft, moet de condictio indebiti instellen tegen het polderbestuur en niet tegen hem voor wien hij betaalde. — Kantong. Middelburg 18 April 1887; Mb. Dw. III, 9.

705. Ten onrechte betaalde belasting kan door de condictio indebiti worden teruggevorderd. Daartoe is niet noodig, dat uit dwaling of onder voorbehoud van rechten is betaald — Rechtb. Leeuwarden 23 Januari 1890; W. 5915. Bevestigd door Hof aldaar 3 Juni 1891; W. 6060.

706. De terugvordering van onver¬

schuldigd betaalde directe plaatselijke belasting op grond van verplaatsing van domicilie, behoort niet tot de kennisneming der rechterlijke macht, maar der administratieve macht. — Rechtb. Amsterdam 22 December 1891; P. v. J. 1892, 22.

707. De rechter is niet bevoegd kennis te nemen van een condictio indebiti van het bedrag van den aanslag in een plaatselijke directe belasting, ingesteld op grond, dat de belasting verordening rechtspersonen in de belasting betrekkende, zou zijn in strijd met de wet. — Rechtb. Rotterdam 28 Maart 1892; W. 6189; P. v. J. 1892, 66; W.B. A. 2250; Gemst. 2128.

708. Tot het wezen der condictio indebiti behoort, dat men bij de betaling of in dwaling heeft verkeerd öf het voornemen heeft gehad het betaalde terug te vorderen, zoo naderhand mocht blijken, dat onverschuldigd is betaald. — Rechtb. Almelo 8 Februari 1888; P. v. J. 1888, 41.

709. Gebruik makende van het recht om het onverschuldigd betaalde, krachtens dit artikel terug te vorderen, is het niet noodig, dat men bij vergissing heeft betaald; dat wordt wel in art. 1397, doch niet in art. 1395 gevorderd; er is geen aanleiding om het laatstgemelde aan te vullen. — Hof Amsterdam 2 November 1888; W. 5645; P. v. J. 1888, 143; Gemst. 1944; T. v. N. VI, 184.

In gelijken zin Rechtb. Amsterdam 26 Juni 1901; W. 7712; P. v. J. 1901, 85.

710. Tegen de veronderstelling, dat hetgeen betaald is, ook is verschuldigd, behoort door hem die terugvordert, zij het ook in den vorm van een beroep op compensatie, het bewijs te worden

Sluiten