Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hetgeen voldaan is, niet kan worden teruggevorderd. — H. R. 3 November 1899, concl. conf.; W. 7354; P. v. J. 1899, 93; Not. W. 9; W. v.N.R. 1585; v. d. H., B. R. LXV, 349; N. R. CLXXXIII, 184; P. W. 9226.

721. Waar werkelijk en bij vergissing onverschuldigd is betaald, behoort de condictio indebiti te worden toegewezen. — Rechtb. Arnhem 5 December 1881 ; W. 4771.

722. Grondslag eener condictio indebiti moet zijn de onverschuldigde betaling, niet de onrechtmatige wijze, waarop eene overigens verschuldigde betaling verkregen werd. — Hof 's-Gravenhage 30 Juni 1904; P. v. .J. 1904, 399.

723. Ingeval eene condictio indebiti wordt ingesteld, moet bij dagvaarding uitdrukkelijk worden gesteld, dat onver-

: schuldigd is betaald; de bewering, dat zeker bedrag is „gestort" zonder vermelding van de reden dier storting, kan nooit het instellen eener condictio indebiti rechtvaardigen. — Rechtb. Amster■ dam 15 Februari 1907; W. 8562.

724. Indien bij het ten uitvoer leggen ' van een tusschen partijen bestaande ( overeenkomst geheel of ten deele onver: schuldigd is betaald, moet om terugbetaling te bekomen, geageerd worden,

i niet uit de overeenkomst, maar is de i condictio indebiti toegelaten. — H. R. 121 Maart 1879; W. 4358; v. d. H., B. R. XLIV, no. 1633, 108.

725. Uit op rekening gedane betaI lingen krachtens overeenkomst, kan voor 1 hem die de betalingen ontving, wel de 1 verplichting voortvloeien tot het doen ' van rekening en verantwoording, maar ; zij geven den betaler geen recht om het

alzoo volgens overeenkomst verstrekte,

1086

terug te vragen als onverschuldigd betaald. — Ilof Amsterdam 9 December 1881; W. 4754.

726. De vinder van een schat, die uit onbekendheid met de bepaling van art. 642 B. W. het gevondene aan een derde ter hand stelt, zonder hem daarom voor den rechthebbende te houden, kan later de helft van het gevondene niet als onverschuldigd betaald van dien persoon terugvorderen, die inmiddels den geheelen schat aan den rechthebbende heeft uitgekeerd. — Rechtb 's-Hertogenbosch 14 November 1884 ; N. R. B. III, B. 283.

727. Tot het instellen der condictio indebiti is het geen volstrekt vereischte, dat de tweede en onverschuldigde betaling persoonlijk is geschied door hem die zich van de eerste betaling heeft gekweten. — H. R. 22 Mei 1885; W. 5175.

728. Voor de ontvankelijkheid der actie bij dit artikel bedoeld, is het geen vereischte, dat men betaald heeft onder protest. — Kantong. 's-Gravenhage 12 September 1887; W. 5454; W. B. A. 2001; Gemst. 1877

729. Een voorschot, vrijwillig gegeven op een nog niet verschuldigden koopprijs, kan niet als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd, zoolang niet vaststaat dat de koopprijs nimmer verschuldigd zal worden. — Hof Amsterdam 12 December 1890; W. 5974.

730 De terugvordering van onverschuldigd betaalde gelden, zij het dan ook dat de betaling geschiedde met het oog op de oprichting eener handelsfirma — kan niet als een zaak van koophandel worden beschouwd. — Rechtb. 's-Gravenhage 9 Juni 1891 ; W. 6070.

731. Iemand, die — nadat hij met

Sluiten