Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plichting uit een zakelijk recht voortspruitende, is een onrechtmatige daad, welke tot schadevergoeding aanleiding geeft. — Rechtb. Alkmaar 12 October 1882; W. 4825.

855. Eene rechtsvordering ex art. 1401 is niet ontvankelijk, waar de eischer beweert, dat handelingen zijn gepleegd in strijd met de tusschen partijen bestaande contractueele rechtsverhouding. — Rechtb. Amsterdam 8 Januari 1881; P. v. J. 1881, 10. Hof 's-Gravenhage 15 Januari 1883; W. 4856. Rechtb. aldaar 23 Juni 1887; P. v. J. 1888,1352. Rechtb. Leeuwarden 29 Juni 1893; W. 6401. Rechtb. Rotterdam 4 Juni 1894; W. 6683; P. v. J. 1895, 45. Dezelfde Rechtb. 11 Februari 1895; W. 6667; P. v. J. 1895, 29. Rechtb. Leeuwarden 28 November 1895; P. v. J. 1896, 4. Rechtb. 's-Gravenhage 23 December 1896; W. 6927. Hof aldaar 7 Juni 1904; W. 8089 en 8158 en 16 Januari 1905; W. 8252; P. v. J. 1907, 607.

856. Aan eene vordering uit onrechtmatige daad staat niet in den weg een tusschen partijen bestaande contractueele band, waartegen de geïncrimineerde daad indruischt. Rechtb. Breda 3 December 1889; W. 5929.

857. Uit onrechtmatige daad kan slechts dan geageerd worden, als de gewraakte daad zelve den rechtsband in het leven roept, niet wanneer zij in strijd is met een reeds vroeger bestaande contractueelen rechtsband. — Rechtb Roermond 3 April 1890; W. 5869.

858. Dit artikel is terecht toegepast, waar het geldt een vordering tot schadevergoeding ter zake van daden, die op zich zelf. onafhankelijk van eenige tusschen partijen gesloten overeenkomst onrechtmatig waren, ook als daarnaast

tusschen partijen nog een contractueele verhouding bestaat, waarop de vordering zou kunnen zijn gegrond. — H. R. 6 Mei 1892; W. 6183; P. v. J. 1892, 142.

859. De handeling of het feit uitmakende de wanpraestatie eener overeenkomst, kan aanleiding geven om uit die overeenkomst te ageeren en de ontbinding dier overeenkomst of ook alleen schadevergoeding te dier zake te vorderen, doch geeft evenzeer het recht om de vordering krachtens dit artikel in te stellen, voor zooverre die wanpraestatie op zich zelve een onrechtmatige daad daarstelt. — Rechtb. Breda 7 Juni 1892; W. 6319; R. W. v. N. 766.

860. In de taal der wet moet onder onrechtmatige daad worden verstaan de zoodanige, die, als in strijd met de wet, altijd en tegenover een ieder is onrechtmatig, waardoor buiten eenigen contractueeelen band de verplichting om de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden, ex lege ontstaat. — Rechtb. Utrecht 7 December 1892; W. 6279.

861. De actie krachtens dit artikel is niet ontvankelijk tegen den bewaarnemer, die zonder opdracht hem ter bewaring gegeven effecten heeft verkocht, doch de actie uit overeenkomst moet worden ingesteld. — Rechtb. Dordrecht 8 December 1897; W. 7115; P. v. J. 1899, 7.

862. Eene handeling, waardoor aan eens anders eigendom schade wordt toegebracht, is eene onrechtmatige daad, welke ook verder de verhouding tusschen partijen zij en onverschillig in het bijzonder of zij door een contractueelen band aan elkander zijn verbonden. — Rechtb. Rotterdam 12 Juni 1907; W. 8695.

Sluiten